1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Editieredactie: Wim Smeets

 

Anke Bisschops, Een uitdaging met perspectief. Leiderschap, emotionele intelligentie en de autonome pastor

De uitdagingen waar hedendaagse pastores voor staan zijn enorm. Waar vroeger het ambt de persoon droeg, is het nu de persoon die het ambt moet dragen. De hedendaagse pastor dient een autonome en emotioneel intelligente pastor en leider te zijn. In dit artikel bespreekt de auteur vooral de situatie van de katholieke kerk, waar zij het beste mee bekend is. Veel van wat hier besproken wordt, geldt echter net zo voor de protestantse kerken.

 

Jacques Schenderling, Geheimhouding in pastorale relaties

De geheimhoudingsplicht is een vast onderdeel van het beroepsprofiel van pastores. Toch is het voor pastores niet altijd duidelijk hoe ze het ambtsgeheim moeten toepassen. Vooral de vraag naar de grénzen van de geheimhouding is niet gemakkelijk te beantwoorden. Dit artikel levert een bijdrage aan de discussie over de geheimhoudingsplicht binnen de beroepsgroep van pastores.

 

Henk de Roest, Een huis voor de ziel in Holysloot

Vóór de zomer van 2010 vond in het Witte Kerkje van Holysloot, een klein uiterst pittoresk dorp even ten noorden van Amsterdam, de boekpresentatie plaats van het boek Een huis voor de ziel van Henk de Roest. In dit nummer van Handelingen treft u drie kritische reflecties aan die bij deze gelegenheid naar voren werden gebracht, nu ingeleid door de auteur die vervolgens inhoudelijk op de bijdragen reageert.

 

Rico Sneller, Een ziel voor het huis

In deze bijdrage reageert Rico Sneller op het hoofdthema van De Roests boek Een huis voor de ziel: de ziel. Hij kaart een drietal kwesties aan die zijns inziens heroverweging, aanscherping of aanvulling behoeven. Eerst de passiviteit van de ziel en de verhouding tot haar activiteit. Vervolgens een tweetal thema’s die wezenlijk bij de ziel thuishoren: dat van de angst en dat van de levensgang.

 

Jurjen Beumer, Ziel en zakelijkheid. Impressies bij een inspirerend boek

In zes korte punten beschrijft Jurjen Beumer, directeur van Stem in de Stad in Haarlem, waar het nieuwe boek van Henk de Roest hem heeft geraakt. Rode draad is de accentuering van de geloofsgemeenschap als bezielde ‘kerkplek’. Het is een visie op kerk die breder is dan hetgeen de traditionele kerken op dit moment empirisch ten toon spreiden. Zijn kritische vraag aan Henk de Roest is: aan wie denkt hij als deze visie ten uitvoer moet worden gebracht, met andere woorden de vraag naar de bemensing van kerk en kerkplek.

 

Riegonda Kaai, Accenten verleggen. Zich bewegen in de kerk

Wat betekent de opvatting om de kerk als ‘huis voor de ziel’ te zien voor het bewegen in de kerk? Wat ervaren mensen in de kerk waardoor zij zich willen binden aan de kerk? Wat zijn hun motieven? Riegonda Kaai reageert op drie punten in hoofdstuk 5 van Een huis voor de ziel van Henk de Roest. Eerst een bevragende reactie op het gemaakte onderscheid in menselijke motieven. Als tweede een twijfelende reactie op de wijze waarop het aanbod van de kerk en de spirituele behoeften van mensen los van elkaar worden neergezet. Ten derde een lovende reactie op de beschreven overbrugging van generaties door middel van het gebruik van de taal van de liefde, de taal van de ziel.

 

Henk de Roest, Oefenen in het luisteren in het hier en nu. Reactie op Rico Sneller, Jurjen Beumer en Riegonda Kaai

De lezing van Een huis voor de ziel maakte bij een drietal reflectanten vragen en opmerkingen los. Auteur Henk de Roest legde zijn oor te luisteren en reageert op een aantal punten als besluit van dit artikelencluster. Op deze website zijn meer reacties en gespreksstof te vinden:
Schildpad en trekvogel. Over de ongelijktijdigheid van zielen - Martin Walton
De kosmos en de taal als omgeving van het huis - Rick Benjamins
Van wie is dit huis voor de ziel? - Riemer Roukema
Een huis – passende metaforiek? - Leo J. Koffeman

 

Thomas Quartier, Te gast bij Benedictus. Rituologische verkenningen van abdijbezoeken

Het is opvallend hoeveel indruk een bezoek aan een abdij kan maken op mensen van wie je dit helemaal niet zou verwachten. Of iemand kerkelijk betrokken is of niet, de gastenhuizen van de abdijen zitten vol, en de doelgroep, die op de uitnodiging van de monniken of monialen afkomt, is divers. Abdijbezoek wordt vaak als een soort ritueel ervaren en bij deelnemers valt een proces waar te nemen dat men spiritueel als ‘transformatie’ kan omschrijven.

 

Peter van Hasselt, ‘Je laat je leiden door je intuïtie’. Pastoor Jan Berkhout tien jaar na de brand van Volendam

Tien jaar na de verwoestende brand in café De Hemel te Volendam blikt één van de hoofdrolspelers in de opvang en begeleiding na de ramp, pastoor Jan Berkhout, terug. Er is al veel geschreven over de pastorale zorg die door hem en anderen werd verleend, niet in het minst in het boek Pastoor van Volendam van Jan Berkhout zelf. De focus in dit interview ligt op de rol van rituelen in de begeleiding van de nabestaanden en de omgeving. Deze rol wordt verbonden met hun religieuze betekeniskader. Hoe is de verwijzing daarnaar mogelijk in deze tijd voor vooral jonge mensen en hun omgeving? De aandacht voor de opgeroepen emoties blijkt hierin zeer belangrijk te zijn.

 

Nicolette Hijweege, ‘De pastoor van Volendam’. Gedachten over de rol van de pastor na een ramp

In deze bijdrage worden enige gedachten gewijd aan de rollen waarvan de pastor van toentertijd in Volendam ‘verhaalt’ in het interview hieraan? voorafgaand: de pastor als ritueel begeleider en als zegsman. Vervolgens wordt aandacht besteed aan het samenspel van de rollen. Dat immers maakte Jan Berkhout tot ‘de pastoor van Volendam’. Op deze meer pastoraal-psychologische gedachten volgt een beschouwing vanuit de recent herziene handreiking voor geestelijk verzorgers Rampenspirit. Hierin zal ‘de pastoor van Volendam’ ter illustratie van een aantal thema’s uit de handreiking als casus worden opgevoerd.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Alma Lanser & Theo van der Zee

 

Alma Lanser & Theo van der Zee, 'Interreligieuze educatie: dure hobby of pure noodzaak?

 ‘Over godsdienst praten we niet,
dat geeft alleen maar ruzie.’

De Nederlandse samenleving is onmiskenbaar pluriform in cultureel en religieus opzicht. Mensen van diverse culturele en religieuze achtergronden bevolken niet alleen het land, maar ook de eigen stad, wijk, school, het ziekenhuis en de vereniging. Culturele en religieuze diversiteit is een gegeven, maar niet voor iedereen een uitdaging. Veel mensen ervaren religie en religieuze diversiteit als bedreigend, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn voor conflicten of geweld. Aan de samenleving en instellingen als de school in het bijzonder wordt gevraagd om mensen te ondersteunen met deze diversiteit te leren omgaan. Veel wordt in dit kader verwacht van interreligieuze educatie. Vanuit het perspectief van een samenleving waar mensen ook echt met elkaar willen samenleven en samenwerken lijkt interreligieuze educatie geen hobby meer, maar een absolute noodzaak.  

 

Pim de Haas, Vijfentwintig geloven op een kussen

Ooit van de god Misi gehoord? En weet u waarom Kader Abdolah verdacht is? En hoever reikt het gezag van de leraar als het om de religieuze overtuigingen van leerlingen gaat? Interreligieuze educatie is veel complexer, maar ook veel vrolijker dan de theorie doet vermoeden. In de klassen van een zwarte middelbare school in Amsterdam wordt het werkelijkheid.

 

Mijke Jetten, Samen op weg naar verdieping. Christenen en moslims in dialoog

Vaak plaatst men interreligieuze educatie binnen de context van de school of kerk. Daardoor vallen veel dialoogactiviteiten buiten het blikveld. In haar onderzoek kijkt Mijke Jetten naar vrije, niet vanuit een (religieuze) institutie georganiseerde activiteiten. Zij richt zich in het bijzonder op de communicatie tussen volwassen christenen en moslims. Hoe komen zij gezamenlijk tot een verdiepende dialoog? Dit artikel maakt aan de hand van praktische voorbeelden het belang van gespreksvaardigheden aanschouwelijk. 

 

Aad de Jong, Van elkaar leren? Over doelen en doeloriëntaties van interreligieuze educatie

De communicatie met andere mensen over je geloof is vaak problematischer dan we denken. We kunnen wel praten, met veel goede wil kunnen we onszelf nog uitleggen en onze overtuigingen over het voetlicht brengen, maar daar ontbreekt fundamenteel iets aan. Het woordje God heeft bijvoorbeeld nog geen enkele betekenis in communicatieve zin zolang het geen deel uitmaakt van een vraag zoals ‘bestaat God?’ of van een (leer)stelling zoals ‘er bestaat slechts één God’. Het is heel belangrijk om goede vragen aan elkaar te leren stellen en om die vragen inderdaad ook goed te leren stellen. En de belangrijkste is wellicht de vraag ‘wat bedoel je precies?’

 

San van Eersel, Het begrijpen van de ander met behulp van dialoog in interreligieuze communicatie

Leerkrachten vervullen bij interreligieuze communicatie een cruciale rol. Zij zullen de communicatie niet alleen kunnen faciliteren, maar ook stimuleren, begeleiden, sturen soms, en oriënteren. Hoe kunnen leerkrachten dat allemaal waarmaken? En wat doen leerkrachten al in de praktijk op de basisschool? In dit artikel wordt een inkijk in de praktijk van de interreligieuze communicatie in de bovenbouw van de basisschool geboden, en een aantal mogelijkheden om deze praktijk te verbeteren.

 

Gerdien Bertram-Troost & Ina ter Avest, Levensbeschouwelijk leren als proces van loslaten en verbinden. Pedagogische strategieën ten behoeve van het (inter)religieuze leerproces van leerlingen

De adolescentie is een bijzondere levensfase met veel veranderingen. Opvattingen over geloof kunnen in deze periode eigen gemaakt of verworpen worden. Geloof kan echter ook een houvast zijn en wel op zo’n manier dat veranderingen helemaal niet aan de orde zijn. De rest van het leven is al ingewikkeld genoeg. Leerkrachten kunnen hun leerlingen stimuleren tot een levensbeschouwelijke ontwikkeling door hen te bemoedigen en uit te dagen. In die didactische spanning leren jonge mensen van elkaars geloof. 

 

Ina ter Avest, Gerdien Bertram-Troost, Anneke van Laar, Siebren Miedema & Cok Bakker, Geloven in verschil, in licht en tegenlicht

Hoe creëert een docent een leerrijke omgeving? Wat is er nodig voor leerlingen om hun eigen levensbeschouwing te onderzoeken? In dit artikel klinkt de stem van de havo-leerling, maar wordt ook duidelijk dat geloof soms ‘te heftig’ kan zijn om over te praten. ‘Wij’en ‘zij’ kunnen best wat van elkaar leren, maar soms is er meer behoefte aan houvast in een turbulente levensfase.  

 

Sake Stoppels, De marge als kraamkamer voor kerkvernieuwing. Trends in kerkopbouw

In een nieuw format is dit de zevende aflevering van het trendbericht: een literatuurbericht kerkopbouw. In dit artikel schets ik enkele rode draden die te ontwaren zijn in de grote stroom aan nieuwe boeken over de kerk. Ik doe dat met opzet eenzijdig. In plaats van een globaal beeld te schetsen van alles wat er is verschenen, concentreer ik me op publicaties rond nieuwe gestalten van kerk-zijn. Henk de Roest haalt in het boek Als een kerk opnieuw begint de historicus Arnold Toynbee aan. Deze stelde dat samenlevingen zichzelf vooral vernieuwen door groepen die zich in de marge van de samenleving bevinden (2008, 320). Vanuit die gedachte vraag ik in dit korte trendbericht in eerste instantie aandacht voor vernieuwende initiatieven en publicaties aan ‘de rand’ van de kerk.
Voor het overige verwijs ik naar een veel uitgebreidere en breder opgezette versie van dit literatuurbericht.  Meer dan veertig publicaties op het terrein van kerkopbouw worden daar besproken. Daar worden ook de bibliografische gegevens genoemd. Vanwege de beperkte ruimte zijn deze hier achterwege gebleven.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Henk de Roest

 

Johan Smit, 'U bent zeker geen echte dominee!' Over pastoraat en discipelschap

Tijdens cursussen over pastorale gespreksvoering kom ik regelmatig professionele en lekenpastores tegen, die in hun pastorale bezoeken willen getuigen van hun geloof in Jezus Christus. Hun ervaring is echter dat ze met hun geloofsgetuigenis gemakkelijk kortsluiting in het gesprek veroorzaken. Ze willen daarom leren hoe ze God en Jezus wél op een vruchtbare manier ter sprake kunnen brengen. In dit artikel wil ik nader op die vraag ingaan. Ik ga daarvoor in gesprek met het artikel ‘Pastoraat als discipelschap’ van Reijer de Vries in Handelingen 2009/1.

 

Reijer J. de Vries, Een praktijk van barmhartigheid. Reactie op Johan Smit

Moet en mag Jezus buiten het pastorale gesprek blijven? Juist wanneer de pastor de ander ziet in het licht van Gods liefde, kan Jezus nooit buiten het gesprek blijven, ook al hoeft de pastor dat niet altijd uit te spreken. Een christologische en een pneumatologische insteek zijn geen concurrenten. Ze vullen elkaar aan, zoals de Geest alles neemt uit Christus en Christus werkzaam is door de Geest. 

 

Christien Flier, Kunst en tekst als hulp bij hervertellen en verwerken

Wanneer mensen naar aanleiding van kunst en teksten terugkijken, vertellen en hervertellen, wordt steeds iets opgeroepen dat vroeg om reflectie en interpretatie. Christien Flier maakte drieluiken met tekst-afbeelding-tekst, voortkomend uit intensieve gesprekken met mensen die verhaalden van verlies. 

 

Dominiek Lootens, ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet’ Een bijbels-theologische meditatie over het pastorale gesprek

Het stilstaan bij een goedgekozen bijbelfragment kan leiden tot een verbreding en verdieping van de eigen pastorale visie en aanpak. In deze bijdrage over Johannes 4,1-42, waar Jezus en de Samaritaanse vrouw met elkaar in gesprek zijn, wordt de lezer uitgenodigd om de eigen pastorale praktijk voor de geest te halen en in dialoog te brengen met de bijbelse tekst.

 

Pastor P, Pastor als bemiddelaar

Onderstaande casus boeit, omdat er verschillende problemen spelen. De afgrenzing tussen pastoraat en een juridische zaak, de rol van communicatieve problemen, en een mogelijk verband met ‘tucht’. Het gaat ook om de verhouding tussen kerk en staat. ‘Het raakt mij’, schrijft de pastor, ‘omdat het mij in het uitvoerende werk belemmert. Dat roept twijfel op of ik juist heb gehandeld. Welke rol kun je eigenlijk spelen in conflicten?

 

Marina Riemslagh, Bemiddelen? Als pastor? Van waaruit en waartoe? Reactie op een casus

Beste Pastor P,
De redactie van Handelingen vroeg mij te reflecteren op de casus die je voorlegt. Dat ik jou niet ken, niet zie hoe je op mijn woorden reageert, maakt het voor mij moeilijker om te spreken. In je verhaal merk ik een grote betrokkenheid op mensen, op wat ze meemaken en wat ze nodig hebben om te floreren. Ik merk ook dat het conflict zoals je dat beschrijft, jou hindert in deze betrokkenheid. Je openheid steunt mij jou met dezelfde openheid te benaderen. 

 

Geertien Morsink, Een kwestie voor twee collega’s ‘op één preekstoel’

Schaven en slijpen aan de gedachtenisdienst: twee collega’s, twee tradities, wijkoverleg en ten slotte één vorm, waarin beide predikanten van harte kunnen voorgaan.

 

Thomas Quartier, Verbonden in herdenken. Gedachtenisvieringen als momenten van ritueel-liturgisch evenwicht

Het is niet vanzelfsprekend hóe gedachtenisvieringen vorm gegeven moeten worden. Er is discussie – tussen voorgangers en ook in de gemeente. Een discussie die de moeite waard is om gevoerd te worden. Mensen, binnen en buiten de kerngroep van een gemeenten, kunnen door gedachtenisvieringen in herdenken verbonden zijn – een herdenken binnen een liturgisch kader, dat recht doet aan persoonlijke aspecten én aan de liturgische traditie. 

 

Klaas Touwen, Bijbellezen als ademhaling, lichaamswarmte, bloedsomloop. Over de praktijk van het lectoraat 

Ooit werd in de calvinistische eredienst nìet als regel uit de Bijbel gelezen. Een preektekst (of Goethe-citaat) volstond. Er was wel een voorlezer, dikwijls de hoofdonderwijzer, maar hij las voor uit de Bijbel voorafgaand aan de dienst. Zodra de dominee binnenkwam, hield hij op. Abraham Kuyper rekent tot de vruchten van de Afscheiding ‘dat men de lezing der Heilige Schrift nu althans binnen den Dienst heeft getrokken’ (1911, p. 265.)
Dit artikel verkent het lectoraat: de kunst en kunde van het voorlezen uit de heilige Schrift in de setting van de liturgie. Het is geschreven uit de praktijk van ‘Neem en Lees – lectorentrainingen’, een protestantse dienstgroep van vijf theologen en meerdere logopedisten en zangdocenten die schriftlezers opleiden in kerk en klooster (Oskamp & Van Herk, 2005; www.schriftlezen-neemenlees.nl).

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Ciska Stark & Sake Stoppels

 

Ciska Stark, Hoort ieder in de eigen taal? Preekanalyse vanuit verschillende perspectieven

In preekonderzoek tekenen verschillende trends zich af. Een belangrijke vraag die lang onderbelicht is gebleven is die naar het verband tussen de theologische visie op de prediking en de vragen en uitkomsten bij de preekanalyse. Leveren verschillende benaderingen ook een verschillende waardering van prediking op en zo ja, waaruit blijkt dat dan? Dit artikel gaat in op de verschillende benaderingen, verkondigen, overtuigen, evoceren, als inleiding op een concrete preeksituatie die in beeld gebracht wordt in dit nummer en vanuit een aantal invalshoeken belicht.

 

Bram Grandia, 'De godservaring van Job'

Om een preek in perspectief te kunnen zien, te analyseren en te beschouwen vanaf zowel het protestantse als het rooms-katholieke erf is een 'voorbeeldpreek' genomen. Een preek over Job, afkomstig van de openbare IKON-website, en uitgezonden via de publieke omroep. IKON-pastor Bram Grandia heeft hiervoor zijn preek ter beschikking willen stellen. De keuze voor zijn preek is ingegeven door het feit dat een radiopreek per definitie op een breed publiek mikt, door 'iedereen' gehoord kan worden en zo ook door iedereen geanalyseerd mag worden.

 

Wim Dekker, Dichtbij het woord, dichtbij de hoorder, dichtbij de prediker zelf

Vanuit een nadrukkelijk relationele hermeneutiek wordt bezien hoe drie bewegingen, cirkelend om het Woord, de hoorder en de prediker zelf, gecommuniceerd worden in de voorbeeldpreek over Job. Met een checklist op details en de genoemde drieslag komt de auteur tot de conclusie dat de radiopreek vooral dichtbij de prediker zelf zit en dat er meer te verkondigen valt dan nu gebeurd is.

 

Kees Bregman, Op de woorden letten. Preekanalyse in het perspectief van talige vormgeving

Prediking is dienst aan het Woord met woorden. Voor de preekanalyse betekent de talige invalshoek: letten op de woorden. Welke taalregisters worden opengetrokken? Aan welke wereld(en) raakt het taalgebruik in de preek? Waar valt het stil omdat het raakt aan een onuitsprekelijk midden? Wat wordt aangeduid én verzwegen? Op welk moment houdt de preek de adem in?
'Ik denk dat een preek over Job dat ook nodig heeft: een moment dat voorganger en gemeente de hand op de mond leggen en zwijgen.'

 

Marco Visser, Letterknecht 

'Dat moment, waarop de hoorder zich hier en nu door de tekst aangesproken weet, of dat hij de tekst binnengaat als een wereld, dat is niet te organiseren. Ik kan mijzelf dit niet als doel stellen bij de arbeid, ik kan er hooguit rekening mee houden dat het kan gebeuren. En in de tussentijd doe ik mijn best te doen wat wel kan: mij aan de tekst houden en zo het Woord verkondigen. Daar heb ik mijn handen dan al vol aan.'

 

Jozef Wissink, Job aan zijn eind. Enkele notities bij een preek over Job

Het is toch wel een hele protestantse preek, die pastor Grandia gehouden heeft. Ik kan me nauwelijks een katholieke kerk voorstellen, waar de preek zo gehouden zou zijn, ook niet in een woord- en gebedsdienst op de middag. Dan is het al de moeite waard om erover na te denken waar dat aan ligt.

 

Evert Jonker, Job beluisteren. Constructies van wat hoorders mogelijk doen

'Ik "gebruik" de radiopreek om meer te weten te komen over de rol van de hoorder. Zo komt de preek terecht in een door Grandia niet beoogde context. Mijn analyse van hoorders bespreekt de vraag hoe de preek hen (of lezers) inschat en wat zij worden geacht te doen om de wereld van de tekst te betreden, eigen te maken en in te voegen in hun levenssituatie. Ik had enkele hoorders kunnen interviewen, maar doe wat anders. Vanuit de drie in dit themanummer onderscheiden stromingen van preken construeer ik mogelijke activiteiten van hoorders.'

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Editieredactie: Wim Smeets

 

Kees de Groot, Een gastvrije parochie is niet een gezellige parochie

Dat aan het licht komt dat geestelijken kinderen en jongeren seksueel misbruikten, raakt het image van alle kerken en de aantrekkingskracht van geloven vandaag voor zoekers naar zin, betekenis, dienstverlening en gezamenlijkheid. Kerkmensen belijden ‘Ik geloof de kerk’. De kerk zoals die zich empirisch voordoet, maakt dat het des te meer aankomt op vertrouwen en hoop op een kerkelijke gemeenschap die een bezielde en gastvrije ecologie zou moeten zijn van aandacht en zorg. Dit artikel, geschreven vóór alle commotie van de laatste tijd, richt zich niet expliciet op de huidige toestand. Het keert zich wel tegen naar binnen gekeerd gedrag en tegen uitsluiting. Het nodigt uit om de gastvrijheid van de parochie of gemeente als beweging, gemeenschap en organisatie hoopvol en bescheiden gezicht te geven.   

 

Gerrit Jan van der Kolm & Annemarie Noort, Samenwerking tussen GGZ en lokale geloofsgemeenschappen. De ontwikkeling van een signaleringsinstrument

‘Ja, maar ik ben toch geen psychotherapeut. Ik ben pastor en probeer mensen geestelijk te begeleiden en hen bij te staan hun situatie te leren verstaan in het licht en de lijn van het evangelie van troost, mededogen en vernieuwing’. ‘Tja, mooi, maar weet je genoeg van hun situatie? Als je iets van dat evangelie dichterbij een situatie wilt brengen, dan zul je toch iets moeten weten van de persoonlijkheid van mensen en van de situatie waarin ze verkeren. Wat weet jij van bijvoorbeeld van depressiviteit? Trouwens, misschien heb je ook wel een functie om psychische problemen te signaleren. We organiseren als dienst geestelijke verzorging zelfs cursussen voor jullie’. 

 

Heye Heyen , Wat op de preekstoel over seks gezegd wordt 

Dat de relatie van talloze pastores ten opzichte van seksualiteit aandacht verdient, behoeft vandaag de dag geen betoog. Dat de theologische waardering van seksualiteit en van de verhouding tussen geest en lichaam, en ook de persoonlijke omgang met seksualiteit niet zelden een impliciete rol spelen in uitspraken van pastores, blijkt uit een onderzoek naar, onderkoeld gezegd, de ‘woordverbinding met seks’ in preken. Het leert je op je woorden passen en maakt je alert voor valse tegenstellingen.

 

Auli van ’t Spijker-Niemi, Help! Ben ik verliefd? Seksualiteit in de pastorale communicatie 

In pastorale gesprekken zit een opmerkelijk spanning. Aan de ene kant is het de bedoeling dat je als pastor nabij komt en op een intiem niveau in gesprek bent met een ander, die zich hopelijk op een diep niveau begrepen voelt. Gevoelens van genegenheid, gelaatsuitdrukkingen, een blik in de ogen, het uiterlijk van de ander, erotiek,… ze spreken altijd bij beide gesprekspartners mee. Aan de andere kant is een pastor professioneel, raadpleegt haar of zijn geweten en bewaart distantie, maar ook weer niet zoveel dat er geen warmte en duurzaam contact meer mogelijk is. Hoe hartelijk en oprecht te blijven in het spanningsveld van nabijheid en distantie?  

 

Frans Savelkoul, Zingeving bij geriatrische patiënten. Stimulatie van religieuze verbeelding via ritualisatie 

Wat krijgen demente mensen nou mee van pastorale aandacht? Gesprekken worden gevoerd, rituelen aangeboden… Het blijft een mysterie wat er zich precies in het bewustzijn van demente mensen afspeelt. Dat mensen altijd – in welke toestand zij zich ook bevinden – van waarde blijven, is een belangrijk pastoraaltheologisch uitgangspunt. Tegelijkertijd mogen we niet de uitdaging naast ons neerleggen om te onderzoeken wat aangeboden prikkels bij dementerenden teweegbrengen.

 

Herman Noordegraaf, Diaconaat. Een trendbericht: 2006-2009 

Dit artikel bevat een geclusterde en geselecteerde aanduiding van publicaties op het terrein van het diaconaat. Onder diaconaat is – heel kort geformuleerd – te verstaan: de inzet van kerken en daarmee verbonden groepen en organisaties ter bestrijding van materiële en sociale noden. Hier wordt het protestantse woord, het diaconaat, aangehouden (rooms-katholiek: de diaconie). De periode die aan de orde komt, is die vanaf 2006 (omdat het vorige literatuurbericht liep tot en met 2005 (zie PT 33, nr. 4) tot in de eerste helft van 2009 (met enige uitlopers). Het gaat daarbij om hoofdlijnen. Een uitgebreid literatuurbericht is op de website te vinden.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën