2020

Handelingen logo01A

(Leestijd: 8 - 16 minuten)

Handelingen2020 4 omslagEditieredactie: Marco Derks, Peter-Ben Smit & Karin Neutel

INLEIDING | Marco Derks, Peter-Ben Smit & Karin Neutel
Mannelijkheid en religie

‘Kunnen we ons niet gewoon beperken tot thema’s die er echt toe doen? Of is dit bedoeld als tegengif tegen feministische theologie?’ ‘Ja, dit soort onderzoek is echt belangrijk, want echte mannen vind je tegenwoordig nauwelijks meer!’ ‘Wat spannend, ik wist als man niet eens dat ik een gender had, ik dacht dat dat alleen iets voor vrouwen was!’ Dit soort reacties kun je krijgen wanneer je vertelt dat je je als theoloog wetenschappelijk bezighoudt met het thema mannelijkheid.

U kunt de het hele inleidende artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips vindt u ze bij elkaar in één document.

 

THEMACLUSTER | Ari Troost
Mannelijkheid in het Nieuwe Testament

Waarom zouden we aandacht besteden aan mannelijkheid in de Bijbel? Is dit een modieuze bevlieging, iets wat wij aan de Bijbel opdringen, omdat het onderwerp tegenwoordig zo speelt in de samenleving? Of is mannelijkheid iets wat ook in de Bijbel zelf van betekenis is?
Een blik op de wetenschappelijke literatuur van de afgelopen vijftien jaar over dit onderwerp leert dat we bepaald niet van een modieuze bevlieging kunnen spreken. De lijst van bijbelwetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar mannelijkheid in de Bijbel is aanzienlijk (om een paar te noemen: Mayordomo 2006; Penner en Vander Stichele 2007; Conway 2008; Creangă 2010; Creangă en Smit 2014; Wilson 2015; Smit 2017; Troost 2019). Wat dit onderzoek duidelijk maakt is dat mannelijkheid van grote betekenis is in de Bijbel, maar dat we op een nieuwe manier over mannelijkheid in de Bijbel moeten leren nadenken om dat goed te kunnen zien. In deze bijdrage wil ik inzage geven in de resultaten van het onderzoek en de mogelijke consequenties daarvan voor onze huidige theologische praktijk. Laat ik eerst een inbedding geven van het onderzoek.

 

THEMACLUSTER | Peter-Ben Smit
‘Jezus als queer? Ocharme ...’

De titel boven dit artikel is van Trouw-columnist Ephimenco en stond in 2018 boven zijn reactie op een opiniebijdrage van mijn hand, dat precies dat betoogde: de term ‘queer’ is uitstekend geschikt om Jezus, zoals hij in de (canonieke) evangelies geportretteerd wordt, weer te geven.
Bij deze columnist zorgde dit voor kortsluiting, gezien zijn samenvatting dat ik Jezus tot ‘een ‘queer’, een hybride creatie van genderstudies’ zou hebben ‘laten muteren’, iets wat hij graag in het laatje ‘extreme tot krankzinnige standpunten’ stopt.1 Natuurlijk ben ik Ephimenco erkentelijk voor de extra aandacht die hij aan dit belangrijke thema geeft. Zijn bijdrage is bovendien een prima uitgangspunt om te verhelderen waar het precies om gaat wanneer het woord ‘queer’ gebruikt wordt om Jezus van Nazareth te beschrijven.
Ik doe dit in drie stappen. Eerst geef ik aan wat er in genderstudies onder ‘queer’ verstaan wordt en hoe het begrip ingezet wordt om mensen te beschrijven. Vervolgens ga ik in op een perikoop uit het Evangelie volgens Marcus (7,24-30) en laat zien waarom ‘queer’ verhelderend kan helpen om Jezus’ genderidentiteit te beschrijven (meer dan het woord ‘mannelijk’ of het antoniem ‘onmannelijk’ of zelfs ‘vrouwelijk’). Ten slotte betoog ik dat bijbellezen met aandacht voor ‘queer’ identiteiten theologisch en pastoraal van belang is. Op deze manier hoop ik te laten zien wat de meerwaarde van ‘queer’ benaderingen is – juist en vooral ook voor mensen die zich (zoals ikzelf) niet als ‘queer’ zouden identificeren. De bijdrage borduurt voort op de bijdrage van Ari Troost (blz. 7-15) en is thematisch verwant met het uitdagende gedachte-experiment van Marco Derks (blz. 23-33). Beide auteurs ben ik ook schatplichtig als het om denken over gender en queer benaderingen gaat.

 

THEMACLUSTER | Marco Derks
‘Je kunt ook overdrijven’
Mannelijkheid, vegetarisme, homoseksualiteit en religie

Dit artikel focust op de manieren waarop vegetariërs, homo’s en gelovigen in de Nederlandse (en breder westerse) context afwijken van hegemonische mannelijkheid. Besproken wordt de rol van mannelijkheid in een zevental negatieve sociale typeringen van deze ‘afwijkende’ categorieën van mensen, met de bedoeling tevens perspectieven te openen op manieren waarop deze drie queer positionaliteiten elkaar zouden kunnen versterken.

‘Ben je zo geboren of is het omdat je van dieren houdt?’ Die vraag stelde een jongen van zes aan zijn oom toen deze vertelde dat hij vegetariër was.1 Eerder had de jongen vermoedelijk geleerd waarom zijn oom niet met een vrouw maar met een man getrouwd was. Met zijn vraag leek de jongen die twee zaken met elkaar te verbinden. De uitdrukking ‘zo geboren zijn’ wordt namelijk vaak gebruikt om te benadrukken dat iemand die ‘houdt van’ mensen van hetzelfde geslacht daar niet voor heeft gekozen maar deze gevoelens als ‘aangeboren’ beschouwt. Het vegetarisme van zijn oom lijkt in de beleving dan deze jongen van dezelfde orde als diens homoseksuele oriëntatie.

In dit artikel analyseer ik de discursieve en conceptuele relatie tussen homo’s en vegetariërs. Hieraan voeg ik nog een derde ‘afwijkende’ categorie mensen toe: gelovigen. Hoe wijken hun manieren van doen af van die van de meerderheid, niet alleen in hun zelfpresentatie maar vooral in de manier waarop ze door deze meerderheid gepercipieerd en geëvalueerd worden?
Door middel van een intersectionele benadering wijs ik op de rol van mannelijkheid in evaluaties van vegetarisme, homoseksualiteit en religie. Ik laat zien dat (bepaalde) vegetariërs, homo’s en gelovigen – en met name de mannen onder hen – een queer positionaliteit hebben. Queer is niet iets dat zij als het ware ‘van nature zijn’, maar een al dan niet intentionele performance, een positionaliteit in verhouding tot een hegemonische sociaal-culturele normativiteit (Halperin 1995, 62). Hoewel queer theorie daarbij aanvankelijk vooral aan heteroseksuele normativiteit dacht, gaat het tegelijkertijd ook normen over gender en etniciteit (intersectionaliteit). Dit artikel focust op de manieren waarop vegetariërs, homo’s en gelovigen in de Nederlandse (en breder westerse) context afwijken van hegemonische mannelijkheid.

 

THEMACLUSTER | Laura Dijkhuizen
De Ghanese pastor als papa van zijn gemeente

Vanwege mijn voorliefde voor het Afrikaanse, onze geadopteerde dochters uit Mozambique en mijn werk heb ik een breed netwerk aan Afrikaanse vrienden, collega’s, studenten en kennissen. Zo baden we vanuit mijn toenmalige evangelische kerk in Nederland vijf jaar lang maandelijks met een groep West- en Oost-Afrikaanse en Nederlandse vrouwen voor onze gezinnen. De moeders vroegen opvallend vaak gebed voor hun mannen. Want daar waar de vrouwen hun draai in Nederland wel leken te vinden, bleek dit voor de mannen aanmerkelijk lastiger te zijn. Wij baden voor de rol van de man thuis, het vinden van (passend) werk en de kerkgang. Dit laatste vonden mijn vriendinnen heel belangrijk, maar het leek erop dat de echtgenoten, hoewel in het land van herkomst prominente personen in de kerk (of moskee) en samenleving, in Nederland veel lastiger hun plek konden vinden.

Een aantal jaren later studeerde ik theologie in een internationale setting en zat ik met Ghanese voorgangers in de klas. Tijdens de colleges was ik regelmatig de enige blanke en de enige vrouw. Ik ben getuige geweest van diverse discussies naar aanleiding van het reilen en zeilen binnen Ghanese gemeenten. Discussies over demonen uitdrijven, bidden voor wonderen, dopen (‘hoezo kan dat maar één keer, wie zegt dat?’), lengte en manieren van preken en de grote cultuurverschillen tussen het kerk-zijn in het moederland en hier.
Eveneens kwam de moeite naar voren die deze voorgangers hebben om de jongeren vast te houden in hun kerk. Ze maakten radioprogramma’s waarin vragen werden besproken over hoe de jeugd op te voeden, de manier van kleden en de mate van vrijheid. Eveneens werden tips en trucs gedeeld om deze tweede generatie ‘binnenboord’ te houden. Dit had vooral te maken met de specifieke moraal waar de Pinkstergemeenten voor stonden en nog steeds staan. Een heilige, reine plek, vooral wat betreft seksualiteit en in contrast met de algemene moraal van de stad waar de gemeente zich bevindt. Vooral meisjes werden aangespoord om geen aanstoot te geven vanwege de houding of kleding. Het onderzoek van Maïté Maskens in een vergelijkbare context, namelijk die van Brussel, biedt hierin herkenbare observaties (Maskens 2015, 338).
Vanuit mijn achtergrond waarbij ik tussen mijn 19e en 29e in een evangelische gemeenschap woonde, werkte en kerkte, ben ik getriggerd door machtsverhoudingen binnen religieuze groepen. Groepen als die waarin ik mij bevond, hanteren vaak een familiestructuur waarbij de vaderfiguur de ultieme macht uitoefent en als spreekbuis voor God wordt gezien. Dit werd mede de aanleiding voor mijn huidige onderzoek naar de positie van de vrouw binnen de Evangelische beweging in Nederland. Tijdens mijn studie theologie aan de Vrije Universiteit heb ik mij gespecialiseerd in het Pentecostalisme in Afrika. In dit artikel komen deze facetten op een mooie manier samen. Evenals in mijn huidige werk als decaan en docent bij de Foundation Academy in Amsterdam: daar zijn mijn studenten grotendeels van Afrikaanse afkomst en heb ik nu Ghanese pastors in de klas. Ons kantoor bevindt zich in de Bijlmer, de plek met de grootste concentratie Ghanese kerken in Nederland.
In dit artikel kijk ik naar de invloed van migratie op het fenomeen mannelijkheid. Allereerst bespreek ik de situatie van Ghanezen in Nederland en vervolgens vergelijk ik specifieke literatuur over de rollen van Afrikaanse mannen in leiderschap met de situatie van Ghanese pastors in West-Europa en de invloed van migratie op genderconstructies. Voor het schetsen van de situatie in Nederland heb ik de documentaire ‘Calling for Koney’ (De Lind van Wijngaarden & Kruk 2013) bekeken en een gesprek met een vooraanstaande Ghanese pastor in Amsterdam gevoerd.

 

THEMACLUSTER | Mariecke van den Berg
De bekering van Franck Ribéry
Voetbal, islam en mannelijkheid in het nieuwe Frankrijk

Om te onderzoeken hoe sport, religie en gender zich tot elkaar verhouden volgt dit artikel de levensloop de Franse voetballer Franck Ribéry, die zich in 2004 tot de islam bekeerde. Welke aannames over religie en gender gaan er schuil achter de wijze waarop zijn bekering in de media besproken wordt?

Inleiding: sport, gender en religie
Sport, gender en religie zijn nauw met elkaar verbonden. In landen als Nederland, waar voetbal sport nummer één is, worden op en rond het voetbalveld de normen bepaald voor wat Raewyn Connell ‘hegemonische mannelijkheid’ noemt. Hiermee wil hij aangeven dat er in een gegeven samenleving weliswaar altijd meerdere vormen van mannelijkheid mogelijk zijn, maar dat sommige vormen proberen andere te domineren en zichzelf als ideale mannelijkheid voor te stellen.
De sportwereld is bij uitstek een domein waar die dominante mannelijkheid tot uitdrukking kan komen (Connell 2005 [1995], 37). Bekende voetballers fungeren bijvoorbeeld als ‘iconische mannen’ (Cashmore & Parker 2003) die laten zien wat het betekent om te sporten als een ‘echte man’: ‘competitief, succesvol, dominerend, agressief, stoïcijns, doelgericht en fysiek sterk’ (Messner & Sabo 1994, 38). Daarmee bepalen ze niet alleen het beeld van ‘echte mannelijkheid’, maar zijn ze ook bepalend voor een hiërarchie in wat als ‘echte sport’ gezien wordt, waarbij sporten die op fysiek duel en dominantie gericht zijn (bijvoorbeeld rugby, basketbal of hockey) meer aan het ideaalbeeld van ‘echte sport’ voldoen dan sporten die meer op schoonheid en intellect zijn gericht (bijvoorbeeld synchroonzwemmen, voltige of schaken).
Het is deze dominante vorm van sportieve mannelijkheid die het gedrag op pleintjes en veldjes dicteert waar kinderen leren voetballen én leren om zich te voegen naar, of op zijn minst te verhouden tot, de dominante normen van mannelijkheid (Renold 1997; Swain 2000; Van den Bogert 2018). Overigens is hierin wel een verschuiving op te merken: in Nederland kunnen kinderen sinds het succes van de ‘Oranjeleeuwinnen’ op het WK van 2019 (verliezend finalist) zich ook met bekende vrouwelijke voetballers identificeren en zie je hen shirtjes dragen met namen als Miedema, Martens of Van de Sanden op de rug.
In dit artikel wil ik onderzoeken wat er gebeurt wanneer de constructie van mannelijkheid in het domein van sport (in het bijzonder voetbal) verweven raakt met die in een ander domein, namelijk religie. Daarbij vormt de bundel With God on Their Side: Sport in the Service of Religion (Magdalinski & Chandler 2002) voor mij een belangrijk uitgangspunt. Zoals de titel al aangeeft is het de redacteurs en auteurs er vooral om te doen nader te onderzoeken hoe religieuze groepen via sport bepaalde doelen nastreven. Een klassiek voorbeeld is de notie van muscular Christianity, het gespierde, sportieve christendom dat in het negentiende-eeuwse Engeland ontwikkeld werd als tegenhanger voor wat velen waren gaan beschouwen als gefeminiseerd christendom. Sport moest mannen weer de kerk in krijgen, waarbij goede sportieve prestaties symbool kwamen te staan voor een gezonde moraal (Magdalinski & Chandler 2002, 5).

 

INTERVIEW | Tom Lormans
Macht langs lijnen van gender

Mak GeertjeGeertje Mak (1961) is historica en bijzonder hoogleraar. In haar onderzoek heeft ze zich onder andere gericht op sekse, seksualiteit, sekse-identiteiten en hoe lichamelijke verschillen tot identiteiten zijn gemaakt. In 1997 promoveerde ze aan de Universiteit van Utrecht op het proefschrift Mannelijke vrouwen. Over grenzen van sekse in de negentiende eeuw. Ze doceerde van 2005 tot 2016 gendergeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Per 1 september 2016 bekleedt ze de bijzondere leerstoel Politieke geschiedenis van gender in Nederland aan de Universiteit van Amsterdam, ingesteld vanuit de Stichting Wilhelmina Drucker Fundatie.

U bent bijzonder hoogleraar Politieke geschiedenis van gender in Nederland aan de Universiteit van Amsterdam. Kunt u iets vertellen over deze leerstoel? -
Het is een bijzondere leerstoel, eigenlijk de enige leerstoel gendergeschiedenis in Nederland. Deze leerstoel brengt twee vragen met elkaar in contact. Ten eerste: Wat is politiek? En ten tweede: Wat is gender? Daarbij kan ik direct opmerken dat het voor mij daarbij niet gaat over grote politiek, vrouwenbewegingen en bijvoorbeeld vrouwelijke ministers. Juist vanuit gender is veel nagedacht over hoe we politiek moeten definiëren. Politiek is vervolgens gedefinieerd als: ‘Hoe is machtsverschil in de samenleving georganiseerd?’ De meest simpele situaties kunnen dan al als politiek gezien worden. Ook in microsituaties kom je namelijk machtsverschillen tegen. Dus als dat je definitie is, als je van daaruit nadenkt over politiek, is het een heel breed begrip.
Politiek gaat dan over hoe macht is georganiseerd in de samenleving langs lijnen van gender. Het breidt zich echter natuurlijk ook snel breder uit, want gender staat nooit op zichzelf. Het mengt ook altijd met andere belangrijke maatschappelijke, sociale en culturele verschillen. Religie zou hier ook een voorbeeld van kunnen zijn. Maar je kunt ook denken aan klasse, etniciteit, afkomst, leeftijd en ga maar door. De ideale mannelijkheid en vrouwelijkheid staan dus niet los van tot welke klasse of tot welke religieuze groep je behoort.

 

DE PROMOTIE | Joris Kregting
Secularisering en de religieuze verschillen tussen Nederlandse mannen en vrouwen

Net als in andere West-Europese landen is in Nederland in de afgelopen decennia de rol van geïnstitutionaliseerde religie afgenomen. Tussen 1966 en 2015 daalde het aandeel Nederlanders dat gelooft in een God of hogere macht én regelmatig naar de kerk gaat (minimaal één keer per maand) van 59% naar 14%. Deze secularisering heeft de afgelopen decennia bij Nederlandse vrouwen minder sterk plaatsgevonden dan bij mannen en hierdoor zijn vrouwen tot op de dag van vandaag religieuzer dan mannen. Zo beschrijven vrouwen in 2019 zichzelf vaker als religieus (37% enigszins of zeker) dan mannen (29%). Ook bij bidden zien we dit soort verschillen: respectievelijk 26% en 20% deed dit in 2019 minimaal wekelijks. In het proefschrift (Kregting 2019) geven we verklaringen voor zowel de secularisering die in Nederland heeft plaatsgevonden als voor de aanhoudende religieuze verschillen tussen Nederlandse mannen en vrouwen. De onderzoeksvragen zijn als volgt:
• Waarom heeft er in Nederland in de afgelopen decennia zo’n sterke secularisering, in termen van een afname van institutioneel christendom, plaatsgevonden?
• Waarom blijven Nederlandse vrouwen religieuzer dan mannen?

 

DE SCRIPTIE | Kees de Bruijn
Zin in tbs?

Sommigen veronderstellen dat zingeving in tbs eigenlijk niet mogelijk is (Spronken 2015). Mijn verkennende onderzoek onder patiënten met een licht verstandelijke beperking (lvb) leert dat die wel degelijk perspectief zoeken en dat het goed zou zijn om met tbs’ers regelmatig te reflecteren op zingeving in tbs.
Mensen in tbs zijn op enig moment vastgelopen in het leven (Verheijen 2019). Zij hebben een ernstig misdrijf gepleegd en vormen een bedreiging voor de veiligheid in de samenleving (Van Nieuwenhuizen 2011, 78-85, 123). Voor patiënten in tbs is het vaak erg onzeker wat hen boven het hoofd hangt; velen beklagen zich over de ‘zinloosheid’ van tbs en hun behandeling. Zingeving duidt op het meer actieve, informele en individuele aspect van het proces waarmee mensen hun leven ordenen (VGVZ 2015). In de maatschappelijke opvang is zingeving een onderbelichte dimensie (Akkermans 2010). Bij zo’n extreme ontwikkeling als tbs dringt zich ook de vraag op in hoeverre er sprake is van zingeving of meer van een overlevingsstrategie (Van Eijk 2013, 32-33).
De onderzoeksvraag luidde:
‘Welke betekenis geven bepaalde lvb-patiënten aan hun verblijf in tbs gelet op aspecten van bezinning, behandeling en bejegening en hoe interacteren zij daarbij met andere patiënten?’
De deelnemers hebben behalve een lvb de dubbele diagnose van een beperkt sociaal aanpassingsvermogen of een persoonlijkheidsstoornis. Zij verblijven op twee onderscheiden lvb-(sub)afdelingen in FPC De Kijvelanden: Onyx 1 voor personen die vooral negatief en antisociaal van aard zijn en Onyx 2 voor mensen met psychotische en autistiforme stoornissen.

 

TRENDBERICHT | Henk de Roest & Sake Stoppels
Kerkopbouw en praktische ecclesiologie 2017-2020

In de afgelopen jaren hebben denkers rond kerkopbouw en praktische ecclesiologie niet stil gezeten. In dit korte Trendbericht lichten we er een aantal specifieke thema’s uit. Daarnaast is er op de website van dit tijdschrift parallel hieraan het veel uitvoeriger en bredere Literatuuroverzicht rond dit onderzoeksveld. We concentreren ons hier op achtereenvolgens leiderschap, pionieren en religieus ondernemerschap, reflective practitioners en kerktheorie die concepten en perspectieven aanreikt voor onderzoek.

 

BEELDMEDITATIE | René Rosmolen
Mannelijke kwetsbaarheid

Dit zelfportret van de schilder Lucian Freud (Berlijn 1922 – Londen 2011) kan gemengde reacties oproepen. Moedig is het om jezelf zo realistisch af te beelden, maar tegelijk kan dit ook afstotend overkomen.
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

TRENDBERICHT | Armin Kummer
Pastoraalpsychologie 2017-2020

Dit is ook hier op de website te lezen als Literatuurbericht

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
Dian Marie Hosking

Dian Marie Hosking is hoogleraar Relation Process aan Utrecht School of Governance en als associate verbonden aan Taos Institute. Ze heeft haar carrière gewijd aan ‘relationeel constructionisme’ en aanverwante methodologieën van onderzoek en transformatie. Samen met Sheila McNamee schreef ze Research and Social Change: A Relational Constructionist Approach (2012). Hierin overbruggen ze wetenschappelijke vormen van onderzoek en de dagelijkse activiteiten van beoefenaars. Ze introduceren onderzoek als een proces van relationele constructie en bieden hulpmiddelen aan beoefenaars die willen nadenken over hoe hun werk praktische effecten genereert.

 

 

Deze website gebruikt cookies. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u daarmee akkoord.