1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Editieredactie: Henk de Roest & Annemie Dillen

 

Henk de Roest, Om de waardigheid van de beelddragers Gods. De theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat

Dit inleidende artikel situeert de context van dit themanummer over straat- en drugspastoraat: wat ging eraan vooraf? Daarnaast krijgt de lezer een goed beeld van de mensen met wie deze pastores werken en welke specifieke problemen verslaafden, dak- en thuislozen kennen. Ten slotte worden de verschillende werkplekken in Nederland en Vlaanderen genoemd en kort omschreven.

 

Nelly Versteeg, 'Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen' (ps 67,2). Geloof en hoop in de Amsterdamse drugsscene 

Onderstaand artikel beschrijft de activiteiten en werkomgeving van het Drugspastoraat Amsterdam (DPA): Welke plek heeft zij in de verslavingszorg? Waarin ligt haar eigenheid? Enkele illustraties geven een beeld van hoe de pastores werken. Er wordt ook ingezoomd op de bijbelse inspiratie van de pastor.

 

Bernadette van Dijk, Zegen. Praktische beschrijving van mijn identiteit als straatpastor

Waar hebben ‘de mensen van de straat’ iets aan en wat kan ik als pastor voor hen betekenen? De beantwoording van deze vraag gaat vergezeld van een aantal uitgangspunten: een pastor moet niet iemand willen veranderen, maar juist bijstaan in wat nu kan door de lat niet te hoog te leggen en door bevestiging te geven. Van belang is de wederkerigheid tussen de pastor en ‘haar’ mensen. De pastor moet ook naar zichzelf durven kijken, van de ander willen leren door samen een gemeenschap te vormen. En telkens opnieuw teruggaan en opnieuw beginnen: ‘Ik geef jou niet op!’

 

Klaas Koffeman, Het aangezicht van de eeuwige ligt op straat. Ontmoeting en gemeenschap in het straatpastoraat

Waarin liggen de kracht en de bezieling van de straatpastor? Kunnen we spreken van een ‘theologie van de straat’? In deze bijdrage worden enkele theologische aspecten verder doorgedacht door te kijken naar de pastorale grondhouding die wezenlijk lijkt in het werken als drugs- en straatpastor. Sleutelwoorden zijn diaconaat, presentie en gemeenschap. Zo worden veiligheid en rust gecreëerd en kunnen mensen zich met elkaar en met God verbinden.

 

Hans van Bemmel O.F.M. & Anita van Velzen, Echte ontmoeting. Naar een nieuwe spiritualiteit voor het drugspastoraat

De presentietheorie is van groot belang voor het straat- en drugspastoraat: het gaat er niet om mensen te veranderen, maar mensen nabij te zijn en naar hen te luisteren. Mee-leven door zichzelf als pastor aan te bieden en dit vanuit een bijbels-gelovige inspiratie die vooral de kwetsbare mens naar waarde schat. Het geloof doen, elke keer opnieuw!

 

Wieke de Wolff, Bron in de woestijn. Theologische identiteit van het straatpastoraat Utrecht

In dit artikel wordt ingegaan op de mens als beelddrager Gods. Niet alleen de pastor, die God in woorden en daden aanwezig wil brengen, maar ook de verslaafde, dak- en thuisloze zelf mag zich verstaan als geschapen naar Gods beeld. Welke beelden van God werken bevrijdend en ondersteunend? Wat betekenen joods-christelijke noties, zoals trouw, belofte, hoop, genade? De auteur gaat in op de eigenheid van het werk en de bezieling van de pastor. Ter beschikking staan werken aan wederkerigheid, symbolen, liederen en open staan voor aangename verrassingen. 

 

Jurjen Beumer, Theologie van het drugs- en straatpastoraat. Een praktisch-spirituele reflectie

De eerste van de drie reflecties over de bijdragen van de drugs- en straatpastores heeft het over zogenaamde ‘voorkeuzes’ die onder meer schuilgaan achter onze eigen opvoeding en huidige maatschappelijk positie. Pastores dienen zich daar bewust van te worden, zodat ze de pastorale relatie niet in de weg staan. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de eerder genoemde noties ‘gemeenschap’, ‘spiritualiteit’, ‘meeleven’, ‘humor’ en ‘gebed’.

 

Herman Noordegraaf, Enige waarnemingen vanuit het diaconaat

Wat typeert drugs- en straatpastoraat als bijzondere vorm van diaconaat? In dit artikel gaat het over de theologische grondkeuze van het in relatie treden met mensen en hen bevestigen in hun waardigheid. De auteur ziet voor deze vorm van pastoraat ook taken op vlak van signalering en pleitbezorging. Tot slot wordt vanuit de eigen werkwijze en zeggingskracht dieper ingegaan op de plaats van het straat- en drugspastoraat ten opzichte van de overheid en de kerk als instituut.

 

Henk de Roest, 'Gespitste openheid'. Praktisch-theologische reflectie op de theologische identiteit van het drugs- en straatpastoraat

Deze laatste reflectie delft een theologie op uit de artikelen van de drugs- en straatpastores. Eerst wordt er gereflecteerd over hoe deze pastores God ter sprake brengen en hoe ze met de Schrift omgaan in hun werk. Vervolgens gaat de auteur in op vijf bewegingen die hij onderscheidt: het mens- en godsbeeld van de pastores en hun omgang daarmee, hun intenties, hun receptiviteit en ruimte voor wederkerigheid, hun aandacht voor verbinding en gemeenschapsvorming. Pastores blijken duidelijk te onderscheiden van andere hulpverleners. Ze maken verrassend veelzijdig gebruik van het tegoed van de christelijke traditie. 

 

Harbert Booij, Beeldbeschouwing: Leven op straat

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Alma Lanser & Harbert Booij

 

Henk de Lange, Literatuur als spiegel en lamp. Het gebruik van literatuur binnen de catechese

Catechese en literatuur lijken op het eerste gezicht geen voor de hand liggende combinatie. Toch bestaan er vermoedelijk op een dieper niveau relaties die een nadere beschouwing waard zijn. Na een exploratie van het begrip 'literatuur' onderzoekt de auteur vanuit zijn beroep als neerlandicus de vraag hoe literatuur een bijdrage kan leveren aan de catechese.

 

Renée van Riessen, Ik noem je net zolang tot je verschijnt. Over poëzie en religieuze communicatie

Vanuit het inzicht dat taal nodig is om in contact te blijven met elkaar en met ons geloof, wordt in dit artikel een sterke analyse gemaakt van dichten en poëzie. Gaandeweg legt de auteur verbanden tussen religieuze communicatie en dichtkunst: het noemen van de afwezi- ge, het veranderen van de werkelijkheid, het scheppen van het (on)mogelijke... Een ware schat aan kijkwijzen en interpretatiemogelijkheden!

 

Alma Lanser, De levensnoodzakelijkheid van vriendschap. Reflectie naar aanleiding van Reinders, H.S. (2008). Receiving the Gift of Friendship. Profound disability, Theological Antropology and Ethics. Grand Rapids: Eerdmans.

 

Hans Reinders (Ethiek, Theologische Faculteit Vrije Universiteit Amsterdam) gaat op zoek naar een theologische antropologie die ook aan ernstig gehandicapte mensen recht doet. Dit artikel geeft op twee manieren inzicht in het boek. Enerzijds belicht en onderstreept het de hoofdlijn van het boek door aan het pleidooi voor een relationele mensvisie (vooral in de gedaante van vriendschap) twee verhalen toe te voegen, één over Alison Lapper en één over een kerkelijke jongerengroep. Anderzijds betoogt de auteur dat het sociaal-constructivisme als denkwijze meer en bruikbaarder materiaal biedt dan Reinders er in ziet.

 

Harbert Booij, Kunst in catechese en kerkelijk vormingswerk. Een riskante onderneming

‘Hoe en onder welke voorwaarden kan kunst functioneren in een catechetisch leerproces?’ Aan die vraag wijdde Geertje de Vries (1969) in 2008 haar heldere en leerzame proefschrift Leren zien – leren geloven. Wat waren haar ontdekkingen en wat valt daar vervolgens over op te merken? Meer dan in deze bespreking mogelijk is. De auteur beperkt zich dus tot hoofd- zaken en tot de vraag: hoe ontsluit het ene beeld het andere?

 

Joël Friso & Ruard Ganzevoort, Zin in het donker. Over het werken met film in vormingswerk

Dit artikel geeft de resultaten van een onderzoek naar levensbeschouwelijke communicatie door middel van film. Nadat, aan de hand van Ricœur, drie benaderingen worden toegelicht, volgt een schets van het onderzoek waarin wordt nagegaan wat er gebeurt tussen film en kij- ker en hoe (religieuze) vormingsprogramma’s daarmee omgaan. Wat beogen ze? Zelfexpressie, getuigenis van geloofservaringen of symbolisering? Drie modellen worden voorgesteld en besproken in hun mogelijkheden en valkuilen.

 

Jan David Warta, Is Taizé voor iedereen? Hoe reageert de communiteit in Taizé op mensen die ‘anders’ zijn?

Vanuit zijn werk met jongeren in het speciaal onderwijs komt de verrassende vraag van Elnathan om eens te mogen meegaan naar Taizé. Met spanning wordt uitgekeken naar deze ervaring: is Taizé een plaats waar jongeren met een verstandelijke handicap ook welkom zijn? Een casus met reflectie die dieper inzicht geeft in de leefwereld van deze jongeren.

 

Alma Lanser, Johannes de Doper Geertgen tot Sint Jans

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Wim Smeets & Jan Hein Mooren

 

Hans Alma, Geestelijke verzorging als verbeeldingsvol spel

In dit artikel begrijpt de auteur ‘spel’ op verschillende manieren. Zo gaat het over ‘serieus spel’ en over het verbeeldende vermogen van mensen om dingen in een ander perspectief te plaatsen. Door de geestelijk verzorger wordt dit vermogen bij cliënten ondersteund om, door middel van hun levensbeschouwing, tot existentiële zingeving te komen. Voorwaarde is dat de geestelijke verzorger esthetische gevoeligheid ontwikkeld…

 

Daan Van Speybroeck, Dank voor het leven. De ramen van Carmelo Zagari

Marjo van Bergen, Een Ja-zegger worden. Bestaansbevestiging en levensbeaming in geestelijke verzorging

Humanistische geestelijke verzorging houdt zich bezig met de menselijke existentie, met existentiële ontwikkeling en met de daarbij horende vragen. Wat betekent dat en hoe ziet dat er in de praktijk uit? Aan de hand van haar werk in detentiecentra voor vreemdelingenbewaring beschrijft de auteur twee ontwikkelingen op dat existentiële niveau die zij bij haar cliënten meemaakt: bestaansbevestiging en levensbeaming. Het zijn verhalen die laten zien hoe mensen contact kunnen krijgen met hun eigen bestaan, en van daaruit ‘ja’ gaan zeggen tegen hun eigen leven.

 

Jan Hein Mooren & Neanske Tuinman, Eigenheid en verbondenheid. Over humanisme en rituelen

Met als doel het gebruik van rituelen in de geestelijke begeleiding te bevorderen, wordt het begrip ‘ritueel’ vanuit humanistisch oogpunt verkend. Men situeert de bezwaren die de humanistische traditie tegen rituelen had/heeft en werpt een licht op huidige manieren om als humanist naar rituelen te kijken. De auteurs geven voorbeelden van praktijken van humanistische geestelijke verzorgers en ritueelbegeleiders. Tevens schetsen ze wat kenmerkend is voor een humanistisch ritueel.

 

Wim Smeets, ‘Dankbaarheid en liefde, alsof het kindje nog leefde’. In gesprek met geestelijk verzorger Godelieve Pieper

Ondanks het lijden waarmee cliënten te maken krijgen, gaan hun gesprekken met geestelijk verzorgers niet uitsluitend daarover. In dit interview getuigt Godelieve Pieper over de mooie dingen die zij meemaakt bij het uitoefenen van haar beroep. Dankbaar dat ze mensen zo nabij mag zijn en hun veerkracht en moed mag zien en ondersteunen, vertelt ze over een bepaalde situatie die haar en haar cliënten op verschillende manieren heeft geraakt.

 

Wim Smeets & Nicolette Hijweege, Wat heeft u toch een zwaar beroep! Positieve thema’s in gesprekken met geestelijk verzorgers

Op basis van het NISET-onderzoek bij geestelijk verzorgers in Nederlandse zorginstellingen kijken de auteurs naar mogelijke thema’s in gesprekken tussen geestelijk verzorgers en hun cliënten, meer bepaald naar de positieve thema’s. Vervolgens illustreren ze aan de hand van een verbatim hoe naast moeilijkheden, ook positieve zaken besproken worden. De verbondenheid met anderen en met God komt naar voor; daar putten mensen kracht uit.

 

Evert Jonker, Dank – een slotbeschouwing

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Evert Jonker

 

Anne Marijke Spijkerboer, Over Miskotte en de Moedergodin

Met deze diepgaande, uitgebreide boekbespreking over ‘Als scherven spreken’ van de in 2008 overleden theologe Kune Biezeveld komen – naast de totstandkoming van het boek – enkele boeiende thema’s ter tafel. Zo gaat het over de verhouding tussen de dialectische theologie en de aandacht voor het alledaagse in de feministische theologie, de – al dan niet mogelijk geachte – menselijke ervaring van God in de natuur en de seizoenen, het beeldverbod en de paasboodschap. De auteur sluit af met een terugblik op haar vriendschap met Biezeveld en met een frisse blik op haar eigen predikant-zijn.

 

Froukje Pitstra & Hetty Zock, De onderbouwing van narratieve methodes in pastoraat en geestelijke verzorging. ‘Ik zag alleen een kip over de weg’

De auteurs nemen de onderbouwing van narratieve methodes in pastoraat en geestelijke verzorging onder de loep: vindt zij haar oorsprong in de christelijke traditie of in de postmoderne theorievorming? Ze bekijken de consequenties voor de definiëring van pastoraat en geestelijke verzorging, bijvoorbeeld in het handboek ‘Zorg voor het verhaal’ van Ganzevoort & Visser. Vanuit hun begripsbepaling moet er qua methodische onderbouwing een principieel onderscheid gemaakt worden tussen pastoraat en geestelijke verzorging.

 

Ruard Ganzevoort, Geestelijke verzorging kan niet zonder theologie. Een reactie op Pitstra & Zock

Een van de auteurs van het boek ‘Zorg voor het verhaal’ reageert op het voorgaande artikel van Pitstra & Zock. Hij onderzoekt hun kritiek en plaatst er zijn visie tegenover. Zijn heldere antwoord is reeds gegeven met de titel: ‘Geestelijke verzorging kan niet zonder theologie’. De auteur streeft naar een professionele theologische deskundigheid van de geestelijk verzorger met een grote openheid voor de levensbeschouwelijke variatie van de mensen die hij of zij begeleidt, vat verhalen op als deel van onze zingevingskern en maakt duidelijk dat ook geestelijk verzorgers aan de slag kunnen met het boek ‘Zorg voor het verhaal’. Uiteindelijk is het volgens hem, zowel in pastoraat als in geestelijke verzorging, te doen om het begeleiden van mensen in wat voor hen heilig is, of dat nu (anders)religieus gekleurd wordt.

 

Martin Walton, Dialogische kwaliteit. Identiteit van geestelijk verzorgers in zorginstellingen

Wie of wat is een geestelijk verzorger? Wat bepaalt haar identiteit, wat is zijn beroepsbeeld in de context van zorg? Om in te gaan op deze steeds terugkerende vragen situeert de auteur geestelijke verzorging in de menselijke zorgpraktijken. Vervolgens manoeuvreert hij zich door een veelheid van ontwikkelingen en terminologieën in het werkgebied van geestelijke verzorging, om te komen tot een focus op existentiële betekenisverlening. Die focus wordt aangescherpt door in te gaan op de bijdrage van Pitstra & Zock in ditzelfde nummer van Handelingen. Ten slotte omschrijft de auteur de geestelijk verzorger als ‘dialogicus’ en vraagt hij naar de toetsing van die rol.

 

Harbert Booij, Kerkleden schilderen bijbelverhalen. Bijzondere mogelijkheden voor geloofscommunicatie

Een uniek project in de kerk van Vleuten: gemeenteleden die op papier of doek de Bijbel verbeelden, met het oog op toepassing in de liturgie. Dat kom je in deze vorm zelden tegen. Hoe gaat zo'n project eraan toe en wat is er praktisch-theologisch gezien aan de orde? In het bijzonder stelt de auteur de vraag: Kan in zo'n project, hoe bijzonder het ook al is, toch nog nauwkeuriger gekeken worden naar de mogelijkheden die er liggen voor geloofscommunicatie?

 

Corja Menken-Bekius, De spirituele dimensie van palliatieve zorg

Op 28 januari 2009 organiseerde UMC St Radboud een symposium met als titel ‘Spiritualiteit in de palliatieve zorg: ervaringen en reflecties’, naar aanleiding van het themanummer van Handelingen 2008/5. Op de studieavond deed deze auteur een bijdrage die verrassend aansluit bij andere artikelen in dit nummer.

 

Evert Jonker, Beeldbeschouwing: Tranen afvegen

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Henk de Roest en Sake Stoppels

 

Henk de Roest & Sake Stoppels, Hoe vitaal is liberaal? Inleiding

Deze inleiding situeert het thema ‘Hoe vitaal is liberaal?’ in de context van publicaties en onderzoek. Het is ook een vraag of liberaal meteen ook 'vrijzinnig’ betekent. Het concept van het nummer wordt geschetst en de auteurs sluiten af met de vier perspectieven van waaruit de gemeenten worden omschreven en benaderd door de gevraagde auteurs: context; identiteit & cultuur; activiteiten, structuur & middelen; leiding.

 

Krista Mirjam Dijkerman, Alblasserdam: de Elthetokerk (PKN). Enclave van vrijzinnigheid

Als een van de achttien kerken in Alblasserdam wil de Eltheto-kerk een ‘Thuis voor Andersdenkenden’ – mét hoofdletters – zijn. Met aandacht voor de vele vormen van geloof en met een kritische doch respectvolle houding vormen zij ‘een enclave van vrijzinnigheid’ als PKN-gemeente. De predikante blijkt meer dan een goede gesprekspartner voor randkerkelijken; ook de gemeente zelf is weer gaan bloeien.

 

Joke Mensink-Brederveld & Hans te Winkel, Emmen: PKN-wijkgemeente de Grote Kerk. ‘Levend tussen tijdgeest en Geest’

In het centrum van Emmen wordt door de Stichting Grote Kerk Cultureel (SGKC) een groot aantal culturele activiteiten georganiseerd, naast de kerkdiensten, lezingen en gespreksavonden die de wijkgemeente zelf verzorgt. Zo knoopt men aan bij wat er in de cultuur voorhanden is, of in het publieke domein speelt. Kerndoelstelling hierbij is te laten zien dat de kerk daar niet alleen interesse voor heeft, maar er ook iets aan kan toevoegen.

 

Hans van Solkema, Laren: Protestantse Gemeente (PKN). Een plattelandsgemeente in de Achterhoek

Laren is een liberale gemeente waar de leden vrij zijn in participatie en denken.
Gemeenschapsvorming is echter een belangrijk punt, al staat de gemeente niet op zichzelf. Er werd een Kulturhus opgericht, dat inventieve verbindingen legt tussen lokale organisaties en verenigingen. Samenwerking met anderen, onder meer op het vlak van cultuur, zorgt voor een meerwaarde bij het bruggen bouwen tussen de gemeente en de concrete wereld waarin zij staat.

Corien Veenhuizen & Ko Brevet, Lochem: Verenigde Protestantse Kerkgemeenschap. Kan er uit Lochem iets nieuws komen?

Ook in Lochem gaat men creatief om met de specifieke mogelijkheden die de uitgestrekte omgeving biedt en de sterk meelevende kern die bijna alles organiseert. Nieuwkomers worden warm onthaald en meteen betrokken. Kerkmuziek speelt een belangrijke rol in de gemeente. Opmerkelijk zijn ook de ontmoetingen met andere religieuze groepen in de stad en het kunstproject ‘De Andere Kruisweg’, waarover meer te vinden is in de beeldbeschouwing.

 

Harbert Booij, Beeldbeschouwing: Kruisweg in ontwikkeling

 

Hans van der Waal, Schoonhoven: remonstrantse gemeente. ‘Nieuwe bezieling’

In Schoonhoven heeft de Remonstrantse Gemeente lange tijd geworsteld met haar identiteitsvraag, waarop nu meer en meer een antwoord wordt geformuleerd. Toch staat de ruimte voor en de vrijheid van ieders geloof steeds voorop. Het persoonlijke hiervan biedt meteen ook een sterke verbondenheid in de gemeenschap. Er worden onder meer gespreksgroepen georganiseerd, lezingen, kunstexposities en activiteiten voor jongeren en poëzieliefhebbers…

 

Henk de Roest & Sake Stoppels, Liberaal, open én vitaal. Praktisch-theologische reflecties bij de vijf praktijkverhalen

De reflecties van de praktisch-theologen De Roest en Stoppels zijn  gestructureerd volgens de vier genoemde perspectieven van waaruit de bijdragen van de gemeenten werden geschreven. Zo komt bij Activiteiten, structuur & middelen het kerkgebouw naar voren als een bron van te benutten mogelijkheden. Ook de rol van de voorganger of predikant wordt uitgediept. Tot slot worden de uitdagingen voor de toekomst van liberale geloofsgemeenschappen uitgebreid omschreven.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën