2021

Handelingen logo01A

(Leestijd: 6 - 11 minuten)

Themaredactie: Frans Wijsen & Francisca FolkertsmaHandelingen2021 3 omslag

Wijsen FransTHEMACLUSTER - TEN GELEIDE | Frans Wijsen
Water: toegang tot leven

‘Toegang tot schoon drinkwater is een onvervreemdbaar en fundamenteel mensenrecht verankerd in de waardigheid die ieder mens als schepsel van God in zich draagt. Mensen de toegang tot water ontzeggen, is hen de toegang tot het leven weigeren. Wie dat doet laadt een grote morele schuld op zich.’
Paus Franciscus, Laudato Si, Nr. 30

U kunt de het hele inleidende artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema.
In dit document vindt u ze allemaal bij elkaar, incl. direct aanklikbare links.

 

THEMACLUSTER | Jan Jorrit Hasselaar
De Geest zweeft over de wateren?!
Over een politiek van hoop op watervragen

In de Paasnacht wordt in diverse kerken het water gezegend. In die nacht klinkt het bijvoorbeeld in de oud-katholieke liturgie: ‘Uw Geest zweefde bij het begin van de wereld over de wateren, opdat zij toen reeds de kracht der heiligmaking zouden ontvangen’ (Oud-Katholieke Kerk van Nederland 1993, 127). Via het Exodusverhaal beweegt de liturgie zich naar het zegenen van het water vandaag de dag, zodat water ook in het nu een kracht kan zijn ‘… om heel de mensheid te vernieuwen’ (OKK 1993, 128). In protestantse en rooms-katholieke vieringen vinden we een soortgelijke liturgie in de Paasnacht.
Dit gebruik in de paasliturgie lijkt haaks te staan op de dagelijkse realiteit. In onze tijd van klimaatverandering lijkt water dikwijls meer een destructieve kracht dan een helende kracht te zijn. Een legitieme vraag die gesteld kan worden is of de Geest vandaag de dag nog wel ‘over de wateren zweeft’.
Dit artikel vindt zijn inbedding in het veld van ecotheologie. Het verkent een politiek van hoop. Eerst richt ik me op het werk van Jonathan Sacks. Daarna presenteer ik een case study uit Kaapstad.

 

THEMACLUSTER | Nienke Fortuin
Overheersing, rentmeesterschap of holisme?
Levensbeschouwing en de relatie tussen mens en water

In veel culturen heeft water een religieuze of spirituele betekenis. Voor een goed waterbeheer is het dan ook belangrijk dat we ons bewust zijn van het bestaan van verschillende ontologische visies op water (Jepson et al. 2017). Water speelt als oerelement een belangrijke rol in de scheppingsverhalen van vele culturen en tradities. Het leven is voortgekomen uit het water, en water symboliseert zowel leven, wedergeboorte als vernietiging (Peppard 2016, 286).
Water komt voor in 514 verzen van de Nieuwe Bijbelvertaling, waar het zich in allerlei facetten toont: als oerkracht, als zuiverend en reinigend element, als overrompelende, dreigende of vernietigende kracht en als levengevend beginsel. Water boetseert ons landschap, vormt ecosystemen, bevordert of belemmert het leven van flora en fauna en is onmisbaar voor onze samenlevingen, economieën en culturen (Peppard 2016, 285).
Omdat de waterproblematiek waar we mondiaal voor staan niet alleen een kwestie is van technologische oplossingen maar ook van principiële keuzes, kan onze levensbeschouwing een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van deze problemen (Chuvieco 2012). Onze levensbeschouwing is verbonden met de wijze waarop we omgaan met de natuur. Geertz (1973, 89, 126-127) stelt dat religies een betekenisvolle relatie demonstreren tussen de waarden van mensen (ethos) en hun beeld van hoe de dingen zijn in de onversneden realiteit; hun meest omvattende idee van orde (world view).
Enerzijds biedt onze levensbeschouwing een model van de werkelijkheid, omdat deze een beknopte formulering geeft van de aard van de werkelijkheid. Onze levensbeschouwing biedt een kosmologie die ingaat op het ontstaan van het universum en een ontologie die inzicht biedt in ons zijn ten opzichte van het zijn van andere levende wezens.
Anderzijds biedt onze levensbeschouwing een model voor de werkelijkheid, omdat deze ons als het ware een sjabloon aanreikt om daadwerkelijk een werkelijkheid met een zodanig karakter voort te brengen (Geertz 1973, 95, 123). Onze levensbeschouwing biedt een waardeleer (axiologie) die richtlijnen verschaft voor ons handelen. Onze levensbeschouwing biedt dus niet alleen een model van onze relatie tot het ons omringende water, maar ook een model voor hoe we ten opzichte van dit water dienen te handelen.
Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag: Welke relatie tussen mens en water volgt uit onze levensbeschouwing, en hoe weerspiegelt zich dat in onze omgang met water?

THEMACLUSTER | Tjirk van der Ziel
De groene groeistuipjes van modern waterbeheer

De ‘Groene Kerk’ is in opmars. ken met pakweg tien jaar geleden zijn veel meer kerken bezig met duurzaamheid. Vooral energiemaatregelen zijn populair, zoals het plaatsen van zonnepanelen. Initiatieven op het gebied van water komen nog weinig voor. Een gemiste kans, juist nu klimaatverandering steeds vaker leidt tot extremer weer, zoals langdurige droogte afgewisseld met heftige buien. We moeten op een andere manier met water leren omgaan, en de oplossing ligt op het lokale niveau. Voor kerken betekent dat de herontdekking van de eigen plaats, te beginnen met de ondergrond. Het ophalen en inzetten van lokale kennis biedt onvermoede mogelijkheden om als christenen het voortouw te nemen.
Hoe staat het met de duurzaamheid in kerken? Met die vraag werd in 2019 een eerste, verkennende studie gestart. De resultaten onder katholieke parochies en protestantse gemeenten laten zien dat zij hun verantwoordelijkheid willen oppakken waar het gaat om de verduurzaming van de samenleving (Hense, Bernts, Kregting 2019; Van der Ziel 2021). Dat uit zich in verschillende initiatieven met als favoriet het opwekken van eigen energie.
Maar water is een vreemde eend in de bijt, vooral in protestantse kring. Een op de twintig kerken heeft een regenton; een wadi of eigen bron heeft bijna geen enkele gemeente, evenmin als kranen met sensoren om verspilling tegen te gaan. Bij de katholieke parochies ziet het beeld er iets anders uit. Daar heeft een op de zes een regenton, en ook een wadi of eigen bron komt er vaker voor. Toch blijft veel potentie onbenut.
Natuurlijk is water voor Nederland altijd van levensbelang geweest. Watermanagement was zelfs een levensvoorwaarde voor het ontwikkelen van onze laaggelegen delta aan de Noordzee. Maar het is de vraag of we het water de baas blijven. We krijgen steeds vaker te maken met andere weerpatronen, waardoor neerslaghoeveelheden sterker schommelen. Bovendien voorspellen onderzoekers een stijging van de zeespiegel, met grote gevolgen voor met name het westen van het land. Volgens cultuurhistoricus Lotte Jensen is het beter om op een andere manier naar de natuur te kijken: niet vanuit de overwinning óp het water, maar (opnieuw) leren leven mét het water.

‘Vroeger betekende een overstroming dat God ons strafte en dat we ons gedrag moesten verbeteren. We moeten ons bewust worden dat het gedrag van mensen impact heeft op hun omgeving – wat dat betreft ben ik dus wel voor een seculiere variant van zondebesef.’ (Jensen 2019)

Onze omgang met water raakt de basis van het leven. Wetenschappers houden zich al decennialang bezig met manieren om de voedselproductie wereldwijd op te schroeven. Niet alleen de wereldbevolking neemt tot 2050 naar verwachting met twee miljard mensen toe, ook het eetpatroon verandert van minder plantaardige naar meer dierlijke producten. Beide ontwikkelingen leggen een enorme druk op milieu en landgebruik, en daarmee op de beschikbaarheid van zoet water (Harvey 2021).
Als we de opwarming van de aarde weten te beperken tot 1,5 à 2 graden Celcius, dan komt hooguit 8 procent van de mondiale voedselproductie in gevaar. Lukt dat niet, dan dreigt maar liefst een derde van de oogsten verloren te gaan. Het grootste risico schuilt in het opdrogen van waterbronnen. Tot 2100 komt er vier miljoen vierkante kilometer aan nieuwe woestijn erbij, dat is vier keer een land als Egypte.

 

THEMACLUSTER | Osman Celil Ziylan
Het belang van water in de islam

Een van de belangrijkste vraagstukken van deze eeuw is water. Uit het wereldwaterrapport van de Verenigde Naties blijkt dat alle staten in de wereld de komende jaren zeer serieuze maatregelen moeten nemen met betrekking tot het waterverbruik. Zuurstof en water zijn de belangrijkste dingen voor het voortbestaan van het leven in deze wereld. Met de klimaatverandering zien we dat 1,2 miljard mensen problemen hebben om aan schoon water te komen; zij moeten migreren uit de gebieden waar ze wonen. Dat de drinkwatervoorraden met 20 procent zijn afgenomen, vooral in Afrika en Azië, geeft aan hoe ernstig het probleem de komende jaren zal zijn en dat soortgelijke problemen op elk moment in de rest van de wereld kunnen ontstaan.

 

THEMACLUSTER | Frans Wijsen
Ruimte geven aan de rivier
Van Waal Weelde naar Welang Weelde

In de literatuur over waterbeheer wordt algemeen erkend dat milieuvraagstukken, zoals verontreiniging en overstromingen van rivieren, niet alleen technisch of financieel van aard zijn, maar ook gedragsmatig en interpretatief. Of we milieuvraagstukken interpreteren als uitdagingen, veranderingen of crises, hangt af van onze cognitieve frames (Hajer 2002; Fliervoet 2011). Bovendien handelen mensen vaak niet op basis van waarneming van feiten, maar op basis van hun interpretatie daarvan.
In dit artikel vraag ik me af wat religiewetenschap kan bijdragen aan duurzaam en integraal waterbeheer. Ik zal eerst ingaan op het Waal Weelde-project dat de Radboud Universiteit heeft geïnitieerd. Vervolgens laat ik zien hoe de in dit project opgedane kennis wordt gedeeld met partners in Indonesië, in gezamenlijke (Nederlands-Indonesische) onderzoeksprojecten naar de relatie tussen vervuiling en reinheid als religieus ideaal; ecotheologie en plastic afval; God, mens en natuur, Daarna keer ik terug naar Nederland om te kijken naar wat de Indonesische ervaring leert over religie en waterbeheer in onze eigen samenleving. Concluderend beantwoord ik de vraag wat religiewetenschap kan bijdragen aan integraal en duurzaam waterbeheer.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Het groene Overland

Beeldmeditatie bij een foto van een brug over de Drentsche Aa.
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE SCRIPTIE | Geke van Vliet
En regen viel op de aarde
(‘And rain fell on the earth’)
De kerk en klimaatverandering in Amsterdam

Masterscriptie januari 2021
Onderzoeksmaster Theologie en Religiewetenschappen, Faculteit Religie en Theologie
Vrije Universiteit Amsterdam
Begeleiders: Jan Jorrit Hasselaar, Johan Roeland

In november 2019 organiseerde de Faculteit Religie en Theologie (FRT) van de Vrije Universiteit Amsterdam een symposium ‘Water in Times of Climate Change’. Dit Watersymposium vormde een plek voor interdisciplinaire ontmoetingen om bruggen te kunnen slaan tussen verschillende partijen die zich bezighouden met klimaatverandering (FRT ca. 2019).
Naar aanleiding van dit symposium toonde een van de deelnemende organisaties, Rainproof Amsterdam, zich geïnteresseerd in de betrokkenheid van religieuze organisaties bij duurzaamheid in Amsterdam. Als netwerk van Waternet probeert Rainproof de stad aan te passen aan het veranderende klimaat (Amsterdam Rainproof z.j.). Hoewel het netwerk groeit, is er geen zicht op de betrokkenheid van religieuze organisaties bij de klimaataanpak in Amsterdam. Rainproof bleek nieuwsgierig hiernaar, wat de aanleiding vormde voor het huidige onderzoek. Deze thesis bespreekt daarom hoe kerken die zijn aangesloten bij de christelijke organisatie GroeneKerken zich positioneren in het veld van klimaatactie en duurzaamheid in Amsterdam.

 

BOEKBESPREKING | Henk van Schaik
‘Water & erfgoed’
Materiële, bestuurlijke en spirituele verbindingen

In 2012 startte Diederik Six, toenmalig president van het Nederlandse comité van de International Council on Monuments and Sites (ICOMOS), het adviesorgaan van UNESCO voor cultureel erfgoed, het Water en Cultureel Erfgoed-initiatief. Het doel was om de disciplinaire en institutionele afstand tussen de wereld van het culturele erfgoed en het waterbeheer te overbruggen.
Diederik Six, restauratiearchitect, nodigde mij, waterdeskundige, uit om samen de twee ‘werelden’ bijeen te brengen. Onze eerste activiteit was de internationale conferentie ‘Protecting delta’s, heritage helps’ gehouden in Amsterdam in 2013. Deze conferentie resulteerde in de publicatie Water and Heritage: material, conceptual and spirtual connections, gepresenteerd tijdens het zevende Wereld Water Forum, dat werd gehouden in Daegu, Zuid-Korea in 2015.

In deze reflectie wordt begonnen met een samenvatting van het boek. Vervolgens wordt ingegaan op de betekenis van watergerelateerd cultureel erfgoed voor huidige wateropgaven, de titel van het boek, en daarna op de verbondenheid van de materiële, bestuurlijke en spirituele aspecten in het waterbeheer, de ondertitel van het boek. Ten slotte wordt beschreven welke weg of ‘camino’ het Water and Cultureel Erfgoed-initiatief is gegaan sinds 2015.

 

 

BOEKBESPREKING | Samira Ibrahim
‘Bouwen met natuur’
Integraal onderdeel van duurzame ontwikkelingen

In deze bijdrage bespreek ik het recentelijk uitgegeven boek Building with Nature van Van Eekelen en Bouw. In de samenvattende weergave van de inhoud van dit boek wordt met nadruk besproken welke specifieke rol water inneemt in het ‘Building with Nature’-proces. Daarnaast wordt in deze bijdrage ingegaan op de rol van religie en religieuze gemeenschappen in dit concept: welke toegevoegde waarde levert dat op en hoe kunnen religieuze gemeenschappen het beste worden betrokken bij dit proces?

 

(Leestijd: 3 - 6 minuten)

Zee Theo zw verkleindThemaredactie: Theo van der ZeeHandelingen2021 2 omslag

THEMACLUSTER - INLEIDING | Theo van der Zee
Weten wat te doen
Actualiteit en urgentie van praktische wijsheid

Werkers in de zorg, de kerk en het onderwijs worden net als andere professionals geacht te weten wat te doen. Ze komen in hun werk voor situaties te staan waarin soms wel en soms niet of maar nauwelijks duidelijk is wat er aan de hand is. Om dan te weten wat hen te doen staat, hebben professionals niet enkel ambachtelijkheid maar bovendien nood aan praktische wijsheid. Altijd is praktische wijsheid nodig, maar dringend gewenst als zich situaties voordoen waar maar beperkt zicht is op waar het om draait. Omdat professionele contexten gekenmerkt worden door complexiteit en ambiguïteit, lijkt praktische wijsheid momenteel meer dan ook gewenst. Dit themanummer geeft zicht op praktische wijsheid in professionele contexten als zorg, kerk en onderwijs en wil gelezen worden als een pleidooi voor meer ruimte voor praktische wijsheid.

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema.
In dit document vindt u ze ook.

 

THEMACLUSTER | Andries Baart
Praktische wijsheid – een onmisbare maar verwaarloosde professionele deugd

Mensgerichte beroepsbeoefenaren kunnen het niet stellen zonder praktische wijsheid. Maar wat is dat en waar is praktische wijsheid goed voor? Die twee vragen worden in deze bijdrage opgehelderd. Ik houd me sinds 2006 bezig met praktisch wijze professionaliteit en heb er veelvuldig over gepubliceerd – om die reden verwijs ik in de tekst zelf slechts globaal en verwijs ik naar een klein overzicht van essentiële en nuttige bronnen dat opgenomen is bij de Tips in het themagedeelte van dit Handelingen-nummer.

 

THEMACLUSTER | Ciska Stark & Hans Schaeffer
Praktische wijsheid en de opleiding tot werker in kerkelijke praktijken

Waar halen pastores en geestelijk verzorgers in de huidige tijd hun wijsheid vandaan? Hoe kunnen opleidingen voor deze complexe en onzekere tijd goed opleiden? Welke belangrijke academische keuzes en visies staan hier op het spel? Pleidooi voor doordenking én gebruik van het concept praktische wijsheid, meer en explicieter dan nu gebeurt.

 

THEMACLUSTER | Theo van der Zee
Aanvoelen en openhouden
Praktisch wijs handelen in de school

Leraren hebben in hun professionele handelen te maken met de ambiguïteit en contingentie van de onderwijspraktijk, met het oog op het realiseren van goed onderwijs. Leraren zullen daarom voortdurend wikken en wegen. Ze moeten zowel in staat zijn aan te voelen wat verschil maakt en wat er speelt, als ook de toekomst openhouden: twee cruciale aspecten.

 

THEMACLUSTER | Willem Marie Speelman
Een franciscaans wonderverhaal en de harde realiteit van geestelijk verzorger

De vraag naar praktische wijsheid hoor je nogal eens in de peinzende vorm: ‘Wat is wijsheid?’ oftewel: ‘Wat moeten we in godsnaam doen?’ Het is een vraag die gesteld wordt als de gewone manier van doen niet meer blijkt te werken. Dan helpen soms oude verhalen, die je de goede richting wijzen.

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
‘Denker des Vaderlands’ Paul van Tongeren

Tongeren Paul vanPaul van Tongeren (1950) is een Nederlands filosoof en theoloog, gespecialiseerd in ethiek. Van 1986 tot 1991 was hij te Leiden vanwege de Radboudstichting bijzonder hoogleraar in de wijsbegeerte in relatie tot de katholieke levensbeschouwing. In 1990 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar in de wijsgerige ethiek en de wijsbegeerte in verband met het recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Op 11 december 2015 hield hij in de St. Stevenskerk te Nijmegen zijn afscheidsrede. Vanaf april 2021 mag hij als Denker des Vaderlands de stem van de filosofie in het publieke debat laten klinken.

Wat houdt in uw ogen praktische wijsheid in?
‘Praktische wijsheid is een van de manieren waarop de aristotelische deugd van phronèsis of prudentia vertaald wordt. Ik vertaal die zelf het liefst met praktische verstandigheid of morele verstandigheid. Maar praktische wijsheid is tegenwoordig een veelgebruikte term daarvoor. Ik zal het proberen op te vatten als een aanduiding van wat bij Aristoteles phronesis heet.’

 

SLOTREFLECTIE | Hans Schilderman
Verstandigheid als professionele zorg

Aan de observaties over ‘praktische wijsheid’, neergelegd in de voorgaande artikelen door de diverse auteurs, verbindt Hans Schilderman drie conclusies, die voor het professioneel optreden van belang zijn.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De wijze zaaier

Beeldmeditatie bij Vincent van Gogh, ‘De zaaier met ondergaande zon’, Arlès, 1888
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Nienke Fortuin
Fortuin Nienke The search for meaning in later lifeThe search for meaning in later life: An empirical exploration of religion and death
Death Studies. Nijmegen Studies in Thanatology, Bd. 6. LIT Verlag Zürich 2020

24 augustus 2020
Radboud Universiteit

(On)voltooid? Ouderen op zoek naar zin
Mijn promotieonderzoek richtte zich op de zoektocht naar zingeving door ouderen. Het fenomeen van ouderen met een ‘voltooid leven’, dat de laatste jaren veel publieke aandacht heeft gekregen in Nederland, laat zien dat het vinden van zin op hogere leeftijd niet vanzelfsprekend is. Want hoe vinden we zin in een leven dat steeds meer getekend wordt door afhankelijkheid, kwetsbaarheid, verlies en gebreken? Waar houden we ons aan vast wanneer de dood steeds dichterbij komt? En hoe vinden we überhaupt betekenis nu de religieuze ‘grote verhalen’, die sinds mensenheugenis de vragen rond leven en dood beantwoordden, veel van hun zeggingskracht verloren hebben?

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK | Henk Schoon
Ophef over een strofe
Het ‘Jeruzalemlied’ van Willem Barnard

‘Weg ermee!’ en ‘Nee, dat kan echt niet meer’ was de reactie in 2016, gevolgd door ‘Racistisch’ in 2020, toen er nieuwe commotie ontstond over een gewraakte strofe in een lied van Willem Barnard: ‘De negers met hun loftrompet, /de joden met hun ster, / ...
Is het niet van belang, alvorens een lied te schrappen of niet meer te zingen, de tekst eerst te doorgronden? Wellicht wil de strofe iets heel anders zeggen dan er in deze tijd in wordt gehoord.

 

TRENDBERICHT | Theo Pleizier
Trendbericht Homiletiek 2015-2020

Hoewel het alweer enige tijd geleden is dat een trendbericht homiletiek in Handelingen verscheen, blijft de preek aandacht krijgen, zoals in het recente themanummer De magie van het gesproken woord (2020/1). In dit trendbericht concentreer ik mij op een paar ontwikkelingen in het vakgebied van de afgelopen vijf jaar, 2015-2020.

Dit trendbericht is als uitgebreider op de website te lezen: klik op literatuurbericht

 

(Leestijd: 8 - 15 minuten)

Handelingen2021 1 omslagThemaredactie: Henk de Roest

THEMACLUSTER | Hans Schilderman
Participatief onderzoek in de praktische religiewetenschap

In zijn recente boek Collaborative Practical Theology. Engaging Practitioners in Research on Christian Practices voert Henk de Roest een warm pleidooi voor samenwerking in de praktische theologie tussen onderzoekers en onderzochten, wetenschappers en gelovigen. Eerder mocht ik zijn boek aan de Vrije Universiteit komen becommentariëren en een uitwerking van die lezing ligt hier voor.

Ik start met een persoonlijke noot voordat deze bijdrage een wat meer studieus karakter krijgt. Dat doe ik graag, ook al vanwege een lange relatie die ik met De Roest onderhoud; eertijds in de redactie van Handelingen en later in discussies die we voerden over het vak dat ons bindt.
‘Tolle et lege’ waren de woorden waarmee De Roest mij zijn boek aanvankelijk in een e-mail deed toekomen. ‘Neem en lees’ zijn de woorden die de aanleiding vormden voor de bekeringservaring van Augustinus, zoals beschreven in zijn Confessiones (VIII, 12). De oproep door God in een kinderstem aan deze kerkvader bracht Augustinus tot zijn afscheid van een sensueel leven in zonde en naar een toewending tot het lezen van de Schrift en daarmee tot een begrip van God.
Met die verwijzing naar Augustinus is de ambitie van mijn collega De Roest aanzienlijk. Ik suggereer daarmee niet dat De Roest een nieuw boek in de patrologie heeft geschreven, en minder nog dat hij zichzelf daarbij bovennatuurlijke kwaliteiten toedicht. Maar wellicht hoopte hij wel op een bekering van mij, om meer bottom-up theologisch geprofileerd onderzoek te doen met een directer belang voor de grassroots van het kerkelijk leven.
Die bekering heeft zich weliswaar nog niet voorgedaan, maar weerhoudt me ook allerminst om mijn bewondering uit te drukken voor het formidabele studiewerk dat door De Roest is verricht. Tegelijkertijd gaat zijn boek niet slechts over een bepaalde methodiek van onderzoek, maar wel degelijk ook over de status van de praktische theologie en de kennisbenutting van haar onderzoeksresultaten. Vandaar bespreek ik in deze bijdrage een aantal thema’s die hierop een voortgaande reflectie vormen, al blijf ik daarbij met het boek van De Roest in gesprek.

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. Dat betreft twee voorbeelden van 'Participatief onderzoek met behulp van change laboratory'.
In dit document vindt u ze bij elkaar in één document.

Cover boek Henk de Roest 550x834Daarnaast vindt u in het papieren nummer als tip info over het boek van Henk de Roest in Open Access.
Dat is deze info:

OPEN ACCESS PUBLICATION
Henk de Roest, Collaborative Practical Theology. Engaging Practioners in Research on Christian Practices, Theology in Practice 7,
Leiden: Brill, 2019. Als e-book vrij te downloaden via deze link: https://brill.com/view/title/56046

 

 

 

 

THEMACLUSTER | Sjaak Körver
Gelijkwaardig maar niet gelijk!?
Samenwerken in onderzoek

Het vorig jaar verschenen boek van Henk de Roest Collaborative Practical Theology (2020) beargumenteert overtuigend dat samenwerking tussen onderzoekers en professionals (en/of ook cliënten of burgers) de kwaliteit van het (empirisch) praktisch-theologisch onderzoek alleen ten goede kan komen. Deze samenwerking voorkomt dat de theologie naast de werkelijkheid blijft staan en dat zij antwoorden geeft op vragen die niemand heeft gesteld. In dit artikel wil ik vooral stilstaan bij de nuances, grenzen en beperkingen die met de samenwerking gepaard gaan.

Met dit artikel wil ik een bijdrage bieden aan de voortgaande reflectie over de samenwerking, onder andere gevoed door ervaringen met het Case Studies Project Geestelijke Verzorging waarvan Martin Walton en ik projectleider zijn (Walton & Körver 2017; Körver & Walton 2019), en waarin de samenwerking met geestelijk verzorgers uitdrukkelijk is gezocht (evenals de terugkoppeling van de casestudies aan de betrokken cliënten). Mijn bijdrage wil vooral een verbreding zijn van de kwestie.
In de twee eerste paragrafen beschrijf ik – enigszins anekdotisch – de dreigende teloorgang van de betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek en de noodzaak van afstemming op en samenwerking met professionals en cliënten. De voorbeelden komen vooral uit de sfeer van de geneeskunde en de sociale wetenschappen.
Daarna bespreek ik drie punten die mijn inziens de samenwerking in een bredere context plaatsen en ook relativeren, en laten zien dat deze samenwerking niet alle afstemmingsproblemen kan oplossen.

 

THEMACLUSTER | Jack Barentsen
Inbedding van theologische opleidingen in kerk en maatschappij

Sinds de publicatie van Practical Theology: An Introduction van Richard Osmer in 2008 beleeft het genre van inleidingen praktische theologie een ware hausse. Toen Collaborative Practical Theology van Henk de Roest verscheen, liep ik dan ook niet direct over van enthousiasme, behalve dan dat een collega praktisch-theoloog van Nederlandse bodem dit had gepubliceerd, en nog wel bij Brill in de goede serie Theology in Practice. Echter, De Roest slaagt er overtuigend in een nieuwe weg te wijzen voor wat hij ‘een ernstige tekortkoming’ in de uitoefening van praktische theologie noemt, namelijk ‘om academische praktisch-theologen, professionele praktijkbeoefenaars, alledaagse gelovigen, adviseurs en studenten bij onderzoek te betrekken’ (129, mijn vertaling). Ik wil graag een reactie geven op wat dit boek kan betekenen voor opleidingen theologie.

Herkenbaar
Allereerst roept dit boek veel herkenning op. Na mijn eigen opleiding theologie begin jaren 1980 bleek het inderdaad een enorm karwei de bijbelse talen te blijven gebruiken in de drukke praktijk van het missionaire werk waarin ik toen betrokken was. Hoewel ik bewust ruimte maakte voor academisch leesvoer, ging mijn aandacht vaker naar populaire kerkelijke literatuur die uitmuntte in (veronderstelde) vormen van best practice, die ik wellicht ook zelf kon gebruiken. Het bleek lastig de link te leggen tussen academische vaardigheden en teksten, en de missionaire praktijk. Dit bespeurde ik ook bij vele collega’s. Het etiket ‘ivoren toren’ leek een treffende manier om academisch onderzoek te positioneren – hoe treffend dat De Roest deze metafoor van een historisch kader voorziet en haar rehabiliteert op overtuigende wijze (253-261).

 

THEMACLUSTER | Monique van Dijk-Groeneboer
Niet zenden maar ontvangen

Met veel genoegen heb ik het boek van Henk de Roest gelezen waarin hij pleit voor samenwerkend onderzoek in de praktische theologie, waarbij onderzoeker en practicant gezamenlijk onderzoek verrichten. In deze bijdrage reageer ik met een methodologische doordenking, waarbij de focus ligt op de spanning tussen onderzoeker en practicant.

Praktisch-theologisch onderzoek doen betekent uit-der-aard: data verkrijgen vanuit de praktijk waarin de theologie zich bevindt, empirisch, in de ervaring. Dit mag uiteraard deductief zijn, waarbij hypothesen uit theorie zijn geformuleerd en daarna getoetst, of inductief, startend bij de praktijk zelf om een eerste theorie te genereren. Juist die laatste vorm is erg in trek bij studenten, is mijn ervaring.
Enerzijds komt dit doordat er weinig praktijktheorie voor handen is voor de huidige situatie in kerk en samenleving in ons land. Anderzijds ligt het kwalitatief onderzoek dat dit vervolgens entameert de studenten vaak goed, gezien hun pastorale interesse en vaardigheden. Hierbij is het onderscheid tussen onderzoek doen in de vorm van meestal een diepte-interview of het voeren van een pastoraal gesprek cruciaal. Hoewel de technieken dicht bij elkaar liggen is het doel dat men met het gesprek heeft wezenlijk anders. Ik kom hier aan het eind van dit artikel op terug, omdat het ook mijn visie bepaalt op samenwerkend onderzoeken.
Ik zal eerst enkele passages bespreken die mij zeer aanspraken in het werk van De Roest en mij behulpzaam zijn bij mijn betoog over de methodologische doordenking van samenwerkend onderzoeken. Vervolgens kom ik tot een reactie op dit essentiële aspect van samenwerkend onderzoek, namelijk de verschillende rollen in deze methodiek. De spanning in de rollen tussen onderzoeker en practicant heeft daarbij mijn focus. Ik eindig vervolgens met aanbevelingen om hierop alert te zijn en te reflecteren. Mijn bijdrage kan worden beschouwd als een soort aanvulling op wat in het mooie boek reeds staat aangeduid.

 

THEMACLUSTER | Jimme Keizer
Is ‘ontwerpen’ iets voor praktisch-theologen?

Praktisch-theologen willen niet alleen de onderwerpen en verschijnselen die zij bestuderen begrijpen, zij willen, dikwijls vanuit een sterke persoonlijke betrokkenheid bij hun onderwerp, die werkelijkheid helpen veranderen, verbeteren en vernieuwen. In wetenschappelijk onderzoek verdragen ‘begrijpen en ingrijpen’ elkaar vaak niet goed. Het onderzoek blijft te veel blijft steken in begrijpen en interpreteren en de actie, toepassing en implementatie blijven beperkt tot de nabeschouwing en de plichtmatige ‘future research questions’.

Hierin staan praktisch-theologen niet alleen. In de onderwijswetenschap (Stijnen, Martens & Dieleman 2009, 219), managementwetenschappen (Van Aken 2012, 3) en bestuurskunde kent men hetzelfde probleem. In al deze praktijkgerichte wetenschappen wordt veel verwacht van meer en betere co-creatie tussen onderzoekers, die de theorieën en concepten kennen, ontwikkelen en bediscussiëren, en ‘practitioners’, die in de complexe praktijk zoeken naar oplossingen en niet zitten te wachten op ‘algemeen geldende’ oplossingen.
De Roest stelt in zijn boek Collaborative Practical Theology dat onderzoek, waaronder praktisch-theologisch onderzoek, relevant moet zijn voor actuele maatschappelijke kwesties en voor een brede groep betrokken professionals. Daarvoor moet de praktische theologie afdalen uit de ivoren toren van de beschrijvende, beschouwende en verklarende studies over in cultuur ingebedde ervaringen, geloofsovertuigingen en waarden en de stap zetten naar de (kerkelijke) praktijk.

 

THEMACLUSTER - SLOTREFLECTIE | Henk de Roest
Co-creatie in onderzoek naar christelijke geloofspraktijken: spanningsvelden en mogelijkheden

Een respons van de auteur van Collaborative Practical Theology op de bijdragen van Hans Schilderman, Sjaak Körver, Jack Barentsen, Monique van Dijk-Groeneboer en Jimme Keizer die reageerden op het boek van Henk de Roest in dit themacluster van Handelingen.

Tijdens het schrijven van mijn boek Collaborative Practical Theology ontdekte ik dat het steeds meer de kant op ging van een pleidooi voor meer samenwerking in onderzoek tussen enerzijds praktisch-theologen en anderzijds predikanten, geestelijk verzorgers, kerkelijke werkers, pastorale werkers, pioniers, ouderlingen, diakenen en/of gemeenteleden of parochianen. Schrijvendeweg vond ik hiervoor steeds meer redenen.
Co-creatie in onderzoek vergroot in belangrijke mate de bruikbaarheid van empirisch-theologische inzichten, het voorkomt dat praktisch-theologen aan praktijkmensen voorschrijven hoe ze hun handelen kunnen verbeteren, het doet recht aan de eigen professionele inzichten en aan de rijkdom aan ervaringen die praktijkbeoefenaars zelf reeds hebben opgebouwd, kennis vraagt per definitie om meerdere perspectieven, en belangrijk, samen praktisch-theologisch onderzoek doen is gemeenschapsvormend.
Ik kon steeds meer redenen vinden waarom praktisch-theologisch onderzoek vraagt om co-creatie en er zijn intussen ook meerdere relationele onderzoeksbenaderingen, zoals bijvoorbeeld change laboratory en theological action research, die hiervoor veelbelovend zijn. Andere strategieën en methoden van onderzoek blijven van belang, zoals het survey of de kwalitatieve inhoudsanalyse, maar dan in een mixed methods approach, waarbij bijvoorbeeld de vragen van een survey (de items) mijns inziens niet zonder praktijkmensen geformuleerd kunnen worden.

 

BEELDMEDITATIE | René Rosmolen
Methodisch stappen zetten

Handelingen en praktijken vragen bij tijd en wijle om doordenking en methodische reflectie.
Ook tijden van besmetting nodigen ons uit tot methodische bezinning.
Waar sta ik? Waarheen ga ik? Waar is mijn blik op gericht?
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - ONDERZOEK | André Mulder & Thijs Tromp
Geloofsgemeenschappen en sociale inclusie van mensen met een verstandelijke beperking

Je zag hem van ver al aankomen. De pet op zijn hoofd, diep weggedoken in zijn kleren, die altijd net een laagje te veel bevatten voor mijn gevoel. Op zijn driewielfiets met zijn grote, glimmende bel en achteruitkijkspiegels. Iedereen in mijn geboorteplaats kende hem. Meervoudig gehandicapt zoals dat heet: licht spastisch, een lichte verstandelijke beperking en een linkerbeen dat trok. Hij praatte langzaam, een beetje lijzig. Ik kon hem vaak niet verstaan. Soms stopte die grote fiets bij ons groepje jongens, heel dichtbij. Hij wilde kennelijk contact met ons maken. Ik had geen flauw idee hoe ik dat moest doen. Verder dan een basale groet kwamen we niet. Hij kon je heel lang indringend aankijken, voor hij weer wegfietste. We lachten om hem. Ik begreep niet waarom God wezens zoals hij had geschapen. Op catechisatie werd verteld dat het kwam door de zondeval dat er gehandicapten waren. Maar hoe het precies in elkaar stak wist onze jonge dominee niet te vertellen. God hield wel erg veel van deze mensen, dat wel. Later kwamen er ‘bijzondere’ diensten voor mensen zoals Hemmo. ‘Wat zijn het toch een stumpers’, vond mijn moeder. Maar ze ging wel graag naar deze kerkdiensten toe omdat de boodschap zo eenvoudig werd gebracht en deze mensen ‘toch zo blij’ waren. Ik voelde me in die diensten niet thuis, voelde me wezenlijk vreemd ten opzichte van mensen met een beperking. Ik kon me niet met hen verbinden. Ik kon hun geheim niet zien, laat staan er bij in de buurt komen. Geen aansluiting. (Hessel & Mulder 2014, 9).

De eerste auteur (Hessel) schrijft over de tijd dat hij een puber was en niet wist aan te sluiten bij iemand met een beperking. Hij voelt zich ongemakkelijk in het contact met iemand die er anders uitziet en anders communiceert. Tegelijk neemt hij waar dat Hemmo, de jongen met meervoudige beperkingen, contact zoekt. Hij ziet een groepje jongens staan en wil er bij horen. Wat hij precies van hen verwacht in dat contact en hoe je dat als iemand uit de buurt zou kunnen realiseren, blijven open vragen.
De plaatselijke kerk had gelukkig een manier gevonden om aan mensen met een verstandelijke beperking zoals Hemmo ruimte te bieden door de diensten aan te passen. Maar die aanpassing leidde tegelijkertijd tot ongemakkelijke gevoelens bij andere kerkleden. Niet iedereen bezocht deze bijzondere diensten. Sommige mensen met een beperking maakten vreemde geluiden, soms werd er door iemand wat geroepen tijdens zo’n aangepaste dienst, en de zang was ook niet altijd zuiver. Niet alle gemeenteleden kunnen zoveel zogenoemde abnormaliteit of verstoring van de gebruikelijke orde verdragen.
Het thema dat in dit ervaringsverhaal aan het licht komt, is sociale inclusie van mensen met een beperking. De casus uit de jaren zeventig van de vorige eeuw is nog steeds actueel. Hoe kunnen we zorgen voor een inclusieve samenleving voor mensen met een beperking? Hoe worden we een inclusieve geloofsgemeenschap waarin iedereen ongeacht mogelijkheden en onmogelijkheden, ongeacht fysieke, sociaalpsychologische, culturele of intellectuele kenmerken zich welkom, erkend én ingeschakeld voelt? In dit artikel introduceren we een nieuwe onderzoeksplaats aan de Protestantse Theologische Universiteit waarin deze vragen worden onderzocht.

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Koos Tamminga
De gaven van ieder lid ontvangen
Inclusie in kerk en maatschappij

Wat kan de kerk bijdragen aan de gewenste inclusieve samenleving voor mensen met een beperking? En hoe zou het denken daarover gestimuleerd kunnen worden? Daarover ging het promotieonderzoek van Koos Tamminga.

Aanleiding en probleemstelling
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen meedoet? Dat is, heel eenvoudig gezegd, de centrale vraag achter dit onderzoek. Het antwoord kon niet zijn: door allerlei programma’s op te zetten voor mensen die nu niet voldoende mee kunnen doen. Dat is lang de antwoordrichting geweest waarin in kerk en maatschappij werd omgegaan met mensen met een verstandelijke beperking. Aangepast, speciaal, met mogelijkheden … We kennen de terminologie. Maar dan blijft het meedoen van deze groep toch een ander soort ‘meedoen’ dan dat van anderen. Het blijft beperkt tot een ‘ontvangend meedoen’, terwijl er weinig ruimte is voor echte bijdragen. In één woord kun je deze benadering omschrijven als een benadering van integratie: de mensen ‘zonder beperking’ maken ruimte voor ‘mensen met beperking’. De grenzen tussen deze groepen blijven echter grotendeels intact en worden niet bevraagd.
Een alternatieve benadering is die van het inclusieve denken. Het centrale verschil tussen integratie en inclusie zit hem in het feit dat bij inclusie aandacht wordt gevraagd voor de bijdrage die mensen met een beperking kunnen leveren. Dat impliceert een complete omkering van de blikrichting. Het is niet de ene groep die wat inschikt en zo net voldoende ruimte maakt voor de andere groep – nee, er is maar één groep. Tenminste, dat is het idee.
In mijn onderzoek kwam ik erachter dat dit idee, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de banenmarkt, zelden praktijk wordt. Een mooi woord als inclusie op overheidsbeleid plakken, garandeert dus nog geen succes. Hierom, en ook omdat de omschrijving van en reflectie op het begrip inclusie niet zo ver ontwikkeld is als wel zou moeten, hebben velen aarzelingen bij de term inclusie.

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Jasper Bosman
Beleving van het Heilig Avondmaal

Hoe wordt de viering van het Heilig Avondmaal in gereformeerde kerken in Nederland uitgevoerd, ervaren en gewaardeerd, en wat kan daarvan geleerd worden? Deze vraag staat centraal in het recent verschenen proefschrift van Jasper Bosman (2020). In dit artikel bespreekt hij de opzet van zijn onderzoek en de belangrijkste conclusies.

Je hoeft niet gereformeerd te zijn om te weten dat er veel over het avondmaal is geschreven, ook binnen de gereformeerde traditie. Meestal gaat het dan om exegetische literatuur, kerkhistorisch onderzoek of publicaties vanuit systematisch-theologisch perspectief. Ondanks enkele eerdere studies (Moore-Keish 2008; Tamilio III 2014; Robinson e.a. 2018) was er nog geen diepgaand empirisch onderzoek gedaan naar de vormgeving, beleving en waardering van het avondmaal binnen specifiek de gereformeerde traditie in Nederland. Het doel van dit onderzoek was om daar verandering in te brengen.

 

TRENDBERICHT | Armin Kummer
Pastoraalpsychologie 2017-2020

Dit bericht is hier op de website te lezen als Literatuurbericht

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
Diane Marie Hosking

Dian Marie Hosking is hoogleraar Relation Process aan Utrecht School of Governance en als associate verbonden aan Taos Institute. Ze heeft haar carrière gewijd aan ‘relationeel constructionisme’ en aanverwante methodologieën van onderzoek en transformatie. Samen met Sheila McNamee schreef ze Research and Social Change: A Relational Constructionist Approach (2012). Hierin overbruggen ze wetenschappelijke vormen van onderzoek en de dagelijkse activiteiten van beoefenaars. Ze introduceren onderzoek als een proces van relationele constructie en bieden hulpmiddelen aan beoefenaars die willen nadenken over hoe hun werk praktische effecten genereert.

 

Deze website gebruikt cookies. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u daarmee akkoord.