2007

Logo

Overzicht artikelen

Theo A. Boer, Soorten van morele diversiteit binnen de kerk (407)
Henk van der Meulen, Ethiek van het pastoraat. Over de deugdelijke pastor (422)
Leon Derckx, Ondeugd in het pastoraat. Over het belang van de biecht in een cultuur van narcisme (444)
Mirte S. van Gaalen & Mark Spiering, Religieuze coping bij terminale patiënten (459)
Maarten den Dulk, In retraite met Anton Houtepen (474)
Paul Post, Plaatsen van handeling. Literatuurbericht liturgische en rituele studies (480)
Gerrit Immink, Kroniek praktische theologie. Een literatuurbericht (503)

Ten geleide

Wanneer er binnen de kerk sprake is van meningsverschillen over de moraal, kan het zijn dat mensen er dezelfde waarden op nahouden maar tot een andere slotsom komen over een te nemen actie of een te voeren beleid. In dat geval is er sprake van waardenpluralisme. Het kan ook voorkomen dat partijen stelselmatig anders denken over de vraag welke waarden überhaupt ‘meedoen’. Dan kun je spreken van systeempluralisme. Zowel waardenpluralisme als systeempluralisme komen in alle gradaties voor in de Nederlandse kerken. Vooral systeempluralisme kan moeilijk te aanvaarden zijn. Staan we als kerk immers niet voor één en dezelfde waarheid? De wijze waarop met vervolgens met geconstateerde pluraliteit wordt omgegaan kan ook zelf voor problemen zorgen, wanneer men elkaar bijvoorbeeld gezond verstand betwist, hart voor de zaak, of trouw aan het Evangelie. De ontdekking dat er sprake is van systeempluraliteit binnen één kerk kan echter ook een heilzame werking hebben. In dat geval kan men immers doordrongen raken van de noodzaak om omzichtig te werk te gaan en uitgebreid naar elkaar te luisteren en kunnen passende instrumenten ingezet of ontwikkeld worden voor het opzetten van moreel beraad.

Ook over ethiek, maar nu over het moreel gedrag van de persoon van de pastor in de uitoefening van ambt en beroep, gaat het artikel van Henk van der Meulen. Welke morele houding hoort bij het pastor-zijn en bij het pastorale handelen? Over welk karakter, welke vaardigheden en deugden moet een pastor idealiter beschikken? Deze vragen komen aan de orde door middel van een toespitsing op vragen rond macht en intimiteit. Moreel gedrag van de pastor verwijst uiteindelijk naar diens spiritualiteit.

In zijn artikel ‘Ondeugd in het pastoraat’ onderzoekt Leon Derckx hoe de traditionele hoofdzonden zich manifesteren in de huidige cultuur van narcisme. Hoofdzonden zijn van oorsprong religieus geënte leefregels die monniken moesten behoeden voor dwaling, ongeluk en het missen van het gestelde (religieus bepaalde) doel. Hoogmoed, lust, hebzucht, woede, gulzigheid, afgunst, apathie en melancholie zijn daarmee in beginsel indicatoren van een verkeerde levenshouding. Besef hiervan ging gepaard met schuld, maar berouw en vergeving gaven de penitent een nieuwe kans. Tegenwoordig wordt in het begaan van de zonde verlossing gezocht. Het betreft de verlossing van het besef tekort te schieten, van onvermogen en persoonlijk falen. Om aan dit bewustzijn te ontsnappen, doen we vaak wat de tragiek van het eigen bestaan juist bevestigt. Uit onderzoek blijkt dat het theologische zondebegrip in een cultuur van narcisme niet meer verwijst naar hetgeen verboden is, maar vooral uitdrukking geeft aan hetgeen wordt gemist. Zonde en schuld zijn daardoor niet langer de twee kanten van eenzelfde medaille. Nee: in een cultuur van narcisme gaan we vanwege een diep besef van persoonlijk tekort vooral gebukt onder gevoelens van schaamte die de ervaren imperfectie bevestigt. Omdat schaamte in een cultuur van narcisme overheerst, is het van belang dat de relevantie van deze zijnswijze ook binnen het pastorale werkveld wordt erkend. Het is opmerkelijk dat de hoofdzonden, die meestal in verband worden gebracht met schuld en boete, hierbij een belangrijke rol vervullen.

Wat is de rol van religie in het omgaan met het besef binnenkort te zullen sterven? Op welke manier kan religie terminale patiënten beschermen tegen doodsangst? Om deze vragen te beantwoorden onderzoeken Mirte van Gaalen en Mark Spiering door middel van literatuurstudie wat in algemene zin de invloed is van religie op coping, en in hoeverre coping werkzaam is in het bestrijden van doodsangst. Met name existentieel welbevinden en acceptatie blijken daarbij een belangrijke rol te spelen. Een intrinsieke vorm van geloven en een actieve copingstijl gebaseerd op een positieve relatie met God blijken de meest effectieve vorm van religieuze coping.

In de boekrubrieken neemt eerst Maarten den Dulk ons mee in een retraite aan de hand van het boek van Anton Houtepen: Uit aarde naar Gods beeld. Vervolgens het literatuurbericht van Paul Post over liturgische en rituele studies, en als laatste de kroniek van Gerrit Immink over de stand van zaken binnen de praktische theologie.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn