2010

Logo

Editieredactie: Wim Smeets

 

Kees de Groot, Een gastvrije parochie is niet een gezellige parochie

Dat aan het licht komt dat geestelijken kinderen en jongeren seksueel misbruikten, raakt het image van alle kerken en de aantrekkingskracht van geloven vandaag voor zoekers naar zin, betekenis, dienstverlening en gezamenlijkheid. Kerkmensen belijden ‘Ik geloof de kerk’. De kerk zoals die zich empirisch voordoet, maakt dat het des te meer aankomt op vertrouwen en hoop op een kerkelijke gemeenschap die een bezielde en gastvrije ecologie zou moeten zijn van aandacht en zorg. Dit artikel, geschreven vóór alle commotie van de laatste tijd, richt zich niet expliciet op de huidige toestand. Het keert zich wel tegen naar binnen gekeerd gedrag en tegen uitsluiting. Het nodigt uit om de gastvrijheid van de parochie of gemeente als beweging, gemeenschap en organisatie hoopvol en bescheiden gezicht te geven.   

 

Gerrit Jan van der Kolm & Annemarie Noort, Samenwerking tussen GGZ en lokale geloofsgemeenschappen. De ontwikkeling van een signaleringsinstrument

‘Ja, maar ik ben toch geen psychotherapeut. Ik ben pastor en probeer mensen geestelijk te begeleiden en hen bij te staan hun situatie te leren verstaan in het licht en de lijn van het evangelie van troost, mededogen en vernieuwing’. ‘Tja, mooi, maar weet je genoeg van hun situatie? Als je iets van dat evangelie dichterbij een situatie wilt brengen, dan zul je toch iets moeten weten van de persoonlijkheid van mensen en van de situatie waarin ze verkeren. Wat weet jij van bijvoorbeeld van depressiviteit? Trouwens, misschien heb je ook wel een functie om psychische problemen te signaleren. We organiseren als dienst geestelijke verzorging zelfs cursussen voor jullie’. 

 

Heye Heyen , Wat op de preekstoel over seks gezegd wordt 

Dat de relatie van talloze pastores ten opzichte van seksualiteit aandacht verdient, behoeft vandaag de dag geen betoog. Dat de theologische waardering van seksualiteit en van de verhouding tussen geest en lichaam, en ook de persoonlijke omgang met seksualiteit niet zelden een impliciete rol spelen in uitspraken van pastores, blijkt uit een onderzoek naar, onderkoeld gezegd, de ‘woordverbinding met seks’ in preken. Het leert je op je woorden passen en maakt je alert voor valse tegenstellingen.

 

Auli van ’t Spijker-Niemi, Help! Ben ik verliefd? Seksualiteit in de pastorale communicatie 

In pastorale gesprekken zit een opmerkelijk spanning. Aan de ene kant is het de bedoeling dat je als pastor nabij komt en op een intiem niveau in gesprek bent met een ander, die zich hopelijk op een diep niveau begrepen voelt. Gevoelens van genegenheid, gelaatsuitdrukkingen, een blik in de ogen, het uiterlijk van de ander, erotiek,… ze spreken altijd bij beide gesprekspartners mee. Aan de andere kant is een pastor professioneel, raadpleegt haar of zijn geweten en bewaart distantie, maar ook weer niet zoveel dat er geen warmte en duurzaam contact meer mogelijk is. Hoe hartelijk en oprecht te blijven in het spanningsveld van nabijheid en distantie?  

 

Frans Savelkoul, Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie 

Wat krijgen demente mensen nou mee van pastorale aandacht? Gesprekken worden gevoerd, rituelen aangeboden… Het blijft een mysterie wat er zich precies in het bewustzijn van demente mensen afspeelt. Dat mensen altijd – in welke toestand zij zich ook bevinden – van waarde blijven, is een belangrijk pastoraaltheologisch uitgangspunt. Tegelijkertijd mogen we niet de uitdaging naast ons neerleggen om te onderzoeken wat aangeboden prikkels bij dementerenden teweegbrengen.

 

Herman Noordegraaf, Diaconaat. Een trendbericht: 2006-2009 

Dit artikel bevat een geclusterde en geselecteerde aanduiding van publicaties op het terrein van het diaconaat. Onder diaconaat is – heel kort geformuleerd – te verstaan: de inzet van kerken en daarmee verbonden groepen en organisaties ter bestrijding van materiële en sociale noden. Hier wordt het protestantse woord, het diaconaat, aangehouden (rooms-katholiek: de diaconie). De periode die aan de orde komt, is die vanaf 2006 (omdat het vorige literatuurbericht liep tot en met 2005 (zie PT 33, nr. 4) tot in de eerste helft van 2009 (met enige uitlopers). Het gaat daarbij om hoofdlijnen. Een uitgebreid literatuurbericht is op de website te vinden.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn