2016

Logo

Handelingen2016 4 omslagEditieredacteur: Hans Schilderman

 

INLEIDING | Hans Schilderman
Levensoriëntatie in het hoger onderwijs

Studenten vormen een aanstormende generatie die het culturele en maatschappelijke leven de komende decennia sterk zal beïnvloeden. Hoe staan zij in het leven, en wat is hun profiel in termen van leefstijlen, waarden en overtuigingen? In dit themanummer van Handelingen gaan we na welke levensoriëntatie we aantreffen bij studenten in het hoger onderwijs.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op inleiding

 

ONDERZOEK | Peter Vonk & Claudia van der Heijde
Hoe gaat het met onze studenten?

Regelmatig horen we van studenten: ‘Ik heb er geen zin meer in’ of ‘Ik kom niet verder, het heeft geen zin om door te gaan’. Studeren kan een eenzame en ook moeizame bezigheid zijn. Studenten kunnen in een zwart gat belanden, waar ze soms niet makkelijk meer uitkomen. De zin van het geploeter raakt dan uit beeld, ze hebben er even geen zin meer in. Natuurlijk heeft iedereen wel eens een ‘dip’ en meestal gaat het na een poosje ook wel weer. Maar er is een relatief grote groep studenten die langer problemen heeft.

 

PORTRET | Ruben Hoekman & Emma Kurstjen
Studentenvereniging: een ‘thuishaven’

Geachte lezer,
Iedereen is op een bepaalde manier op zoek naar houvast. Sommigen doen dat via een hobby, anderen via muziek en weer anderen doen dit middels een sport. Maar hoe doen studenten dat eigenlijk? Hoe redden zij zich als ze helemaal in hun eentje naar een nieuwe stad gaan waar ze niemand kennen, maar zich toch snel thuis willen voelen?
Het antwoord is vaak: een studentenvereniging. Een grotere verbindende factor bestaat er niet, althans, dat zeggen de studenten die lid zijn bij een vereniging. Maar, wat is dat nou eigenlijk dan, een studentenvereniging? En hoe ontstaat dat grote gevoel van verbondenheid?
Op deze en andere vragen hopen wij u in dit stuk antwoord te kunnen geven. Wij nemen u mee in de wereld van een aankomend student die zich aansluit bij een studentenvereniging en zullen daarnaast wat persoonlijke ervaringen met u delen.
Wij zijn Ruben Hoekman en Emma Kurstjens en wij doen dit jaar een bestuursjaar bij de Landelijke Kamer van Verenigingen. Zo mogen wij ons dagelijks inzetten voor ruim 40.000 verenigingsstudenten van onze 48 lidverenigingen verspreid over heel Nederland. Wij organiseren bijvoorbeeld congressen voor verenigingsbestuurders, voeren politieke lobby in Den Haag en zetten ons in voor de positieve beeldvorming rondom studentenverenigingen.

 

PRAKTIJKSCHETS | Tiemo Meijlink
Studentenpastoraat als hedendaagse communicatiestijl

Om aan te kunnen haken bij de leefwereld en de taal van de huidige studentengeneratie zijn studentenpastores op zoek gegaan naar een passende manier van communiceren over religiositeit, toewijding en zingeving.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Verrijking

 

BETOOG | Kees Boele
Vorming in het hoger onderwijs: mogelijkheden en belemmeringen

Herwaardering van het vormend element in het onderwijs is zeer noodzakelijk. Maar we hebben te maken met enkele forse belemmeringen om er als bestuurder daadwerkelijk mee aan de gang te gaan. Tegelijkertijd zie ik een mogelijkheid om het snel tot ontwikkeling te brengen.

 

SNAPSHOT | Evelien Geerts
Filosoferen met beide benen op de grond

Als ik terugdenk aan hoe mijn studietijd (technisch gezien nog niet helemaal afgelopen) me heeft gevormd als academica-to-be en persoon, moet ik erkennen dat deze enorm veel invloed op mij gehad heeft, zowel op intellectueel, emotioneel als interpersoonlijk vlak. Toegegeven, ik heb dan ook een vrij bijzonder studieparcours doorlopen. Ik heb de kans gekregen om zowel in België, Nederland als in de Verenigde Staten te studeren en daardoor van uiteenlopende disciplines, academische omgevingen en culturen kunnen proeven.

 

SNAPSHOT | Gerbert Hengelaar
Kansen om vorming tijdens studietijd te versterken

Tussen 2002 en 2008 studeerde ik Technische Bedrijfskunde (TBK) aan de Universiteit Twente. Deze studie heb ik destijds gekozen omdat ze een mooie combinatie vormt van mijn bèta- en gamma-kwaliteiten en -interesses. Teken van het plezier dat ik beleefde aan het vergaren van kennis is dat ik naast het curriculum van TBK ook diverse extra vakken volgde onder andere in de psychologie en techniek filosofie.

 

SLOTBESCHOUWING | Hans Schilderman
Levensoriëntatie in het hoger onderwijs, een evaluatie

Terugblikkend op de verschillende bijdragen in dit themanummer van Handelingen ontstaat een geschakeerd beeld van inzichten over studenten aan instellingen voor hoger onderwijs. Wat zijn de factoren die hun identiteitsbeleving bepalen en welke mogelijkheden en problemen ervaren zij bij het vormgeven van die identiteit?

 

VRAAGGESPREK | Nico Krijn
‘Het gaat om praktische levensvoering’

Op het station van Nijmegen ontmoet ik prof.dr. Chris Hermans en al onderweg, op zoek naar een rustig plekje in een restaurant, vertelt hij enthousiast over zijn vak ‘empirische theologie’. ‘Is dat geen vreemde combinatie?’, vraag ik als filosoof plagend. ‘Empirisch onderzoek en theologie verdragen elkaar toch niet?’ Breed gebarend vertelt hij met passie over zijn onderzoek naar hedendaagse religiositeit zowel binnen het christendom als in andere wereldreligies en nieuwe religieuze bewegingen. ‘Dat is wel degelijk empirisch’, voegt hij er nadrukkelijk aan toe. De metafysica is geen onderwerp van onderzoek. Onder de vele thema’s die tot zijn expertise behoren vallen onder andere ‘persoonsvorming en waarden en normen in het onderwijs’.

 

Handelingen2016 3 omslagEditieredactie: Herman Noordegraaf en Ciska Stark

 

INLEIDING | Herman Noordegraaf & Ciska Stark
Diaconale presentie en motiverende prediking

Hoe verhoudt de prediking, als vanouds de vorm van toerusting van de gemeente, zich tot de vernieuwde diaconale impulsen van deze tijd? Kan zij bijdragen aan het vormen van een motiverende en overtuigende eenheid in de vanouds vaak gescheiden werelden van vieren, verkondigen en delen? Hoe vormt de Bijbel een inspiratiebron tot diaconale prediking? Kunnen prediking en diaconie elkaar inspireren en wat hebben predikers daartoe dan nodig? En hoe bouwen predikers dan aan een diaconale gemeente en diaconale praktijken zonder dat deze uiteenvalt door verschillende inzichten op politiek of ethisch gebied?
Deze vragen vormen de insteek van dit themanummer van Handelingen en verschillende praktijkreflecties geven inzicht in mogelijkheden. Allereerst is ook een verkenning van de functie en het wezen van de prediking vereist.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

VERKENNING | Peter van de Kamp
Met kloppend hart!?
De diaconale dimensie van preken

Paus Franciscus heeft een Jubeljaar van de Barmhartigheid afgekondigd. Het is op 8 december 2015 ingegaan en zal op 20 november 2016 eindigen, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Dit themanummer van Handelingen verschijnt in de loop van dit heilige jubeljaar. In de pauselijke bul hierover (Misericordiae Vultus van 11 april 2015) vraagt Franciscus onder andere aandacht voor het verkondigen van barmhartigheid. Anders gezegd: hij pleit voor de diaconale dimensie van preken. In navolging van zijn voorganger Johannes Paulus II in de encycliek Dives in Misericordia (1980) benadrukt hij dat de kerk de opdracht heeft om ‘de barmhartigheid van God te verkondigen, het kloppend hart van het evangelie’ (§12). Aan die typering ontleen ik de titel van dit artikel: ‘Met kloppend hart!?’ De vraag is hoe prediking en diaconaat zich tot elkaar verhouden. Hoe krijgen barmhartigheid, gerechtigheid en duurzaamheid als belangrijke diaconale categorieën stem in de prediking van de kerk?

 

REFLECTIE | Jozef Wissink
Bevrijdend preken is diaconie aan het leven

Wanneer we het Griekse woord diakonia in zijn eerste betekenis nemen, die van bemiddeling van een boodschap, is de preek vanzelf diakonia: de diaconie van het Woord. Maar het thema van dit nummer van Handelingen betreft de relatie tussen de preek en de diaconie in de zin van de zorg voor armen, noodlijdenden en wat daarmee samenhangt. Met de woorden ‘wat daarmee samenhangt’ wordt gedoeld op de zorg voor een barmhartige en rechtvaardige samenleving. Deze politieke dimensie van het leven komt in de diaconie in het vizier, omdat armoede vaak ook maatschappelijke oorzaken heeft en omdat de overheid mag worden aangesproken op haar armoedebeleid of het gebrek daaraan. De kerk kan deze politieke dimensie van het leven niet opslorpen, omdat ze dan zelf een slechts politieke grootheid zou worden, maar tegelijk raakt ze deze dimensie vanwege haar zorg voor de armen.

 

BETOOG | Trinus Hoekstra
Het diaconale DNA van de Protestantse Kerk: genetisch bepaalde omissie

De ingang voor dit artikel1 is de beleidsnota Kerk 2025: Waar een Woord is, is een weg van de Protestantse Kerk in Nederland.2 Deze beleidsnota stelt Trinus Hoekstra hier exemplarisch voor kerkelijk beleid ten aanzien van diaconaat. De spits van het artikel is dat kerkelijk beleid in deze bepaald wordt door een omissie in de verzoeningsleer die diep in de christelijke traditie is ‘ingeschreven’. Een omissie die bewerkstelligt dat ‘we’ ons verzoening niet op een diaconaal gerichte wijze toe-eigenen en daarmee een grote invloed heeft op hoe we theologisch naar diaconaat kijken.

 

PRAKTIJK I | Bert Altena
De reikwijdte van het haalbare vergroten

In dit praktijkbericht belicht Bert Altena een recente preek waarin een diaconale dimensie aan bod komt zonder bijzondere thematische aanleiding. Dit artikel is ook te lezen op zijn eigen blog.

 

PRAKTIJK II | Luc Tanja
Alledaagse verkondiging

‘De groep van gelovigen was een eenheid. Ze waren het over alles met elkaar eens. Niemand wilde zijn bezit alleen voor zichzelf houden. In plaats daarvan deelden ze alles wat ze hadden.’ Een bekende passage (Handelingen 4:32, BGT). Het is het verhaal van de eerste christelijke gemeente. In zijn werk als straatpastor komt Luc Tanja, wellicht verrassend, vergelijkbare verhalen tegen.

 

PRAKTIJK III | Elske Cazemier
Voor de nood van de wereld en onze eigen nood

Elske Cazemier verhaalt van een viering in een verpleeghuis, waar bewoners, wijkgenoten en mensen met een verstandelijke beperking aan deelnemen. En dan wordt duidelijk dat deze mensen, die zelf volledig verzorgd of begeleid worden, bijzonder betrokken zijn op de wereld om hen heen. Spontaan, krachtig en ontroerend ontstaat er diaconaat.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Aan den lijve

Beeldmeditatie bij Vincent van Gogh, ‘De barmhartige Samaritaan’, olieverf op doek, gedateerd 1890

 

PREEK | Marzouk Aulad Abdellah
Barmhartigheid als levenshouding in de islam

Wat opvalt in de Koran – de belangrijkste rechtsbron – is dat alle hoofdstukken, behalve soera at-Tawbah, beginnen in de Naam van God, direct gevolgd door de eigenschappen van de Barmhartige en de meest Genadevolle. Dit duidt klaar en helder op het belang van barmhartigheid in de Qur’an en de profetische traditie.

Allereerst laat dit zien dat barmhartigheid een van de eigenschappen van God is en tegelijkertijd ook een ethische waarde vormt die in praktijk gebracht moet worden.
Ten tweede staat barmhartigheid boven alle overige eigenschappen. Het handelen uit barmhartigheid is een regel die nooit ofte nimmer opgeheven wordt. Het is de regel in de omgang tussen moslims onderling en tussen moslims en niet-moslims.

 

LEZING | Arslan Karagül
Het belang van zakat voor de gemeenschap

‘En zij die goud en zilver oppotten en geen bijdrage op Gods weg geven, zeg hun een pijnlijke afstraffing aan op de dag dat zij in het vuur van de hel verhit zullen worden; dan zullen hun voorhoofden, hun zijden en hun ruggen verzengd worden. Dit is voor wat jullie voor jezelf opgepot hebben. Proeft dan wat jullie aan het oppotten waren.’ (Koran 9:34v)

Het begrip ‘zakat’ wordt in het Nederlands door verschillende termen weergegeven: armenbelasting, religieuze belasting, weldadigheid, verplichte aalmoes, enzovoort. Behalve ‘zakat’ kent de islam ook het begrip ‘sadaqa’. Dat kan in het Nederlands meestal met aalmoes of liefdadigheid weergegeven worden, maar soms wordt in de Koran met sadaqa ook zakat bedoeld. In de hadith (overlevering) betekent sadaqa vaak liefdadigheid of aalmoes. Dit impliceert dat er twee soorten sadaqa zijn: vrijwillige (aalmoes of liefdadigheid) en verplichte (zakat). De eerste kent geen enkele beperking of voorwaarde. De tweede (zakat) kent wel beperkingen en voorwaarden.
In dit artikel kijken we eerst naar het verschil tussen zakat en sadaqa en naar de implicaties van dit verschil voor het handelen. Vervolgens gaan we nader in op de inhoud en voorwaarden van de zakat. Ten slotte besteden we aandacht aan de betekenis van de zakat voor de samenleving.

 

ONDERZOEK | Herman van Well
De wijk nemen
Diaconaat in de Rotterdamse Tarwewijk

Herman van Well doet verslag van zijn onderzoek naar sociaal-maatschappelijke verbondenheid en betrokkenheid van jonge christelijke geloofsgemeenschappen van diverse etnische en culturele signatuur met de mensen in en voor de Rotterdamse Tarwewijk.

 

 VRAAGGESPREK | Nico Krijn
‘Een preek legt de verbinding – als een brug’

Prof.dr. Eelke de Jong studeerde econometrie en werd in 1994 aangesteld als hoogleraar Internationale Economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Vanaf zijn jeugd is hij een trouwe kerkganger en hij put inspiratie uit de vele preken die hij gehoord heeft. Hij herinnert zich nog specifieke preken uit zijn studententijd die zijn leven gevormd hebben. ‘Die preken’, vertelt hij, ‘kunnen schuren, bemoedigen en troosten.’ We ontmoeten elkaar in zijn werkkamer aan de universiteit. Hij spreekt serieus en is ook goedlachs, met af en toe een daverende klap met zijn hand op tafel, om zijn woorden kracht bij te zetten.

 

SLOTREFLECTIE | Herman Noordegraaf & Ciska Stark
Diaconaat als kloppend hart van de prediking

‘Ons geloof, het geloof van de christenen, daar zit schrik in. Het heeft weet van de complete rotzooi die deze wereld is. Daar schrik je van. Van de drek en het afval en het puin. Dat eerst. En pas dan komt de blijde boodschap. Eerder is er geen enkele reden om dom grijnzend op de kansel te gaan staan en de mensen voor je, met hun echte nood, met hun kapotte huwelijken en zieke kinderen, mensen die hun broers en zussen verliezen en van wie de ouders dementeren, mensen met gebroken harten en gekrenkte trots, om die met slap gemoedelijk geleuter en sociale kitsch in slaap te sussen.’ (Esther Maria Magnus, Mintijteer, 2016, 224)

In de onlangs vertaalde en veelgeprezen roman Mintijteer van Esther Maria Magnus klinkt te midden van de grote Godsvragen onderhuids flink wat kritiek op de prediking. De Duitse schrijfster is opgegroeid in een deels protestantse en deels rooms-katholieke atmosfeer, en herinnert zich uit de jaren negentig van de vorige eeuw vooral veel van wat zij ervoer als maakbaarheidsprediking. Daarin viel het Koninkrijk van God, waarin recht en vrede heersen, ongeveer samen met onze bereidheid om de ‘handen en voeten’ van het evangelie en van Jezus Christus te worden. De deceptie die dit soort prediking voor haar oplevert is schrijnend als noch deze naïeve prediking, noch God zelf bij machte blijken om de barre werkelijkheid van lijden, onrecht en dood merkbaar uit te bannen. Genoeg om je geloof voorgoed te verliezen. Tenzij God zelf zich laat kennen, maar hoe dan?
Dit voorbeeld raakt aan de fundamentele vragen van dit themanummer van Handelingen naar de verhouding en wederkerigheid tussen de vanouds vaak gescheiden werelden van prediking en diaconaat, van verzoening in woord en daad. Het gaat daarbij, zo leren we uit artikelen, namelijk niet alleen om practice what you preach, dus om een geloofwaardige congruentie tussen spreken en handelen, maar fundamenteel om een récht doen aan de werkelijkheid van God en die van alledag waarin mensen zich gaande houden.

In vier stappen bezien we de oogst van dit nummer en reflecteren op de vraag:
(1) Wat is of kan diaconale prediking zijn en welke functie kan het hebben?
(2) Hoe uit het zich in kenmerken en betrokkenen?
(3) Hoe kan de voorganger de preekvoorbereiding vormgeven in relatie tot de participanten?
(4) Hoezeer heeft diaconaat een gemeenschap nodig?

 

ACTUEEL
Studiedag ‘Predikant en Diaconaat’
Op vrijdag 3 juni is in het Protestants Landelijk Dienstencentrum de studiedag ‘Predikant en Diaconaat’ gehouden. Het doel van de studiedag, georganiseerd door Kerk in Actie in samenwerking met de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), was om predikanten toe te rusten met het oog op hun betrokkenheid op het diaconaat van nu. Daarnaast ging het ook om bezinning op het diaconaat in de toekomst in het kader van de beleidsnota van de Protestantse Kerk in Nederland, Kerk 2025: Waar een woord, is een weg. De aanleiding voor de studiedag was een workshop voor predikanten op de Landelijke Diaconale Dag van 2015, waarin de vraag werd gesteld of en hoe predikanten vanuit het ambt hun betrokkenheid op diaconaat kunnen denken.
Inleidingen werden achtereenvolgens gehouden door prof.dr. Herman Noordegraaf, bijzonder hoogleraar Diaconaat aan de PThU, dr. Rein Brouwer, docent Praktische Theologie aan de PThU, dr. Trinus Hoekstra, projectmanager Kerk in Actie binnenland met specifieke aandacht voor Predikant en Diaconaat en ds. Karin van den Broeke, preses van de Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarnaast heeft een drietal predikanten een verhaal over hun praktijk gehouden.
Van de studiedag is een verslag beschikbaar. Het verslag bevat de tekst van de gehouden inleidingen en een impressie van het plenaire gedeelte van de dag geschreven door drs. Jac Franken, werkzaam bij het expertisecentrum van de Dienstenorganisatie. Het gehele verslag is via de website van Kerk in Actie te lezen.

 

Handelingen2016 2 omslagEditieredactie: Henk van den Bosch en Jodien van Ark

 

INLEIDING | Jodien van Ark & Henk van den Bosch
Van geslacht op geslacht
Friedman voor de volgende generatie?

Sinds het moment van verschijnen in 1985 heeft het boek Generation to Generation: Family Process in Church and Synagogue van de Amerikaanse rabbijn en systeemtherapeut Edwin Friedman (1932-1996) predikanten en pastores geholpen om hun plaats in gemeente en parochie op een gezonde manier in te nemen. Zijn benadering van kerkelijke organisaties, waarbij hij inzichten uit de gezinssysteemtherapie toepast op de processen die zich in gemeenten en parochies voordoen, is zeer effectief gebleken voor voorgangers en leiders om de context waarin ze werken te begrijpen en er beter grip op te krijgen.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

PROFIELSCHETS | Bert Bakker
Edwin Friedman over groei bevorderen

Friedman maakte graag gebruik van zelfgeschreven fabels om zijn inzichten voor het voetlicht te brengen. Bert Bakker neemt de fabel ‘Zweven’ als uitgangspunt voor zijn introductie van het gedachtegoed van Friedman. Deze fabel maakt het systemische netwerk inzichtelijk, waarin centrale begrippen als homeostase, zelfdifferentiatie en niet-angstige presentie een cruciale rol spelen.

 

PRAKTIJKERVARING | Leo Oosterom
Met Friedman op het interimpad

Aan de hand van enkele praktijkervaringen illustreert interimpredikant Leo Oosterom vier kernbegrippen uit het gedachtegoed van Edwin H. Friedman: ‘onbezorgde aanwezigheid’, zelfdifferentiatie, de zondebok, en emotionele driehoeken.

 

OPLEIDING | Jan Bodisco Massink
Wat adviseert ‘de rabbijn’ hierover?

Aan de hand van praktijkvoorbeelden illustreert Jan Bodisco Massink, als docent jarenlang verbonden aan de Pastoraal Psychologische Leergang voor pastores en predikanten, hoe Friedmans systeemdenken in Nederland werd geïntroduceerd en hoe het in de opleiding werd toegepast.

 

LITERATUUR EN THEORIE | Rein Brouwer
De angst voorbij
Leiderschap voor de volgende generatie?

Leiderschap is een urgent thema in onze tijd, een thema waarover dan ook zeer veel wordt gepubliceerd. In zijn bijdrage beschrijft Rein Brouwer de doorwerking van Friedmans systeemdenken in de praktisch-theologische literatuur over leiderschap, en plaatst hij dit denken in het veld van leiderschapstheorieën.

 

PRAKTIJKERVARING | Gerson Gilhuis
Friedman op de Wallen en in de gemeente

Gemeentepredikant en voormalig drugspastor Gerson Gilhuis beschrijft welke rol het systeemdenken van Friedman speelt in zijn praktijk.

 

NASCHOLING | Jodien van Ark
Friedman in de nascholing: leidinggeven boven N.A.P

In haar werk in de opleiding en nascholing van predikanten stuit Jodien van Ark telkens weer op het verlangen van pastores en predikanten naar een niet-angstige presentie als leider in de zo lastige en conflictrijke context van de geloofsgemeenschap. Haar bijdrage aan dit nummer van Handelingen laat zich lezen als een demonstratie van de blijvende relevantie van Friedmans werk.

 

SLOTBESCHOUWING | Jodien van Ark & Henk van den Bosch
Friedman kan nog wel een generatie mee

Is er in de veranderende context van Nederlandse predikanten en pastores nog behoefte aan Friedmans systemische benadering van kerkelijke organisaties? En is die benadering nog functioneel? De vraag wordt in dit nummer van Handelingen zonder meer bevestigend beantwoord.

 

VRAAGGESPREK | Nico Krijn
‘Hoe leger de kerk, hoe belangrijker de voorganger’

Joke van Saane ontwikkelde zich tot een zelfbewuste godsdienstpsychologe. Na haar studie psychologie en onderwijskunde is zij gepromoveerd in de godsdienstpsychologie. Zij is bijzonder geïnteresseerd in de menselijke kant van het geloven. In haar laatste boek Geloofwaardig leiderschap (2012) worden theorieën over leiderschap gerelateerd aan de religieuze context: de specifieke kenmerken van religieuze groepen en de persoonlijkheidskenmerken van religieuze leiders. Als wetenschapper in de universitaire wereld en als praktiserend christen binnen haar geloofsgemeenschap neemt zij geen blad voor de mond. Vanuit een buitenstaandersperspectief, dus met een niet-theologische blik keek Nico Krijn samen met haar naar leiderschap in de kerken.

 

PROMOTIE | Christiane van den Berg-Seiffert
Ik sta erbuiten – maar ik sta wel te kijken
De relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie vanuit het perspectief van primaire slachtoffers: zo luidt de ondertitel van dit proefschrift. Het geeft tegelijk aan waar het over gaat. In de tumultueuze dynamiek na het bekend worden van seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie wordt vaak veel over primaire slachtoffers gesproken en weinig met hen. In dit onderzoek vertellen mensen die seksuele grensoverschrijding hebben ondergaan hoe zij de dynamiek in hun geloofsgemeenschap hebben ervaren. Uit deze gesprekken blijken de schade van de grensoverschrijding en het belang van goede gemeentebegeleiding, evenals de grote betrokkenheid van slachtoffers op hun gemeente.

 

IN BEELD | Harbert Booij
Een ‘verkeerd’ systeem

 

TRENDBERICHT | Martin Hoondert
Rituelen zijn ‘in’
Liturgische en rituele studies 2013-2015

Zie voor een uitgebreidere versie het Literatuurbericht

 

Editieredactie: Hans Schilderman

 

INLEIDING | Hans SchildermanHandelingen2016 1 omslag
Levensovertuiging en cultureel risico

Als inleiding op het thema ‘radicaal geloven’ schreef Hans Schilderman dit essay, dat eerder in een sterk ingekorte versie als betoog in NRC Handelsblad verscheen onder de titel ‘We zijn ons geloof kwijt, en de leegte is groot’.

 

BESCHOUWING | Peter Nissen
CULTUUR-HISTORISCH
Competitie en beloning in het hiernumaals

In het spreken over religie en geloof vallen momenteel met enige regelmaat woorden als ‘radicaal’ en ‘radicalisering’. Peter Nissen verkent in deze bijdrage welke betekenis het woord ‘radicaal’ heeft wanneer het in verband met geloven wordt gebruikt. Hij besluit met een oproep tot religieuze bescheidenheid.

 

ONDERZOEK| Elsbeth Visser-Vogel
BIOGRAFISCHE DIMENSIE
‘Orthopraxe’ moslimjongeren in Nederland
Hoe zij exploreren en participeren in de maatschappij

Hoe vinden strenggelovige moslimjongeren in Nederland een geaccepteerde manier van moslim-zijn? Welke keuzes maken zij? Op welke manier ontwikkelen zij hun religieuze identiteit? En wat zegt dit over hun staan in de maatschappij? Elsbeth Visser-Vogel, die hier promotieonderzoek naar deed, focust in deze bijdrage op het proces van exploratie en presenteert drie manieren waarop ‘orthopraxe’ moslimjongeren hun religieuze identiteit verbinden met hun participatie in de maatschappij.

 

BESCHOUWING | Christoph Hübenthal
MORAAL THEOLOGISCH
Radicaal geloof als drijfkracht van maatschappelijke vooruitgang

Er lijkt een antagonisme te bestaan tussen geloof en maatschappelijke vooruitgang. En hoe radicaler het geloof uitvalt, des te radicaler schijnt ook het verzet tegen vooruitgang te zijn. Christoph Hübenthal betoogt dat dit antagonisme geenszins een noodzakelijk gegeven is en dat religieuze argumenten in het publieke domein wel degelijk een grensverleggende werking kunnen hebben.

 

REFLECTIE | Hans-Martien ten Napel
JURIDISCH PERSPECTIEF
Vrijheid van godsdienst als tweederangsrecht?

Welke juridische bescherming zal er in de toekomst nog worden geboden aan radicaal gelovigen, dat wil zeggen, mensen wier opvattingen en de uiteenlopende manifestaties daarvan, vergaand afwijken van andere (meerderheids)opvattingen in de samenleving? Deze kwestie is des te urgenter, wanneer men bedenkt dat inmiddels ook bijbelgetrouwe protestanten en praktiserende katholieken aan deze definitie van radicale gelovigen voldoen.

 

SLOTBESCHOUWING | Hans Schilderman
Verantwoord geloven

Kun je het woord ‘radicaal’ voor geloven nog wel gebruiken zonder jezelf verdacht te maken? En welke maatschappelijke bijdrage valt van godsdienst en levensovertuiging nog te verwachten? Aan de hand van een beknopte samenvatting van de voorgaande bijdragen in deze Handelingen-editie zoekt hoofdredacteur Hans Schilderman naar antwoorden.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Geworteld

Beeldmeditatie bij de door Henri Matisse ontworpen Chapelle du Rosaire in Vence

 

VRAAGGESPREK | Nico Krijn
De ‘intolerantie van de tolerante’

In 2010 en 2011 werd Bob de Graaff hoogleraar Inlichtingen- en veiligheidsstudies aan zowel de Nederlandse Defensieacademie in Breda als de Universiteit Utrecht. Binnen de Inlichtingenstudies behoort hij tot degenen die minder belang hechten aan een realistische benadering (‘hoeveel kernkoppen of hoeveel manschappen heeft de vijand?’) dan aan duiding. In dat opzicht blijft hij geïnteresseerd in narratieven die mensen motiveren, mobiliseren en eventueel radicaliseren en aldus zelfs geweldgebruik legitimeren.

Nico Krijn:
Onder de religieuze narratieven zijn het vooral de apocalyptische die spreken tot de verbeelding. Orthodoxen kunnen deze teksten als leidraad voor hun leven kiezen. Hoe ontstaat uit een religieuze orthodoxie een fanatisme dat uitmondt in fysiek geweld?

Bob de Graaff:
In essentie opent religie het zicht op een ideële wereld, één die in beginsel beter is, bijvoorbeeld het hiernamaals. Apocalyptici maken de kloof tussen de werkelijke en de ideële wereld bijzonder pregnant. Zij gaan zo ver dat zij het als immoreel voorstellen om niets te ondernemen teneinde deze kloof teniet te doen.
Men vraagt zich af hoe lang de mensen nog moeten lijden voordat God ingrijpt en de ideële wereld realiseert. In de werkelijke wereld heerst ongerechtigheid. Door het leven in zo’n wereld in combinatie met een groeiend ongeduld komt men tot actie. Mensen worden gemobiliseerd zich aan te sluiten, en als je hun opvattingen deelt voel je je bijna zondig als je niet meedoet.
In extreme vorm wil men iedereen die het heilsplan verhindert uit de weg ruimen. De fanatici worden zo de gewapende helpers van God. Zij bezigen uitdrukkingen als ‘we kunnen niet op God wachten’ en ‘we zullen God een handje helpen’. Ook denkt men in termen van revolutie. Een revolutie die morgen beginnen moet en niet pas over tien jaar. De fanatici kunnen niet wachten, ze zijn bij uitstek voluntaristen.
Soortgelijke ontwikkelingen zie je in het socialisme en communisme, die ook een heilsverwachting kennen. Marx was van mening dat de economie zich geleidelijk moest ontwikkelen, maar Lenin pakte meteen aan.