(Leestijd: 12 - 24 minuten)

Pleizier TheoDe preek blijft in de aandacht, zoals ook Handelingen 2020/1, over ‘De magie van het gesproken woord’, was gewijd aan de preek. In dit overzicht concentreer ik mij op de ontwikkelingen in het vakgebied van de afgelopen vijf jaar, in de periode 2015-2020. Noodgedwongen gaat het om een selectie van literatuur, waarbij mijn eigen interesse en positie in het veld sturend zijn voor wat in beeld wordt gebracht.

De eigen positie en reflexiviteit van de onderzoeker is niet alleen binnen de praktische-theologie de afgelopen jaren een belangrijk thema geworden, ook in de homiletiek zien we dit in de laatste jaren steeds meer naar voren komen, waaronder in postkoloniale benaderingen van preekpraktijken. Hieronder kom ik daar nog nader op terug. De nadruk op positionaliteit betekent ook dat er meer aandacht is gekomen voor inzichten over prediking die samenhangen met de gemeenschappen waarbinnen gepreekt wordt: de contextualiteit van de preek is nauw verbonden met lokale gemeenschappen en preektradities.
De homiletische literatuur laat zich globaal indelen in: praktische boeken, waaronder werkboeken; detailstudies naar aspecten van de preekpraktijk; fundamentele studies die betrekking hebben op prediking als fenomeen; en onderzoeksliteratuur, waar het veld van de homiletiek juist ook als academische discipline in beeld komt, zoals in monografieën die vaak gebaseerd zijn op promotieonderzoeken of specialistische onderzoeksartikelen in tijdschriften. Veel literatuur over homiletiek is gericht op het verbeteren van preekpraktijken, bevat handreikingen om het preek-ambacht aan te leren of verder te verdiepen, of biedt een alternatief theologisch paradigma voor prediking in gesprek met politieke, culturele of wijsgerige tendensen. Dit maakt de homiletiek tot een breed en rijk veld en het laat zien hoe in de preekpraktijk alle aspecten van de theologie samenkomen: bijbelwetenschap, dogmatiek, interculturele theologie, taalfilosofie en pastorale theologie.

 

Prekenbundels

Een belangrijke categorie teksten die ‘praktisch’ van aard zijn, is misschien strikt gesproken niet homiletisch in de zin van ‘betrekking hebbend op het vakgebied’, maar niettemin funderend voor alles wat met preken te maken heeft: de preekbundel, de verzameling preken of de preek-anthologie. En daarom is de eerste titel in dit overzicht een bundel met preekfragmenten: Een goed woord. Uit de preken van Gerrit de Kruijff (2015). De verleiding is groot uit de bundel te citeren. Ik volsta met een gevleugeld woord van De Kruijff, in de slotbeschouwing aangehaald door de redacteuren, waarin de protestantse proprium van de preek niet alleen met grote precisie onder woorden wordt gebracht, maar evenzeer toepasbaar is op de preekfragmenten in de bundel: ‘een preek is een gooi naar de ziel’.
De prekenbundel of anthologie is een belangrijk homiletisch genre. Niet alleen worden er in delen van het (gereformeerd) protestantisme met enige regelmaat bundels preken uitgegeven, ook historische preken blijven een bron van spirituele herbronning. Een verwijzing naar de serie vertalingen van het werk van Augustus bij Uitgeverij Damon, mag daarbij volstaan, zoals bijvoorbeeld de bundel Brood om van te leven met verhandelingen (preken?) over het Johannesevangelie (Augustinus 2017). De preken van Augustinus zijn niet alleen een historische bron van zijn theologiebeoefening, de gepubliceerde preek, hedendaags of historisch, is zowel theologisch, spiritueel als homiletisch van belang. Wat betreft het laatste laat het zien hoe de preek in het christendom ook een katholiek karakter heeft: door de eeuwen heen wordt het evangelie doorgegeven in woorden, gekleurd door de context waarin en de gemeenschap voor wie de preek gehouden is, maar niettemin context-overstijgend en herkenbaar als articulatie van het christelijk geloof, bedoeld om de ziel te raken en de mens te plaatsen in het dynamische krachtenveld van het evangelie.

 

Preken als positioneel spreken

De aandacht voor preken als contextueel en positioneel spreken is de afgelopen jaren versterkt. Een belangrijke stem in deze ontwikkeling is het nieuwe tijdschrift International Journal of Homiletics dat is gestart in 2016 (https://ul.qucosa.de/id/qucosa:14496). Het tijdschrift wil werkelijk internationaal zijn en publiceert Engelstalige artikelen, maar ook artikelen in de eigen taal van de auteur, zoals Portugees of Koreaans. In de eerste twee jaargangen werd het thema ‘preaching in transition’ aan de orde gesteld, nadrukkelijk vanuit contextualiteit.
In de homiletiek komt positionaliteit vanuit een aantal gezichtspunten naar voren. Ik noem de volgende drie: gender, cultuur en spiritualiteit.

Gender
Wie preekt oefent macht uit. In de theorie over prediking is er al geruime tijd aandacht voor de stem uit de marge, bijvoorbeeld in het werk van John McClure waarin hij het denken van Levinas verwerkt met het oog op prediking. Toch moeten we voor deze thematiek vooral naar literatuur over gender en prediking. In haar boek Preaching women. Gender, power, and the pulpit (2019) werkt Liz Shercliff dit naar drie kanten uit: prediking is een kritisch gebeuren, waar onbalans aan de orde moet komen. We komen er daarom niet, aldus Shercliff, door te volstaan met gender-neutrale taal in de preek. Vervolgens, zegt Shercliff, ‘preaching as a woman’ brengt een eigen metafoor voor de preek mee, de prediker als gastvrouw/gastheer (‘host’). We verkennen de bijbelse teksten vanuit het zwijgende perspectief (‘silenced perspectives’). Dit leidt tot een preekvoorbereidingsmodel waarin de ervaring vooraf gaat. Shercliff sluit hierbij aan bij de omslag die in de jaren zestig van de vorige eeuw is gemaakt in het denken over de preek, waarbij de ‘homiletische situatie’ van de hoorders een belangrijk uitgangspunt is geworden. De reflecties vanuit gender verfijnen dit begrip, waardoor Shercliff onderscheid maakt tussen ervaring, traditie, cultuur en positionering.

Cultuur
Culturele contexten hebben eigen kenmerkende tradities van prediking. Henry H. Mitchell bracht met zijn Celebration and Experience in Preaching (1990) de Afro-Amerikaanse traditie van prediking onder de aandacht. Dit heeft de aandacht in de homiletiek gericht op de eigen bijdragen van culturele tradities en spiritualiteiten aan de preekpraktijk en de doordenking ervan. De homiletische bezinning vanuit deze zogenoemde Afro-Amerikaanse preektraditie wordt op dit moment vooral geleid door Frank Thomas (Christian Theological Seminary), zoals blijkt uit zijn recente boeken How to preach a dangerous sermon en Introduction to the practice of African American preaching (Thomas 2016; 2018). Waar Mitchell aandacht vroeg voor ‘celebration’ als modus voor preken, gaat Thomas verder en bespreekt vanuit de Afro-Amerikaanse preektraditie de morele verbeeldingskracht van prediking. Thomas verwerkt actuele thema’s als racisme en identiteitspolitiek. De Civil Rights Movement heeft laten zien wat de transformerende kracht van preken kan zijn. Mitchells aandacht voor ‘celebration’ is daarmee niet verdwenen; Cleophus J. LaRue verbindt in zijn Rethinking Celebration (2016) de theologie van aanbidding (‘praise’); en de evocatieve kracht van preken wordt verbonden aan het profetische, met aandacht voor de sociale transformatieve kracht van prediking (LaRue 2016).
Hoe prediking verweven is met cultuur, blijkt ook uit recente onderzoeksartikelen. Antropologen en praktisch-theologen bestuderen een veelheid van preektradities. Twee voorbeelden met studies vanuit van het Afrikaanse continent, uit Madagaskar en uit Nigeria. In beide voorbeelden interfereert christelijke prediking sterk met de culturele context. In zijn studie naar de preekpraktijk in Madagaskar vergelijkt Hans Austnaberg deze met een lokale retorische traditie van ‘kabary’. Zijn studie laat zien dat de integratie van lokale retorische tradities in prediking enerzijds de vraag oproept naar de relatie tussen evangelie en cultuur en aan de andere kant zich ook laat verbinden met westerse voorstellen om prediking meer dialogisch in te richten (Austnaberg 2015). De multireligieuze presentie van christendom en islam roept ook de vraag op naar de verschillen en overeenkomsten in prediking. Murtala Ibrahim bestudeerde dit voor Nigeria. Terwijl islamitische prediking in Nigeria, aldus Ibrahim, meer tot doel heeft om moderne en vrome moslims hun plek in een plurale en urbane samenleving te laten innemen, gaat het in christelijke prediking meer om individuele transformatie. Hoewel verschillende functies, blijkt dat beide vormen van prediking gericht zijn om burgers vreedzaam samen te laten leven in een plurale samenleving (Ibrahim 2017).

Spiritualiteit
Positionering is ook theologische positionering. Homiletische voorstellen zijn vaak verankerd in theologie. Dat is zeker het geval in de homiletiek van Tim Keller, de evangelicale predikant die bekend is geworden vanwege zijn gemeentestichting in New York (Redeemer Presbyterian Church). In zijn boek Preaching. Communicating Faith in an Age of Skepticism (2015) geeft Keller een heldere inleiding op een type evangelicale prediking die apologetisch is, ingaat op seculiere tijdgenoten en zich baseert op orthodoxe uitgangspunten. Eén van zijn bronnen hiervoor is de puriteinse theoloog Jonathan Edwards. Wat Keller in zijn pleidooi voor een evangelicale spiritualiteit in de preek laat zien, brengt een ander aspect van positionaliteit in beeld: preektradities wortelen in spiritualiteit en wat een preek beoogt hangt nauw samen met de theologische traditie waarin gesproken en geluisterd wordt. Een aardige bijkomstigheid in het boek van Keller is dat het een homiletiek is die voortkomt uit de eigen preekpraktijk.

 

Praktische homiletiek

Diverse uitgaven houden zich bezig met de concrete preekpraktijk, het voorbereiden en houden van de preek. Dit zijn de meest ‘praktische’ titels, waarbij het vooral gaat om het presenteren van een bepaald model van preekvoorbereiding, een specifieke vormgeving van de preek of een eigensoortige benadering van het uitspreken (performance) van de preek. Ik geef hier vier voorbeelden van zulke benaderingen uit de afgelopen jaren.
In Nederland schreef Paulien Vervoorn (2014) een preektraining, Geloofwaardig spreken. Praktische preek-boeken hebben altijd een groot deel van de literatuur uitgemaakt. Een Duitse titel noem ik hier ook. De Dramaturgische Homiletik van Alexander Deeg en Dieter Rammler (Deeg & Rammler 2020) biedt een verwerking van het vijftien jaar eerder verschenen boek van Martin Nicol, Einander ins Bild setzen. Dramaturgische Homiletik (2005). Met dit boek introduceerde Nicol de esthetische en hermeneutische benadering die in de jaren negentig in de Verenigde Staten bekend kwam te staan als de New Homiletic. In zijn receptie van de Amerikaanse homiletiek, bracht Nicol een sterk cultuurtheologische element in en verwerkt hij literatuur en film in de opbouw en inhoud van de preek. Het tekent de invloed van zijn benadering dat in 2020 een bundel uitkwam tussen ‘Atelier’ (de werkplaats van de prediker) en ‘Akademie’.

 

Fundamentele studies: de ‘homiletiek’ als genre

Een bijzondere categorie zijn de boeken die op een fundamentele manier de belangrijkste aspecten van de preek aan de orde stellen. Dit genre literatuur wordt vanouds aangeduid met de naam van het vakgebied, het boek heet ‘een homiletiek’. Ik noem hier drie belangrijke studies.
Allereerst het meest recente, van de hand van Wilfried Engemann (Engemann 2019). Het betreft een Engelse vertaling van zijn eerder in het Duits uitgebrachte homiletiek. Hoewel Engemann in eerdere publicaties zich vooral heeft beziggehouden met de verwerking van de semiotische traditie in het denken over de preek, is dit nieuwe boek een complete homiletiek, met onderdelen als aanwijzingen voor de preekvoorbereiding, theologie van de prediking, preekanalyse en feedback. Engemanns boek staat midden in de ontwikkelingen van het denken over de preek, omdat hij vertrekt vanuit de gedachte dat de preek een ‘gebeuren’ (‘preaching event’) is. Hij beschrijft dat vanuit vier verschillende fasen: traditie (bijbelse tekst), voorbereiding (van tekst naar manuscript), verbalisering (van manuscript naar uitvoering van de preek) en realisering (van preek naar hoorder). Hiermee sluit Engemann de ervaring van de hoorder in, in het gehele preekgebeuren, waarmee prediking ook iets ‘opens’ houdt, wat natuurlijk weer samenhangt met de semiotische aandacht voor tekens en de openheid van betekenissen.
In het Nederlandse taalgebied verschijnen ook van tijd tot tijd ‘homiletieken’. Van recente data zijn de boeken van Gerrit Immink, Over God gesproken (2018), en van Ciska Stark en Bert de Leede, Ontvouwen (2017).
Stark en De Leede starten bij een theologie van de protestantse preek en beschrijven vervolgens de route van oriënteren, inzoomen, verwoorden, uitspreken en delen. Nadrukkelijk zijn de gemeente en de liturgie in beeld, wordt op de preek gereflecteerd vanuit de ervaring van ‘sprakeloosheid’ en wordt tegelijk hoog opgegeven van de preek als ‘scheppend Woord’. Het boek vervlecht cultuur, theologie en spiritualiteit, als de drie grootheden die de voorbereiding en het houden van de preek diepgaand bepalen.
Hoewel ook protestants van karakter, kiest Gerrit Immink voor een andere insteek. Hij bespreekt vijf dimensies aan het preek-gebeuren: de preek als godsdienstig samenspel, als Woord van God, als performance, als vertolking van de Bijbel en als blijde boodschap. Met het laatste deel staat hij uitvoerig stil bij het belang van godsdienstige inhouden die zich door de gang van het kerkelijk jaar aandienen, zoals het hoop en geheimenis van de incarnatie, plaatsbekleding en offer en het geding over de opstanding. Dat laatste is in het hoofdstuk over hermeneutiek van belang om het gesprek met de moderniteit te voeren, en roept de vraag op of preken verwijzen naar de historische Jezus of dat in de verkondiging ook sprake is van presentie van de Opgestane.

 

Detailstudies

Detailstudies laten een veelstromenland zien. Ze laten zien hoe het veld van de homiletiek is uitgewaaierd, waarbij het moeilijk is om zomaar een paar ‘trends’ aan te wijzen. Uit de ruime hoeveelheid studies die er de afgelopen jaren verschenen zijn, kies ik vier verschillende perspectieven: interdisciplinair, publiek, retorisch en theologisch.

  1. Het vakgebied van de homiletiek is allereerst interdisciplinair van karakter. Uiteraard is er het gesprek met bijbelwetenschappen, zoals de exegese (Hoffmann 2019). Het interessante van Christine Wenona Hoffmans boek Homiletik und Exegese is de combinatie van drie lijnen: twee belangrijke paulinische perikopen voor de lutherse theologie, Galaten 2 en Romeinen 3; de systematisch-theologische thematiek van de ‘rechtvaardiging’; en homiletische analyse met aandacht voor de communicatie met de hoorder en de rol van de prediker. De theologische thematiek van de rechtvaardiging helpt om in beeld te krijgen hoe in prediking evangelie wordt gecommuniceerd: erkenning, waardigheid, vergeving, verzoening, bevrijding (Hoffmann 2019, 351-57).
    Ook de geschiedwetenschap geeft een eigen inbreng in de doordenking van de vraag wat preken is. Dat blijkt uit de serie studies van Hughes Oliphant Old, die in zeven delen (1998-2010) de geschiedenis van het lezen en preken van de Heilige Schrift in het christendom in kaart heeft gebracht. Ik noem nu vooral het boek Predigt im Ersten Weltkrieg. La Prédication durant la ‘Grande Guerre’ door Matthieu Arnold en Irene Dingel (2017). Het boek over preken in de Eerste Wereldoorlog is geschreven in het Duits en het Frans en bevat vanuit beide partijen preekteksten en analyses. Positionaliteit is daarmee uitgangspunt voor het boek, en thema’s als zingeving, legitimering van oorlog en de preek als politieke propaganda laten zien hoe belangrijk de historische studie van de prediking is.

  2. Dit raakt aan een andere ‘trend’, het publieke perspectief. In de bundel Parteiische Predigt onder redactie van Sonja Keller (2017), is een verzameling essays samengebracht op het snijvlak van publiek spreken en prediking. De preek staat tussen het politieke en het publieke en het roept voor westerse democratische samenlevingen de vraag op in hoeverre het politieke in de preek ook direct verbonden is aan partijpolitiek. Vermoedelijk zal zich deze trend van de preek als ‘publiek spreken’ de komende jaren voortzetten. Deze thematiek zet zich voort in een protestants-katholiek gesprek over de preek in Politikum Predigt: Predigen im Kontext gesellschaftlicher Relevanz und politischer Brisanz (2021), dat zeer recent uitkwam.

  3. Een natuurlijke gesprekspartner voor de preek is de retorica. Het gaat dan vooral om de vraag naar het eigene van de preek, in het verleden ook wel op de noemer gebracht van ‘sacra retorica’. In Igniting the heart. Preaching and imagination (2015) benoemt Kate Bruce een aantal aspecten van de preek die zich precies bevinden op dat snijvlak van retorica en het religieuze karakter van de preek. Zij sluit aan bij een thema dat al in de jaren negentig in de – eerder genoemde – Amerikaanse homiletiek (‘new homiletics’) aan de orde is, preken is ‘verbeeldend spreken’. Het gaat Bruce om meer dan ‘beeldende taal’ alleen; in de verbeelding gaan het zintuiglijke, intuïtieve, affectieve en intellectuele samen op. Ze zoekt een manier om het lyrische terug te brengen in de preek en de preek en brengt het verbeeldende in een soort anglicaanse synthese samen met wat zij noemt het sacramentele potentieel van de prediking. Deze bijdrage illustreert hoe in het gesprek tussen retorica en homiletiek, de homiletiek naar een eigen stem en eigen conceptualisering zoekt. Vaak hangt dat samen met de preek als ‘discours van hoop’, een theologisch perspectief dat in relatie tot de preek regelmatig terugkeert.

  4. Daarmee kom ik bij het vierde, meer theologische perspectief. Illustratief is het boek van Otis Moss III, Blue note preaching in a post-soul world (2015). Moss gaat te rade bij muzikale genres als jazz en hip hop draws om het vermogen van preken om hoopvolle te spreken in een wereld vol tragiek. Tegen de achtergrond van het leven van slaven, schetst Moss hoe prediking met hoop kan klinken, waarbij hij ‘blue note preaching’ opvat als het scheppen van een alternatieve wereld en een alternatief bewustzijn: ‘The imagination of the story gives eschatological hope while staring at existential darkness: bIbm on a plantation, but Ibm not of the plantation. When the Word is in me Ibm ready to return home.’

 

Empirisch onderzoek

Sinds enkele decennia heeft het empirische paradigma in de praktische theologie vaste grond gekregen binnen de homiletiek. Veel studies, met name promotieonderzoeken, zijn empirisch georiënteerd (Pleizier 2017).

Het meeste empirische onderzoek werkt met een vorm van preekanalyse. Uit de recente literatuur noem ik vier voorbeelden. In haar dissertatie An Ostern die Auferstehung Predigen (2018) beschrijft Susanne Platzhoff eerst diverse uitlegtradities van opstandingsteksten, waaronder die van Adolf Schlatter, Rudolf Bultmann, Gerd Ludemann.
In de studie van Alexandra Eimterbäumer wordt een speciaal type preken bestudeerd: de preken die gehouden door (super)intendenten ter gelegenheid van de visitatie van lokale gemeenten (Eimterbäumer 2018). Daar zitten veel kanten aan: wat is de functie van de preek in het kader van ‘visitatie’ van een gemeente; hoe geeft een regionale prediker (in de Protestantse Kerk zou dat de classispredikant zijn) gestalte aan kerk-zijn via de prediking; welke thema’s komen aan de orde? In haar studie maakt Eimterbäumer gebruik van een discours-analytisch onderzoeksinstrument waarbij vooral gekeken wordt naar ‘mentale modellen’ die door de preek worden opgeroepen en waar in de preken naar wordt verwezen. Eimterbäumer onderscheidt daarbij een aantal polariteiten, zoals (kerkelijke) controle uitoefenen versus troosten of profetisch spreken versus de ‘partijtoespraak’. De studie is leerzaam om te zien hoe in preken de kerk begrenst wordt, zowel naar binnen als naar buiten en hoe de relatie tussen regionaal en plaatselijk kerk-zijn gestalte krijgt.

Twee andere voorbeelden van empirisch onderzoek waarin gebruikgemaakt wordt van preekanalyse, komen uit Nederland. Preekanalyse kan vertrekken vanuit een hermeneutisch raamwerk, zoals in het onderzoek van Platzhoff. Preekanalyse kan ook gericht zijn op de reconstructie van onderliggende patronen in preken. Hiervoor zijn andere kwalitatieve benaderingen nodig, bijvoorbeeld een gefundeerde theorie-benadering (‘grounded theory’).
In Making see. A grounded theory on the prophetic dimension in preaching (2018) laat Kees van Ekris zien hoe met behulp van een meer inductieve analytische methode homiletische patronen beschreven kunnen worden. Analyse van preken van onder meer Martin Luther King, Desmond Tutu en Dietrich Bonhoeffer laat zien dat profetische prediking dimensies omvat van blootleggen, interventie, illuminatie, catharsis en mystagogie. In de analyse gaat het voortdurend om de verhouding tussen het gesproken woord en de geleefde werkelijkheid in specifieke culturele omstandigheden.
Minder de externe werkelijkheid, en meer de interne realiteit van geloof en spiritualiteit vormt het uitgangspunt van de preekanalyse door Arie van der Knijff. Hij richt zich bovendien op een specifiek protestants smaldeel: de bevindelijk gereformeerde richting. In Bevindelijk preken (2019) onderzoekt hij wat precies verstaan moet worden onder ‘bevinding’ in preken die gehouden zijn in de Gereformeerde Gemeenten. Het onderzoek is een mooi voorbeeld van een studie naar spiritualiteit die in preken ligt opgesloten en hoe in preken ook een bepaalde spiritualiteit wordt gevormd.
Met deze drie voorbeelden van Platzhoff, Van Ekris en Van der Knijff wordt zichtbaar dat empirisch onderzoek naar preken zich richt op hermeneutisch-inhoudelijke thematiek (opstandingsverhalen), homiletische structuren (het ‘profetische’) en het geloofsvormende (spiritualiteit) van preken.

Het hierboven besproken onderzoek van Eimterbäumer naar kerkvisitatie, waarbij met name aandacht wordt gevraagd voor de boven-plaatselijke relaties van bisschop, intendent of classispredikant enerzijds en plaatselijke gemeente anderzijds, vraagt nog om een aanvulling. Bij het empirisch onderzoek moet daarom naast het methodische ook gewezen worden op denominationele verbreding van preek-onderzoek. Veel empirische studies hebben aandacht voor prediking in een wat meer traditionele setting; preken lijkt vooral bij gevestigde kerken te horen. Recent is er echter meer wetenschappelijke aandacht gekomen voor prediking in ‘vrije kerken’ of evangelische, congregationalistisch georiënteerde kerken.
Twee recente studies zijn hier van belang. In Moving sermons (2019) onderzoekt Henk Stoorvogel de impact van preken op hoorders. Hij betrekt vooral evangelische kerken in zijn onderzoek. Het effectonderzoek heeft hij uitgevoerd aan de Universiteit van Twente (communicatiewetenschap) en in de conceptualisering werkt hij met begrippen uit de retorica. Methodisch is zijn onderzoek een vorm van ‘mixed methods’ en omvat focusgroepen en kwalitatieve interviews van hoorders (hoofdstuk 4-5) en interviews met voorgangers over de preekvoorbereiding (hoofdstuk 6). In de studie komt humor, het gebruik van PowerPoint en de kracht van ‘human interest’-elementen in preken aan de orde. Veranderen preken levens van hoorders? De vraagstelling is misschien ook wel typerend voor de evangelische spiritualiteit. Het boek slaat een methodische brug tussen andere studies naar preekreceptie, maar laat vooral ook zien hoe de studie naar de preek een oecumenische aangelegenheid is.
Een tweede studie die in dit verband de moeite van het vermelden waard is, is de studie van Stefan Schweyer die de evangelicale kerkdienst in samenhang van liturgie en prediking bestudeert (Schweyer 2020). Hij let bij de preek minder op inhouden en meer op de liturgische aspecten: lengte van de preek, de ruimte waarin wordt gepreekt, en de plaats van de preek in het geheel van de dienst. Hoe beginnen predikers preken, hoe sluiten ze aan bij hoorders en welke strategieën worden ingezet om de hoorder te helpen bij het luisteren, een gebed, een zegengroet of een uitgebreide inleiding op het thema. Opvallend zijn ook het gebruik van multimedia, het onderbreken van de preek door muziek of het scheppen van ruimte voor persoonlijke reflectie of gebed tijdens de preek. Schweyer benoemt de combinatie van het alledaagse, het bijbelgebruik en de missionaire oproep tot geloof als kenmerkend voor deze stijl van prediking. De studies van Schweyer en Stoorvogel benadrukken elk hoe prediking een typisch christelijk fenomeen is: deze vorm van geloofscommunicatie heeft iets transcultureels. Tegelijk valt opnieuw de contextualiteit op: elke denominatie heeft een eigen stijl, vormgeving en eigen theologische inhouden. Misschien dat daarin de goede prediker zich onderscheidt: dat het lukt om stijl, vormgeving en inhoud bij elkaar te brengen voor de gemeenschap waarbinnen wordt gepreekt.

 

Uitzicht

Dit overzicht begon ik met het belang van contextualiteit en positionaliteit in de homiletiek en we eindigden met een perspectief op empirisch onderzoek. Op de grens van dit literatuurbericht 2015-2020 zijn nog twee studies die in 2021 verschenen.
In het onlangs verschenen Postcolonial Preaching (2021) verwerkt Hyeran Kim-Cragg de postkoloniale wending in de praktische theologie voor de reflectie op prediking. Eerder schreef zij de praktisch-theologische studie Interdependence (2018) waarin zij postkoloniale en feministische perspectieven verwerkte. In haar motivatie voor een postkoloniale homiletiek schrijft ze dat ‘preaching must attend to the changing demographics of the congregations and their preachers, demographics that bring people face to face with the legacy of a shared colonial past’. Dat vraagt om een soort prediking met een ‘ripple effect’, een effect dat alleen kan ontstaan als ‘gentle but persistent waves [that] stir up minds and move hearts with a call to change our way of living and interacting with each other’. Hiervoor introduceert ze zes principes: rehearse, imagination, place, pattern, language, and exegesis.
De publicatie waar ik mee wil afsluiten betreft een onlangs in Oslo verdedigd proefschrift. In haar dissertatie getiteld Overestimated and Underestimated onderzoekt Linn Sæbø Rystad (MF School of Theology, Oslo) hoe (jonge) kinderen toegang krijgen tot de preekpraktijk (Rystad 2021). Het proefschrift illustreert een twee samenhangende ontwikkelingen. Aan de ene kant de voortgaande empirische studie naar preken en de preekpraktijk; prediking wordt bestudeerd vanuit hoe het feitelijk plaatsvindt en de empirie wordt daarmee een bron van (theologische) kennis. Aan de andere kant zijn er de grensoverschrijdingen naar andere vakgebieden, in dit geval de godsdienstpedagogiek. Het proefschrift is vooral vernieuwend omdat het prediking helemaal weghaalt uit de wereld van volwassenen en de eigen vorm en rol van prediking voor (jonge) kinderen bevraagd.
Nu zijn vanouds liturgiek en pastoraat de nabijgelegen disciplines voor de homiletiek. Gemeente en de liturgie komen echter in een ander verband te staan, wanneer de preek zich buiten de kerk begeeft. Die trend is zich bezig te ontwikkelen: een beweging die de christelijke preek vergelijkt met andere vormen van ‘prediking’, zowel seculier als binnen andere religies. Dat preken ook discours in de samenleving zijn, een zekere bijdrage leveren aan de samenleving en een ‘sociaal effect’ beogen, zijn bekende sociologische inzichten, maar komen in nieuw antropologisch onderzoek opnieuw naar voren (Conrad & Hardenberg 2020).

 

Besproken literatuur

  • Arnold, M., & Dingel, I. (2017). Predigt im Ersten Weltkrieg: La prédication durant la « Grande Guerre » (1st edition). Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht.
  • Augustinus, A. (2017). Brood om van te leven. Verhandelingen 24-54 over het Johannesevangelie. (A. Instituut, Tran.). Eindhoven: Damon.
  • Austnaberg, H. (2015). Malagasy Rhetoric and Preaching. Kabary-Communication: To Be Embraced or Rejected? International Journal of Practical Theology 19 (1): 4-23. http://dx.doi.org/10.1515/ijpt-2015-0001
  • Bruce, K. (2015). Igniting the Heart: Preaching and Imagination. SCM Press.
  • Conrad, R. & Hardenberg, R. (2020). Religious Speech as Resource. A Research Report. International Journal of Practical Theology 24 (1): 165-95. https://doi.org/10.1515/ijpt-2020-0041
  • De Leede, B. & Stark, C. (2017). Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk. Zoetermeer: Boekencentrum.
  • Deeg, A. & Rammler, D. (2020). Dramaturgische Homiletik: Eine Zwischenbilanz. 1st edition. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt.
  • Doedens, U. & De Klerk, J. (eds) (2015). Een goed woord. Uit de preken van Gerrit de Kruijff. Zoetermeer: Boekencentrum.
  • Eimterbäumer, A. (2018). Kirchenleitung durch das Wort: Eine empirisch-homiletische Untersuchung ephoraler Predigten zur Visitation. 1st edition. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt.
  • Ekris, C.M.A. van (2018). Making see. A grounded theory on the prophetic dimension in preaching. Vol. 10. Homiletische Perspektiven. Berlin etc.: LIT Verlag.
  • Engemann, W. (2019). Homiletics. Principles and Patterns of Reasoning. Berlin / Boston: Walter de Gruyter.
  • Hoffmann, C.W. (2019). Homiletik und Exegese: Konzepte von Rechtfertigung in der evangelischen Predigtpraxis der Gegenwart. 1st edition. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt.
  • Ibrahim, M. (2017). Oral Transmission of the Sacred: Preaching in Christ Embassy and Nasfat in Abuja. Journal of Religion in Africa 47 (1): 108-31. https://doi.org/10.1163/15700666-12340100
  • Immink, G. (2018). Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk. Utrecht: Boekencentrum.
  • Keller, S. (2017). Parteiische Predigt: Politik, Gesellschaft und Cffentlichkeit als Horizonte der Predigt. 1st ed. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt.
  • Keller, T. (2015). Preaching: Communicating Faith in an Age of Skepticism. New York: Viking.
  • Kim-Cragg, H. (2021). Postcolonial preaching: creating a ripple effect.
  • Knijff, A. van der (2019). Bevindelijk preken. Een empirisch onderzoek naar bevinding in de prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten. Apeldoorn: Labarum Academic.
  • LaRue, C.J. (2016). Rethinking celebration: From rhetoric to praise in African American preaching. Louisville, Kentucky: Westminster John Knox Press.
  • Moss, O. (2015). Blue note preaching in a post-soul world. Louisville, Kentucky: Westminster John Knox Press.
  • Platzhoff, S. (2018). An Ostern die Auferstehung predigen: Eine hermeneutische und qualitativ-empirische Studie zur Osterpredigt der Gegenwart anhand von Predigten zu Mk 16,1-8. Evangelische Verlagsanstalt.
  • Pleizier, T. (2017). Homiletic transitions in the Netherlands. International Journal of Homiletics 2 (July). https://nbn-resolving.org/urn:nbn:de:bsz:15-qucosa2-159075
  • Pock, J. & Roth, U. (2021). Politikum Predigt: Predigen im Kontext gesellschaftlicher Relevanz und politischer Brisanz. Ckumenische Studien zur Predigt Bd. 12. 1. Edition Don Bosco Medien.
  • Rystad, L.S. (2021). Overestimated and underestimated. A case study of the practice of preaching for children with an emphasis on children’s role as listeners. PhD-thesis, Oslo: MF School of Theology.
  • Schweyer, S. (2020). Freikirchliche Gottesdienste: Empirische Analysen und theologische Reflexionen. 3. unv. edition. Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt.
  • Shercliff, L. & Lane, L. (2019). Preaching Women: Gender, Power and the Pulpit. SCM Press.
  • Stoorvogel, H. (2019). Moving Sermons: Studies into the Persuasive Effects of Preaching. https://research.utwente.nl/en/publications/moving-sermons-studies-into-the-persuasive-effects-of-preaching
  • Thomas, F.A. (2016). Introduction to the Practice of African American Preaching. Nashville: Abingdon Press.
  • Thomas, F.A. (2018). How to preach a dangerous sermon. Nashville: Abingdon Press.
  • Vervoorn, P. (2014). Geloofwaardig spreken. Van preek tot presentatie. Utrecht: Kok. http://www.geloofwaardigspreken.nl

 

Theo (dr. T.T.J.) Pleizier is universitair docent Praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen.
E