Jaargangen

Logo

Redactie: Alma Lanser-van der Velde, Dick Tieleman & Evert Jonker

 

'En behalve (een) kostbare verzameling van leerredenen, bezat ik een dito van schetsen, die ik bijna nog hoger achtte, de zuur gewonnen vrucht van het schetsencoilege. Dat schetsencoilege, o als ik er nog aan denk, welk een arbeid het mij gekost heeft! Wat waren die schetsen netjes. Al de delen en onderdelen konden uit elkander warden genomen en weer in elkaar gezet, als een kinder-legspel... En wanneer dan de goede professor verscheen, al hadden wij er lange winteravonden met vereende krachten aan gearbeid, dan moest er toch altijd de schaaf nog eens opgezet... Wanneer ik nu deze kostbare, gepolijste schetsen in handen krijg, dan schijnen ze mij schaduwen zonder wezen, mathematische figuren zander lichaam, geraamten die nimmer geleefd hebben...'

Koetsveld, C. E. van. (1978). Schetsen uit de pastorie te Mastland (1843). Wageningen. pp. 43 v.

In deze herkenbare ervaring gaat het over het maken van preek-schetsen, die kennelijk rond 1840 van de academie werden meegenomen naar de eerste gemeente. Van Koetsveld vat zijn probleem beknopt samen: 'onze hogescholen zijn wel geschikt om godgeleerden te vormen, maar leraars vormen ze niet' (44). Het is komisch te lezen hoe hij in de pastorie worstelt om het geleerde voorbereidingsschema in praktijk te brengen. De gemeente blijkt een goede en harde leerschool te zijn voor zijn wijze van preken. Zo doende wordt uit 'de theologant en retor een dorpspredikant geboren' (46). Daarmee valt voor hem dc theologie niet weg, maar 'het is niet genoeg dat de predikant ingenomen is met de zaak waarvan hij spreekt; hij moet ook gehecht zijn aan de mensen, waartoe hij spreekt. Hoc zijn die mensen? Waartoe komen ze? Hoe horen ze ons?' (47v.).

Ook al is het voorbeeld van preken typisch protestants, ver-zuchtingen over het onpraktische van de theologie­studie klinken de eeuwen door. Van Koetsveld beseft dat de scholing ook in de pastorie doorgaat. Hij onderscheidt - met moderne termen gezegd - tussen dc theologische theorie (leerredenen), de praktische vorming in een preekschetscollege en de leerschool van de praktijk. En passant geeft hij een visie op de predikant die bemiddelt tussen de zaak en de hoorders. Daarmee raakt hij aan de ingrediënten van ons themanummer, waarin de rol van de theologische theorie in de praktische vorming wordt verkend.

Bij praktische vorming denken we aan dat onderdeel van de theologiestudie, waarin de praktijk in de vorm van stages, super­visie, trainingen en praktische oefeningen in het vizier komt. We hebben het over een vorm van 'learning by doing', die de attitude van de pastor versterkt, gericht is op vaardigheden en werkt met kennis en inzicht. Onder theologische theorie verstaan we een samenhangend geheel van uitspraken, die in het spanningsveld tussen enerzijds de wereld van bijbel en traditie en anderzijds de wereld van nu zijn ontstaan en verwoord. Het theologische karakter van de theorie houdt in dat in de samenhangende beschouwing de wereld wordt bezien in relatie tot God. Aangezien we van doen hebben met christelijke theologie, zijn de herinnering en verwachting die in de theologische theorie zijn gearticuleerd fundamenteel en historisch verbonden met het Exodusgebeuren en het leven, het sterven en de opstanding van Jezus Christus. Op het veld van de praktische vorming werken theologische theorie en de praktijk op elkaar in. We hopen dat de bijdragen laten zien dat in de praktische vorming de theologische theorie in actu een rol speelt.

De overkoepelende vraagstelling van dit themanummer luidt: welke rol speelt theologische kennis in de praktische vorming van de pastor? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, hebben we enkele opleiders gevraagd voor ons op te schrijven hoe in de door hen begeleide praktische oefeningen, training, supervisie of nascholing de relatie tussen inhoud en praktijk gestalte krijgt. We hopen dat we langs deze weg ook meer inzicht krijgen in de visie van de auteurs op de relatie tussen theorie en praktijk, die schuilgaat in deze (beschrijving van) praktische oefeningen, supervisie, training en nascholing. Deze vraag, zo blijkt uit de bijdragen, is gecompliceerder dan we tijdens de voorbereiding reeds bevroedden. Dat komt mede doordat in de beantwoording van de vraag andere dimensies niet buiten beschouwing konden blijven, zoals de veronderstelde leertheorie, het beroepsbeeld van de pastor en spirituele en persoonsvormen.de aspecten.

Onze aanpak is exemplarisch. We beperken ons tot praktische vorming in een universitaire setting en tot nascholing op Hydepark jn de Klinische Pastorale Vorming en de Pastoraal Psychologische Leergang. Uiteraard gaat onze probleemstelling ook op voor HBO-instellingen en voor andere nascholingsmogelijkheden zoals de cursus contextueel pastoraat. We hebben de praktische vorming niet of nauwelijks in relatie gebracht tot het onderwijs in de andere vakken van de theologische encyclopedie en evenmin verbonden met de vernieuwingen die op stapel staan met de invoering van het bachelors en masters. Ons tijdschrift besteedde eerder aandacht aan de professionaliteit van de pastor, zoals in het themanum­mer De pastor als theoloog. Over de betekenis van theologische theorie voor het pastoraal handeten (1998/3). We verwijzen verder alleen nog naar de discussie tussen Zondag en Schilderman over de bekwaamheid en professionaliteit van de pastor (PT 1999/5) en naar een artikel, dat J. Schilderman en anderen schreven over de pastorale bekwaamheid als kerkelijke survival-strategie (1995/2). lngrijpende veranderingen in kerk en samenleving leiden tot herbezinning op de opleiding tot pastor. Van der Ven schreef er een boek over (Pastoraal perspectief. Vorming tot reflectief pastoraat, Kampen 2000).

Dit themanummer bestaat uit drie delen. In het eerste deel (inter­views) spreken we met vier pastores, twee mannen en twee vrouwen.Twee van hen hebben de opleiding een aantal jaren gelden afgerond en zijn als basispastor werkzaam (Bas van der Graaf en Margot Strack Schijndel). Een pastor (Jan Groot), op dit moment geestelijk verzorger in een instelling, volgde de Klinische Pastorale Vorming (KPV). De vierde, ook een basispastor (Astrid Gouma) deed niet alleen mee aan de KPV, maar rondde ook de Pastoraal Psychologische Leergang (PPL) af. We vragen deze pastores naar de wisselwerking tussen theorie en praktijk in hun opleiding, nascholing en in hum praktisch handelen. Aan het slot van dit deel worden op basis van deze interviews enkele lijnen getrokken. Tegelijk wordt een brug geslagen naar het tweede deel.

In het tweede deel doen opleiders verslag (opleiding en nascho­ling). Hen is gevraagd naar de opzet en omvang van de cursus, naar de plaats in het geheel van de praktische vorming, naar de visie op de relatie tussen theologische theorie en praktijk, eventueel gerelateerd aan de visie op de kerk en op ambt, persoon en professionaliteit van de pastor.

De lezer ontvangt inzicht in een cursus praktische ecclesiologie met een observatiestage in gemeenten met een evangelisch-charismatische insiag (Henk de Roest). Vervolgens laat Ciska Stark ons in de keuken kijken van een liturgisch-homiletisch practician in het afrondingsjaar van de predikantsopleiding. Ze maakt ons ook deelgenoot van de verwerking van deelnemers. Daarna beschrijft Ab Polspoel hoe in de supervisie in de pastorale oplei­ding de hermeneutische competence wordt verworven en hoe daarin verlegenheden ten aanzien van de geloofsinhoud en de eigen rol aan het licht komen. Dan volgen drie artikelen over dc nascholing. Theo Witkamp komt met een overzicht van de verplichte en vrijwillige nascholing van predikanten op het theologisch seminarium Hydepark. Hij formuleert onder andere een reeks competenties, waaraan Hydepark een bijdrage beoogt te leveren. In het artikel over de Klinische Pastorale Vorming worden we tevens geïnformeerd over de veranderingen van de con­text, die consequenties hebben voor de opzet van deze 75 jaar oude manier van vorming met haar interactie tussen de living human documents (patiënten en pastores) en dc theologische modellen en begrippen (Sjaak Korver). De KPV richt zich op de professionele biografie. Met de vraag: wie ben ik als pastor en wat heb ik professioneel te bieden in mijn specifiek organisatorische context, komt de theologische theorie aan bod. Daarna laat Lia Vergouwen zien hoe in de Pastoraal Psychologische Leergang met name pastoraalpsychoiogische theorie en het praktisch handelen van pastores zijn verbonden en ook hoe de supervisie daarin een plek heeft. Ze geeft een voorbeeld van de worsteling van een pas­tor met de relatie tussen theologische kennis en pastoraal-psychologische inzichten. Een analyse van de beschrijvingen van de opleiders in hcl perspectief van de relatie tussen theologische theorie en praktische vorming besluit dit deel.

In het laatste deel (reflecties) worden drie aspecten nader uitgewerkt. Anke Hoenkamp benadrukt de achtergrond en het belang van persoonsvorming en spiritualiteit. Alma Lanser bespreekt de verhouding tussen theorie en praktijk vanuit twee verschillende visies op leerprocessen. Haar betoog is een pleidooi voor een opvatting over leren, waarin denken en handelen als eenheid wor­den beschouwd. Zo wordt voorkomen dat theologische kennis wordt losgemaakt van de concrete context. Dick Tieleman schetst de ontwikkeling van de praktische vorming. Ze is ontworpen vanuit de praktische theologie, hetgeen ook haar zwakte is. Verder staat hij stil bij de theologische status van de praktische vorming en ten slotte toont hij aan hoe theologische keuzes in hoge mate bepalend zijn voor de praktische vorming in de opleiding. Het hele artikel door houdt hij het profiel van de pastor van morgen in gedachten.

 

INLEIDING
Evert Jonker, Ter inleiding. Theologische theorie en praktische vorming

DEEL I - INTERVIEWS
Evert Jonker, Ten diepste gaat het om levenskunst. Interview met Has van der Graaf
Alma Lanser, Als een vis in het water. Interview met pastor Margot Strack van Schijndel
Dick Tieleman, De snaren bijstemmen. Gesprek met Jan M. Groot, r.-k. pastor
Evert Jonker, Het Seven moet er in zitten. Interview met Astrid Gouma
Evert Jonker, Theorie en praktijk in vier interviews - Intermezzo I

DEEL II - OPLEIDING EN NASCHOLING
Henk de Roest, Theorie en praktijk in de praktische ecclesiologie
Ciska Stark, Leren voorgaan in de liturgie
Arthur Polspoel, Praktische Vorming Pastoraat. Over het verwerven van hermeneutische competence
Theo Witkamp, Praktijk en theorie in de verplichte en vrijwillige nascholing op het Theologisch Seminarium Hydepark
Sjaak Korver, Theologie in de Klinische Pastorale Vorming
Lia Vergonwen, De Pastoraal Psychologische Leergang. Een grotere zekerheid en een geringer weten
Evert Jonker, Theorie en praktijk in opleiding en nascholing - Intermezzo II

DEEL III - REFLECTIES
Anke Hoenkamp-Bisschops, Persoonsvorming en spirituele vorming van de pastor in opleiding
Alma Lanser, Denken en doen. De verhouding theorie en praklijk in de praktische vorming van de pastor
Dick Tieleman, Praktische vorming in de theologische opleiding. Bestandsopname en kritische reflectie

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn