1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Handelingen2015 2 omslagEditieredactie: Henk de Roest & Sake Stoppels

 

INLEIDING | Henk de Roest & Sake Stoppels
Missionair kerk-zijn in het dorp
Missionair kerk-zijn doet het momenteel goed binnen de Nederlandse kerken. Breed zoeken lokale gemeenten en parochies naar missionaire aanwezigheid binnen de eigen context. We zien vooral in steden veel nieuwe missionaire initiatieven en experimenten, maar ook in dorpen wordt gezocht naar presentie en dienst. (Groot)stedelijke initiatieven zijn vaak wat opvallender en gedurfder dan initiatieven in dorpen en middelgrote plaatsen en trekken daarom doorgaans ook meer de aandacht. In dit nummer concentreren we ons juist op missionair zijn op het dorp.

U kunt de hele inleiding lezen door te klikken op Inleiding

 

CASUS 1
Groenmarkt in Droogveen: veredeld hobbyisme?

Droogveen is een dorp in het oosten van het land, met één (dorps)kerk, die niet zo’n centrale plek heeft in het dorp (noch geografisch, noch sociaal-maatschappelijk). De kerk heeft vanouds weliswaar een vanzelfsprekende betekenis, maar in de laatste decennia is ze wat in de vergetelheid geraakt. Soms vragen mensen zich af of er nog wel diensten gehouden worden in het kerkje.
Met de komst van de nieuwe predikant heeft de kerkenraad als één van de beleidsspeerpunten de plek van de kerk in het dorp benoemd. Het is de bedoeling dat de kerk zichtbaarder wordt, onder meer door verbindingen aan te gaan met andere ‘partijen’ in het dorp: winkeliersvereniging, ondernemers, scholen, rooms-katholieke parochie, burgerlijke gemeente.
De predikant speelt een centrale rol in het nadenken over dit streven. Er is geen werkgroep Apostolaat of zendingscommissie, alle uitvoerende taken liggen bij de kerkenraad. Er wordt een aantal initiatieven opgestart, elk met eigen werkgroepjes die weer een lijntje hebben naar de kerkenraad. Eén van de initiatieven wordt hieronder uitgelicht: de Groenmarkt.
(…)
Vragen en overwegingen
De Groenmarkt is onder de vlag van ‘missionaire gemeente’ geplaatst, maar je kunt je afvragen of het wel echt missionair is. Is er een grondige bezinning binnen de kerkenraad (of sterker nog: binnen de gemeente) aan vooraf gegaan? (antwoord: nee). Wordt het door de gehele kerkenraad als een missionaire activiteit gezien? (gezien de opmerking van de kerkrentmeesters ‘het moet geen geld kosten’: nee). Is het ook niet (of misschien wel vooral) een manier van de zorgkweekster om haar eigen plantjes te kunnen verkopen en van de dominee om een groep vrijwilligers door zijn achtertuin te kunnen jagen? (in beide gevallen: zeker!). Is het dus wel missionair? Is het geen veredeld hobbyisme?

REACTIE op casus 1 | Rein Brouwer
Veredeld hobbyisme? ‘So what?’

Geachte Droogveense collega,
Dank dat je ons hebt laten delen in dit missionaire (als het dat is?) initiatief in je dorp. Dank ook voor de lichte, enigszins relativerende toon waarmee je het project en het succes beschrijft. Wellicht heeft dit bijgedragen aan het feit dat ik de casus gelezen heb met een brede glimlach op mijn lippen. Het riep onweerstaanbare associaties op met de Britse soap ‘The Vicar of Dibly’.

 

CASUS 2
Welk verhaal vertelt ons dorp? Help ons het te ontdekken!

In onze plattelandsgemeente hebben we een kerkgebouw gesloten. We hebben het aangedurfd om het andere kerkgebouw te renoveren; we hebben de zalenruimtes bij de tijd gebracht, en het ziet er werkelijk schitterend uit. Inmiddels gebruiken we het volop: we houden tentoonstellingen, we kunnen weer vieren zoals ons voor ogen staat en niets staat ons geluk meer in de weg.

Het knaagt …
En juist daar knaagt het bij mij als voorganger. Een van de uitgangspunten voor beleid is dat we kerk voor het dorp willen zijn. Maar ons vernieuwde gebouw ligt tussen een aantal buurtschappen in. We zijn weggetrokken uit de grootste kern en daar hadden we met het dorp meer over kunnen overleggen. Toch lijken we de band met het dorp niet kwijt te zijn. De mensen van het dorp (buiten onze kerkgemeenschap) hebben ruimhartig meegeholpen bij de renovatie van ons gebouw en ze waren in groten getale bij de opening. Maar toch.
(…)
We kennen elkaar wel. We kennen elkaar al zo lang. We weten wel hoe de hazen lopen. Dat hoeven we niet uit te zoeken. En toch, als ik een betrokken jongere van 25 vraag: ‘Wat hebben jouw generatiegenoten nou nodig?’, dan valt het stil.
Daarom is de casusvraag: help mij en onze gemeente om het verhaal van dit dorp en dit plattelands-kerkgebouw te ontdekken, te vertellen, te delen, zodat het verhaal van de Opgestane klinkt.

REACTIE op casus 2 | Stefan Paas
Gast of vreemdeling in het eigen dorp

Beste voorganger,
Graag grijp ik de ietwat apostolische setting van dit nummer van
Handelingen aan om je als mede-dienaar en mede-oudste allereerst genade en vrede toe te wensen van onze Heer. Ik ben dankbaar voor wat je schrijft over je verlangen naar een gesprek tussen het verhaal van de Opgestane en het verhaal van het dorp waar je herder bent. De kerk is missionair, gezonden, naar haar aard en zodoende is er altijd onrust. Van wereldsteden tot piepkleine dorpen: overal geeft de Geest heilige zwerfdrift aan mensen.

 

CASUS 3
Kerk zijn voor zoekers naar zin en spiritualiteit

De kerkelijke gemeente is een doorsnee plattelandsgemeente in een dorp op het Groningse Hogeland. Zij wordt gevormd door een federatie van een hervormde gemeente en een gereformeerde kerk. Er zijn rond de 500 leden. Ik werk er als predikant met een aanstelling van 70 procent. Ook in ons dorp ontkomen we niet aan de terugloop van het aantal leden. De zondagse erediensten worden bezocht door rond de 70 mensen, maar het aantal reguliere kerkgangers loopt gestaag terug. In dit proces vallen mij een paar dingen op. Mensen blijven niet weg, omdat het hen tegenstaat; het zijn vooral de drukte van het dagelijks leven en de volle agenda die de betrokkenheid bij de kerk in de weg staan. Daarnaast zijn de kerkgangers kritisch. Ze kiezen wat hen aanspreekt en blijven weg wanneer het hen niet aanspreekt.

Liturgisch present
In de loop van de jaren is in de gemeente het verlangen gegroeid om als kerkgemeenschap een rol in het dorp te hebben. We willen graag de mensen bereiken die zijn afgehaakt, maar ook hen die niet met de kerk zijn opgegroeid maar wel behoefte hebben aan spirituele verdieping en zingeving. Daarom besluiten we om bij de organisatie van de diensten aan te sluiten bij de wensen van deze groepen. We kiezen daarvoor twee momenten in het kerkelijk jaar: de Stille Week en de Gedachteniszondag.
(…)
Samengevat is de vraag dus deze: in hoeverre bewijzen we de kerk en de mensen een dienst wanneer we in de vieringen inspelen op de behoeften van zoekers naar zin en spiritualiteit?

REACTIE op casus 3 | Sake Stoppels
Missionair op maandag

Beste predikant,
In een dorp is het vaak niet zo eenvoudig de koers van de kerk echt te veranderen. Kerkelijke tradities en culturen, de dorpsadat en de verwevenheid met klassieke dorpspatronen kunnen vernieuwing behoorlijk in de weg staan (Brouwer 2011). Daarom verdient jullie zoektocht veel waardering. Er is openheid naar het dorp en een verlangen er werkelijk dienstbaar aan te zijn. Je legt met de vraag waar je mee eindigt een belangrijke kwestie op tafel. Je laat met die vraag ook een spanning zien die kennelijk zit ingebakken in de koers van de gemeente. Mijn reflectie, toegespitst op de inzet bij vieringen, cirkelt ook rond deze kwestie.

 

CASUS 4
Grenzen aan de gastvrijheid?

De protestantse gemeente is klein en grijs; ze leeft, net als heel het eiland, van de gasten van de wal. Omdat het eiland als het ware uitnodigt tot contemplatie en bezinning, mede door de prachtige natuur vlak om het dorp en de kerk heen, worden vele bezoekers gestimuleerd tot allerlei meditatieve activiteiten en oude en nieuwe vormen van spiritualiteit. Er is een grote diversiteit onder de bezoekers van de kerkdiensten, van mensen die geen zondag overslaan tot hen die voor het eerst in dertig jaar de eredienst bezoeken. De fysieke afstand tot het dagelijkse leven ‘aan de wal’ schept kennelijk een geestelijke ruimte, die tot nieuw perspectief en heroverweging van traditionele vanzelfsprekendheden kan leiden. Zo vindt hier uitwisseling plaats in oecumenische verband tussen mensen die ‘thuis’ nauwelijks buiten hun eigen kring komen.
(…)

Vragen
De persoonlijke vraag die me bezig blijft houden is: had dit anders kunnen of moeten gaan? Was het met meer inzet of dienstbaarheid van mijn kant wel mogelijk geweest tot een voor alle betrokkenen zinvolle samenwerking te komen? Een tweede vraag is meer algemeen: mag je een oecumenische instelling eisen van mensen die, met welk motief dan ook, toenadering tot ‘de kerk’ zoeken? Een derde vraag is deze: is betekenisvolle dienstverlening zonder voorwaarden mogelijk? Of is de enige begaanbare weg gelegen in het over en weer helder aangeven van de motieven, doelen en belangen en dus ook van de grenzen?

REACTIE op casus 4 | Harm Dane
‘Nee, niet nog meer dienstbaarheid!’

Beste predikant,
Dank voor je casus. Je beschrijft helder het dilemma en eerlijk de knoop waar je mee zit nadat de kerkenraad een besluit genomen heeft. De beschrijving van je (grenzen van) gastvrijheid geeft me aanleiding tot twee bespiegelingen, de eerste over gastvrijheid, de tweede over de gastheer/gastvrouw.

 

CASUS 5
Op zoek naar zin op zondagmorgen

In de protestantse gemeente van een middelgroot provinciestadje, waar ik als predikant aan verbonden ben, zien we ook de neergang van de kerkelijke betrokkenheid. Het ledental loopt terug en vergrijst. Met name op zondagmorgen is dat goed zichtbaar. In onze stad zijn zes wijkgemeenten die steeds meer samenwerken. Op bestuurlijk vlak is gekozen voor samenvoegen van wijken. De bedoeling is om tot drie, krachtige, wijkgemeenten te komen.
Parallel aan dit convergentieproces, groeit de behoefte aan meer diversiteit of profilering. Nu we meer samen werken, en vanuit het geheel denken, komt daar ruimte voor. Dat ‘we’ op zondagmorgen op zes verschillende plekken in de stad, min of meer hetzelfde aanbieden tussen 10.00 en 11.00, wordt als een gemiste kans gezien. Tegelijk is er onder sommige kerkelijk betrokkenen behoefte om zondagsvieringen anders in te vullen, met meer ruimte voor inbreng van de deelnemers.
(…)
Een paar dilemma’s:
- Het blijkt lastig om steeds goede interactieve vormen te bedenken. De bijeenkomsten tenderen soms al te makkelijk naar het model: lezing met vragen, en dat willen we juist niet.
- De locatie van een monumentaal kerkgebouw lijkt geen drempel op te werpen. Mensen waarderen het eigen karakter van de kerk en voelen zich welkom (een experiment op de bovenverdieping van een grand café pakte niet goed uit). Nu we op zoek gaan naar een nieuw onderkomen, is de vraag of we voor een locatie in het centrum moeten kiezen of toch voor een beschikbaar kerkgebouw, dat enigszins buiten de stadskern ligt.
- We weten niet goed wie de deelnemers zijn. Uiteraard wisselt dat per bijeenkomst, al zijn er een aantal vaste bezoekers. Deels lijken dat kerkleden te zijn, die aangesproken worden door deze vorm. Het is onduidelijk of ons project ook 'buitenstaanders' bereikt.

REACTIE op casus 5 | Henk de Roest
Wie heeft zin in ‘zin-in-zondag’?

Beste predikant,
In zijn boek Introduction to Practical Theology maakt de auteur, Rick Osmer, gebruik van een indeling in vier fasen, die helpen om een bepaald probleem dat zich in een geloofsgemeenschap voordoet, te analyseren. Deze indeling in ‘waarnemen-interpreteren-normeren-handelingsadvies’ vormt een variant op de aloude drieslag ‘zien-oordelen-handelen’ van Jozef Cardijn. Het ‘zien’ wordt bij Osmer in tweeën geknipt: het gaat zowel om het vinden van een antwoord op de vraag ‘what is going on?’ als om een antwoord op de vraag ‘why is this going on?’. Daarna is pas een (normatief) oordeel mogelijk:’what ought to be going on?’ en pas in vierde instantie komt de vraag naar het handelingsadvies aan de orde: ‘how can we respond?’. Deze indeling hanteer ik ook losjes in deze reflectie en ik moet dus allereerst meer weten over wat er gaande is in de zinnige zondagen die je beschrijft.

 

CASUS 6
Muziek in de eredienst – ‘Wij willen graag een gewone dienst’

Onze protestantse gemeente telt zo’n 1500 leden, waarvan er gemiddeld 250 tot 300 op zondagmorgen naar de kerk komen. Het dorp telt zo’n 10.000 inwoners en trekt vanwege haar centrale ligging in een bosrijke omgeving relatief veel nieuwe inwoners.
Iedere zondagmorgen is er één ochtendviering. Eenmaal per maand is dat een jeugddienst. Deze diensten hebben een eigen karakter, vaak met de medewerking van gospelkoren, en trekken daardoor, zo merken we, een heel ander publiek dan de reguliere eredienst. Met name jongeren en jonge gezinnen, ook van buiten onze eigen gemeente, voelen zich aangesproken door deze diensten. In de reguliere eredienst ligt de gemiddelde leeftijd van de kerkganger duidelijk hoger. Zouden de bezoekers van de jeugddiensten ook allemaal de reguliere dienst bezoeken, dan zouden er waarschijnlijk stoelen bij gezet moeten worden.
(…)

Kort samengevat is ons dilemma:
deze nieuwe vorm van kerk-zijn roept van binnenuit weerstand op en stoot mensen af, van buitenaf is er waardering en spreekt het mensen aan. Zij die het huidige muziekbeleid waarderen, zijn over het algemeen minder trouw in hun kerkbezoek dan zij die moeite hebben met alle vernieuwingen.

REACTIE op casus 6 | René Erwich
Frames, oefenruimte en het experiment: uitwegen uit een ‘liturgisch dilemma’

Beste predikant,
Veel dank voor je uitvoerige beschrijving van jullie dilemma rondom de eredienst. Het beeld dat je schetst roept veel herkenning op. Ik zie het maar zo: er is een spanning tussen bewaren en vernieuwen, die tastbaar wordt in verschillende percepties en waardering van mensen binnen en buiten de gemeente. Enerzijds het goede van de traditie met waardevolle vormen, zeker ook als het gaat om liturgie en muziek. Anderzijds de nodige vernieuwing juist daarin, omdat een andere tijd ook weer vraagt om andere vormen en variatie. En dan is de vraag natuurlijk terecht: hoe ga je met die verschillende perspectieven van mensen om? Sluit je goedkope compromissen met voor ‘elk wat wils’ of moet het toch anders?

 

CASUS 7
Het Nieuws Huis, een winkel onder de winkels

Een klein Drents dorp met minder dan 3000 inwoners. Kerkelijk is er een gereformeerde kerk en een hervormde gemeente binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Beide gemeenten zijn ongeveer even groot qua ledenaantal (ongeveer 550 leden per kerkgemeenschap). Er is bewust voor gekozen om twee gemeenten te laten bestaan, met een eigen profiel. Hierdoor kunnen mensen zelf kiezen bij welke vorm van geloofsbeleving en kerk-zijn zij zich thuis voelen. Het dorp is een toeristisch dorp dat zich een groot deel van het jaar in belangstelling vanuit heel Nederland mag verheugen.
Een gemeentelid vanuit de gereformeerde kerk heeft een initiatief ontwikkeld om een Nieuws Huis te beginnen. De doelstelling is om een inloophuis te hebben waar je terecht kunt voor een goed gesprek en een luisterend oor onder het genot van een bakje koffie of thee. De combinatie met het verkopen van boeken/cd's en andere christelijke artikelen maakt dat de drempel heel laag wordt. De toonbank is een soort tafel met stoelen erom heen, waar je koffie/thee aangeboden krijgt. Van daar uit kan het geloofsgesprek op gang komen.
(…)

Overwegingen en vragen
Na anderhalf jaar blijkt dat deze opzet perspectief naar voren toe geeft. Het doet ook veel met de vrijwilligers. Ze zien de nood van allerlei mensen enerzijds en horen anderzijds de vreugde die het geloof geeft aan mensen. Het inloophuis is door de opzet van een winkel voor iedereen interessant. Voor mensen zonder en met problemen, zonder en met geloof. Door in het toeristisch hoogseizoen zes dagen per week open te zijn, ben je als geloofsgemeenschap in plaats van twee uur opeens 45 uur per week beschikbaar. Bovendien ook nog eens op een manier die heel gastvrij en uitnodigend is. Gewoon in de hoofdstraat naast andere winkels.
De eerste stappen die gezet zijn vragen om meer bezinning en misschien ook verbreding van dit initiatief. Graag horen we daarom van een deskundige wat die hier verder over heeft te zeggen en misschien handreikingen kan doen om zo nog meer dienstbaar te zijn aan mensen in de concretisering en het delen van het goede nieuws van Jezus Christus.

REACTIE op casus 7 | Marten van der Meulen
Het Nieuws Huis als kerkplek

Beste voorganger,
Bedankt voor je update over wat er in jouw dorp gebeurt. Het borrelt in heel Nederland van missionaire en diaconale initiatieven. Vaak is er hierbij veel aandacht voor de stedelijke initiatieven – alsof ‘het’ alleen gebeurt in steden. Ook in kleinere dorpen wordt veel aandacht aan innovatie geschonken, en alleen daarom is het al interessant om hierover te horen. Er zijn een aantal punten waar ik aandacht aan zou willen schenken.
Het is goed te horen dat het Nieuws Huis een samenwerking is tussen verschillende kerken. Projecten kunnen op deze manier een extensie zijn van het kerkelijke werk en de samenwerking tussen kerken ook concreet vorm geven. Let wel op dat de groep die achter dit project staat niet los of zelfs alleen komt te staan.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor pionieren. Het lijkt mij dat jullie een mooi voorbeeld van pionieren vormen. Jullie zouden kunnen overwegen om aan te sluiten bij het pioniersprogramma van de Protestantse Kerk. Dan heb je toegang tot financiering en (misschien nog wel belangrijker) inhoudelijke ondersteuning.

 

REFLECTIE | Stefan Paas
Missionair op z’n dorps

De omslag van een kerkelijke cultuur die berust op verplichting, fatsoen en gewoonte naar een cultuur die gekenmerkt wordt door consumptie is volgens Stefan Paas goed zichtbaar in de zeven casestudies die in dit nummer van Handelingen worden gepresenteerd. Kijkend met een missiologische blik ziet hij aanknopingspunten voor de missionaire praktijk en concludeert dat de weg vooruit ligt in een geleid proces waarin gemeenten worden toegerust om zelf visie te vormen en experimenten in praktijk te brengen.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De architect

 

SLOTREFLECTIE | Henk de Roest & Sake Stoppels

Terug naar de kern?

Wie zijn wij als christelijke geloofsgemeenschap en op welke wijze kunnen wij juist vanuit die identiteit in ons dorp, vanuit ons christelijk zelfverstaan, dienstbaar en heilzaam present zijn? Hebben wij een eigen perspectief? Juist het verlangen missionair present te zijn in de eigen omgeving drijft de gemeente onontkoombaar naar soteriologische vragen. Er is daarom alle reden het geloofsgesprek grondig te voeren.

‘Hoe kunnen wij als kerk meer zichtbaar worden?’
‘Hoe kunnen we de kerk in het dorpsgebeuren nadrukkelijk voor het voetlicht plaatsen?’
‘Hoe kunnen wij kerk voor het hele dorp zijn?’
‘Kunnen we met nieuwe vieringen, andere bijeenkomsten, nieuwe mensen (zinzoekers? afgehaakte kerkgangers?) bereiken?’
‘Wat betekent een toenemende consumptieve houding van onze kerkleden voor ons aanbod?’
‘Hoe voorkomen we dat we met nieuwe muziekstijlen en andere typen kerkdiensten andere kerkgangers vervreemden?’
‘Hoe krijgen we mensen die nooit eerder een voet over de drempel hebben gezet zo ver om in de kerk te komen?’

De vragen en dilemma’s die in de praktijkberichten in dit nummer naar voren komen geven naar onze indruk een goed beeld van de situatie in veel lokale kerken. Als onderzoekers die hun kennis willen delen zijn ondergetekenden de afgelopen jaren bijna wekelijks op pad geweest voor het geven van lezingen en het beeld is, zowel in katholieke als protestantse geloofsgemeenschappen, op veel plaatsen hetzelfde. We zien een betrokken, veelal verouderende groep gelovigen, die houdt van de kerk en nog altijd veel beleeft aan de liturgie, de catechese, de preek en de ondersteuning door een geloofsgemeenschap en die hoopt op remedies om het tij te keren.

 

INTERVIEW | Nico Krijn
Hart Joep deJoep de Hart is cultuur- en godsdienstsocioloog. Hij is als onderzoeker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau en daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit. Zijn leeropdracht daar betreft ‘Nieuwe en vernieuwende vormen van christelijke gemeenschap in hun betekenis voor de Nederlandse samenleving’. Zijn onderzoeken op het terrein van de godsdienstsociologie zijn gericht op religieuze ontwikkelingen, de relatie van deze met maatschappelijke veranderingen en de betekenis van religie voor de Nederlandse samenleving. Zijn werk op het Sociaal en Cultureel Planbureau is breder gericht, maar aan wat hij schrijft als godsdienstsocioloog ligt volgens hem altijd verwondering ten grondslag. Die begint waar de dingen niet of niet langer vanzelfsprekend zijn, waar alternatieven opdoemen, wanneer de grond onder je voeten begint te bewegen. Wie, zoals De Hart, als katholiek opgroeide in de Kop van Overijssel kreeg naar zijn mening de onvanzelfsprekendheid van religie met de paplepel ingegoten. Sociologisch onderzoek relativeert voortdurend vanzelfsprekendheden. Hij ziet het vooral als een methode om de tijd waarin wij leven beter te begrijpen, ook waar het om religie en religieuze ontwikkelingen gaat.

‘Secularisatie als reorganisatie van religie’
In het boek God in Nederland 1996-2006 constateert u dat de kerken leeglopen en velen de traditioneel-christelijke opvattingen hebben losgelaten. Men heeft de afgelopen tijd de band met de kerkelijke godsdienstigheid massaal laten vieren. Op de vraag waarom het zo slecht gaat met de kerken antwoordt Harry Kuitert: ‘De kerkelijke leer houdt in dat de kerk zichzelf als spreekbuis van boven presenteert, en met die zelfinterpretatie haar gezag over de zielen legitimeert. Zo beroven kerkelijke ambtsdragers de gelovigen bewust of onbewust van hun vrijheid om zelf te kiezen.’ Wat vindt u daarvan?

‘Voor wat betreft de hedendaagse gelovigen lijkt mij dat toch een beetje een onderschatting van hun mondigheid. Binnen en buiten de kerken geldt dat je tegenwoordig veel meer zelf zult moeten uitvinden waar het in het leven om gaat; er is wat dat betreft geen ‘his masters voice’ meer en naar de dominee of pastor wordt sowieso veel minder geluisterd. Nog maar nauwelijks een halve eeuw terug was het van de wieg tot het graf deel uitmaken van een en hetzelfde godsdienstige milieu het overheersende patroon. Dat is niet meer zo.
In plaats van het op een vanzelfsprekende wijze overnemen van een complete traditie, zijn veel hedendaagse Nederlanders een leven lang op zoek naar de antwoorden op de vragen die hen bezighouden. De eigen, vaak zeer persoonlijk gekleurde ervaring en het op een of andere manier emotioneel geraakt worden is daarbij veel belangrijker geworden. Die groeiende nadruk op wat je de psychologische kant van religie zou kunnen noemen, zie ik overal terug. Bij de sterke groei van de ‘halleluja-kerken’ (zoals de Pinkstergemeenten), maar ook bij de verkoopcijfers van populaire zelfhulp- en therapieboeken. In het cursusaanbod in bezinningscentra, maar ook bij wat er op de televisie te zien is, en in de rubrieken van kranten en weekbladen.’

 

TRENDBERICHT | Jessie Dezutter
Psychologie van religie, spiritualiteit en zingeving: verankering en groei
Dit trendbericht beschrijft de recente ontwikkelingen en veranderingen in het domein van de psychologie van religie, spiritualiteit en zingeving. Het gaat om trends die naar voren komen in zowel internationale als nationale publicaties van de laatste vijf jaar. Twee duidelijke ontwikkelingen tekenen zich af. Enerzijds verankert het domein van de religiepsychologie zich meer in andere gevestigde deeldomeinen van de psychologie en anderzijds is er een groeiende interesse vanuit andere wetenschapsdomeinen zoals geneeskunde en verpleegkunde, maar ook neurowetenschappen en positieve psychologie.
Een uitgebreidere versie van dit trendbericht vindt u in het Literatuurbericht religiepsychologie 2014

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2015 1 omslagEditieredactie: Sake Stoppels

 

INLEIDING | Sake Stoppels
Tussen bevlogenheid en burn-out
Voorgangers en hun welbevinden

We concentreren ons in dit nummer op de volgende vraag:
Welke factoren spelen een rol in de aantasting van bevlogenheid van pastores en langs welke wegen kan er zodanig gewerkt worden aan het welbevinden en de motivatie van pastores voor hun werk dat ze een inspirerende invloed hebben op de geloofsgemeenschap als geheel?
Het gaat hier om een ingrijpende thematiek, waarvan we in dit nummer uiteraard slechts enkele aspecten kunnen belichten.

U kunt de hele inleiding lezen door te klikken op Inleiding


PORTRET 1 | Agnes Hana-van Bruggen
‘Save Our Souls’

‘SOS’, bad ik rond 2004. Het ging goed, erg goed. Ik was predikant in een leuke gemeente. We waren voor elkaar geschapen. Een doortastend klein clubje actieve gemeenteleden, een kerkenraad die leefde voor korte lijnen, gevoel voor humor. We hadden het meer dan goed en toch ... misschien ging het me te goed? Vrijwel alles wat ik voorstelde en uitvoerde, werd gewaardeerd. Er zat geen uitdaging meer in mijn leven.


PORTRET 2 | Wim Jansen
Meister Eckhart als model voor gemeenteopbouw

Er zijn twee perioden geweest dat ik niet verder kon in mijn werk als predikant. Allebei hebben ze gewerkt als een steen in de vijver: een duidelijk in de tijd traceerbare ‘plons’ met een nauwelijks af te bakenen rimpeling daarna. Beide keren betreft het zowel een abrupt moment als een proces. De eerste periode had vooral betrekking op mijn eigen persoon en spiritualiteit. De tweede betrof de kerk, althans die waarin ik werkte en werk: de Protestantse Kerk in Nederland. Deze laatste, wat ik noem ‘kerkelijke burn-out’ dient zich als vanzelf in de loop van mijn verhaal aan. Ik begin met te vertellen over mijn persoonlijke burn-out.


PORTRET 3 | Teun Kruiswijk Jansen
Passie hervonden

Eind juni 1996 viel ik tijdens een kerkdienst letterlijk om, vlak voor de voorbeden. Zo maar een ‘uitglijder’ of een andere oorzaak? Ik denk het laatste. Nadat de ouderling me aangeraakt had kon ik gelukkig weer opstaan, en bleek ik – dat werd achteraf geconstateerd – een schouder gebroken te hebben. In de weken die volgden werd er vanuit een neurologisch onderzoek geen fysieke aanleiding voor deze val gevonden. Wel ontdekte ik dat ik aan langdurige uitputting leed: een (te) zwaar tillen aan gemeenteopbouwprocessen, gebrek aan visie om samen met collega’s en gemeente inhoud te geven aan de nieuwe Samen-op-Weg-kerk waarin ik werkte, en niet te vergeten ‘oude’ rouw om vier (zeer) dierbaren die in mijn levenslijn plotseling overleden waren. Zo waren mijn ‘draaglast’ en ‘draagkracht’ te lange tijd in onbalans geraakt.


REFLECTIE | Anke Bisschops
Verinnerlijking, toewijding en burn-out
Reflectie op drie cases

‘Listen to yourself
and in that quietude you might hear the voice of God’

Maya Angelou, 2014

Juist in deze voor pastores zware tijd is het des te belangrijker dat zij goed toegerust zijn om hun taak aan te kunnen, niet alleen qua kennis, maar ook qua zelfkennis, vaardigheden en houding. Vooral zelfkennis is belangrijk, want noodzakelijk om het instrument dat de pastor zelf is, goed te kunnen onderhouden.


INTERVIEW | Nico Krijn
‘Bevlogenheid vind ik een groot woord’
Interview met Gerben Heitink

Emeriti volgden de ontwikkelingen op hun vakgebied bijna een halve eeuw op de voet en kunnen de kennis van vandaag in historisch perspectief beschouwen. Bovendien hebben zij in de loop der tijd kennis opgedaan van aanpalende disciplines. Professor Gerben Heitink is zo’n veelzijdige emeritus. Hij ontving mij in zijn studeerkamer, die er uitziet zoals ik verwachtte: een schrijftafel en wandvullende boekenkasten. Hij sprak zijn waardering uit voor de kwetsbare opstelling van de drie pastores die hun levensverhalen voor dit themanummer van Handelingen ter beschikking hebben gesteld. ‘Ik heb het met groot respect gelezen. Ik ken de predikanten niet en ik geef mijn interpretatie daarom met een zekere aarzeling.’


BESCHOUWING | Henk de Roest
De ziel van de voorganger revisited

Er is alle reden te zoeken naar ‘rust voor de ziel’. Ook al is de kerkelijke voorganger niet de enige die daarnaar zoekt, het predikantschap heeft iets eigens waardoor die zoektocht nog klemmender wordt. Henk de Roest inventariseert een aantal onderzoeken naar het welbevinden van pastores, beschouwt de relatie tussen psychische gezondheid en spiritualiteit en staat bij enkele voor voorgangers belastende factoren apart stil.


ONDERZOEKSVERSLAG | Willem van Rhenen, Albert Jan Stam & Anne Weiland
Bevlogenheid en burn-out onder predikanten

In 2013/2014 hebben ruim zeshonderd predikanten meegedaan aan onderzoek naar bevlogenheid en burn-out (Stichting Ruimzicht, Nyenrode Business University, ArboNed, Berenschot, Protestantse Kerk in Nederland, Vrije Universiteit). Aansluitend was er een pilotstudy naar het effect van coaching op gemeentepredikanten binnen de Protestantse Kerk. De uitkomst is hoopgevend. Het ontwikkelde coachtraject had een aantoonbaar positief effect. Het verminderde chronische stress en uitputting bij predikanten. Dit artikel doet verslag van het onderzoek en van de pilot.


SLOTREFLECTIE | Theo van Leeuwen & Sake Stoppels
Meer dan spiritualiteit

Als besluit van het thematische deel van dit Handelingen-nummer zetten we een aantal zaken nog eens kort in de schijnwerper. Gerben Heitink stelt dat onze tijd geen tijd van bevlogenheid is. Dat is een stelling waar we ons niet zonder meer bij neerleggen. Tegenspel bieden we ook als het gaat om de grote aandacht in dit nummer voor spiritualiteit als aanjager van bevlogenheid. Bevlogenheid is zeker ook gebaat bij goede vormen van zakelijkheid. We zijn met Van Rhenen, Stam en Weiland verheugd over de goede resultaten van het besproken coachtraject, maar stellen toch een paar vragen. We beginnen dit slotartikel met de bevlogenheid van voorgangers in de erediensten. Ook daar zijn verheugende cijfers over, maar ook hier rijzen vragen die uitnodigen om verder te reflecteren.


IN BEELD | Corja Menken-Bekius
Leven of theater?


HISTORISCH | Anne-Claire Mulder
Bestemd voor gezegend leven
Lijnen in het werk van Riet Bons-Storm

Een thema waar wetenschapster en kerkelijk hoogleraar voor Vrouwenstudies en Pastoraat Riet Bons-Storm zich al heel lang voor inzet, de interreligieuze dialoog, wordt in dit overzichtsartikel geplaatst in de context van het dialogiseren met de ander. Haar portret van de vele factoren die een rol spelen in de pastorale communicatie is relevant voor pastorale praktijken van vandaag.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Bestemd voor gezegend leven

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2014 4 omslagEditieredactie: Jessie Dezutter

 

INLEIDING | Jessie Dezutter
Zingeving op hoge leeftijd

Alhoewel er geregeld gewezen wordt op belang van zingeving in de laatste levensfase, blijkt de informatie rond deze thematiek toch eerder beperkt en fragmentarisch. Met dit themanummer wil Handelingen dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan allen die – professioneel of privé – betrokken zijn op deze levensfase.


BESCHOUWING | Mia Leijssen
Existentieel welzijn bij ouderen

Wat betekent het om als mens te leven? Over welke krachtbronnen kunnen mensen beschikken om op de best mogelijke manier met problemen om te gaan? Dit artikel diept de verschillende bestaansdimensies uit en laat zien hoe positieve psychologie een negatieve kijk op ouder worden en zijn kan keren.


BESCHOUWING | Alfons Marcoen
Spiritualiteit op hoge leeftijd

Vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief wijdt dit artikel eerst enkele beschouwingen aan empirisch onderzoek naar de rol van religie en spiritualiteit in het proces van optimaal ouder worden. Vervolgens wordt een schets gegeven van de integratieve gerotranscendentietheorie van Lars Tornstam.


VERSLAG | Liselotte Van Ooteghem
Het levensverhaal als bron van zingeving

De Hongaarse schrijver Konrad schreef ooit: ‘Vraag iemand naar de zin van zijn leven en hij vertelt je zijn levensverhaal.’ Ouderen die levensmoe zijn, worstelen met de vraag naar de zin van hun leven. Kan de narratieve constructie van zin een (preventief) hulpmiddel zijn om levensmoeheid bij ouderen aan te pakken? Kan het in kaart brengen van het levensverhaal van ouderen een manier zijn om de zin van het geleefde leven te ontdekken of misschien beter te herontdekken en hier kracht uit te putten om het voltooide leven verder kleur te geven? Mijn ervaring leert mij: ja, dat kan!


ONDERZOEK | Arjan Braam
Religiositeit en depressie
Een empirische queeste onder Nederlandse ouderen

Religiositeit en depressie op hogere leeftijd hangen op uiteenlopende manieren met elkaar samen. Empirisch onderzoek kan dit nader in kaart brengen, zoals het bevolkingsonderzoek onder Nederlandse ouderen in het kader van de Longitudinal Aging Study Amsterdam aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. De resultaten nuanceren vooroordelen, legitimeren dat religiositeit voor sommige ouderen relevant is, en geven richting. Oog houden voor steunende aspecten van religiositeit, alsook voor ‘spiritual distress’ blijft in toekomstig onderzoek nodig.


PRAKTIJK | Anne Vandenhoeck
Met de dood voor ogen
Professionele begeleiding bij het levenseinde van ouderen

Ouder worden is hoe dan ook leven met de dood voor ogen. Wat doet dat met een mens en hoe kan pastorale begeleiding daarop inspelen?


ONDERZOEK | Linus Vanlaere
Lijden aan het leven
Op zoek naar zinvolle zorg

Steeds vaker ontmoeten we ouderen in het woonzorgcentrum die ‘lijden aan het leven’. Ze geven aan dat ze ‘zo’ niet verder willen en dat de toekomst hun niets meer te bieden heeft. Willen we voldoende goede zorg bieden, dan is het goed meer zicht te krijgen op het lijden van deze ouderen die doorgaans levensmoe worden genoemd.


INTERVIEW | Nico Krijn
‘Je zoekt naar samenhang’
Lars Charbonnier over ouderen en de zin van het leven

Lars Charbonnier publiceerde dit jaar Religion im Alter. Eine empirische Studie zur Erforschung religiöser Kommunikation, met onderzoeksresultaten over de religieuze zingeving bij mensen van 75 jaar en ouder. Zijn oudere mensen religieuzer dan jongere? Wat betekent religie voor hen en hebben zij een antwoord op de vraag naar de zin van het leven? Deze en andere vragen legde Charbonnier, predikant en docent theologie in Berlijn, ouderen voor in twintig kwalitatieve interviews en verzamelde zo interessante gegevens. Het boek is inmiddels met twee wetenschappelijke prijzen onderscheiden. Nico Krijn sprak met Lars Charbonnier over ouderen en de ervaring van zinvol dan wel ‘zinvrij’ leven.


IN BEELD | René Rosmolen
Van schaduw naar schijnwerper


PRAKTIJK | Ann Bosmans
Heeft het nog zin?
Zingeving en dementie

Wanneer ik vertel dat ik werkzaam ben als psycholoog in een woonzorgcentrum en dat één van mijn kerntaken het ondersteunen en begeleiden van personen met dementie omvat, hoor ik vaak de bedenking: ‘Kun je daar nog wel iets doen? Wat voor zin heeft dat nog? Die mensen weten het toch niet meer.’

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2014 3 omslagEditieredactie: Jos de Kock & Henk van den Bosch

 

INLEIDING | Jos de Kock & Henk van den Bosch
Levenslang leren

Wat is nodig om theologen adequaat voor te bereiden op het werkveld waarin zij als professionals werkzaam zullen zijn? Het is onmogelijk om op deze vraag een eenduidig antwoord te geven, alleen al vanwege het feit dat er niet voor een eenduidig werkveld wordt opgeleid. Theologen kom je immers tegen in diverse sectoren van de samenleving: in de kerk, vanzelfsprekend, maar ook in de zorg en in het onderwijs, bij justitie, defensie en in het welzijnswerk. In al deze sectoren functioneert de theoloog als professional, maar wat de diverse sectoren aan specifieke kwaliteiten van de professionals verwachten verschilt nogal van sector tot sector.


PILOTVERSLAG | Christa Anbeek, Ger Palmboom & Jaap Schuurmans

De levensbeschouwelijk professional in transitie

In dit artikel wordt verslag gedaan van een project dat mogelijkheden voor geestelijk begeleiders in de eerstelijnszorg onderzoekt. Het onderzoek speelt zich af tegen de achtergrond van een veranderend religieus landschap en de gevolgen die dit heeft voor de wijze waarop individuen omgaan met religieuze en existentiële vragen. Wat betekenen deze veranderingen voor een mogelijk levensbeschouwelijk aanbod en welke competenties vraagt dit van religieuze professionals? En welke implicaties zijn er op basis van dit onderzoek te formuleren voor initieel en post-initieel theologisch en levensbeschouwelijk onderwijs?


PLEIDOOI | Ruard Ganzevoort
Hoe leiden we anno 2014 goede theologen op?

Ruim vijftien jaar geleden schreef de Tilburgse pastoraal-psycholoog Rein Nauta (1998) over de kloof tussen de theologische opleiding en de beroepspraktijk: ‘De akelige conclusie [...] moet zijn dat predikanten en pastores worden opgeleid tot een bedrijf dat door hen niet wordt gepraktiseerd, terwijl voor wat zij wel doen de nodige scholing wordt gemist.’ Theologie als handicap, noemde hij dat. Ligt dat anno 2014 anders?


REACTIE | Hans Schilderman
Theologie als entertainment

In reactie op het pleidooi van Ruard Ganzevoort in het voorgaande artikel en op de uitkomsten van de visitatie van opleidingen theologie en religiewetenschappen het afgelopen jaar, blikt Hans Schilderman terug, kijkt rond én ziet vooruit. Aan het belang van een op de realiteit betrokken theologie dient een valide analyse vooraf te gaan. Een voorzet.


PROFIELSCHETS | Martin Walton
Met de omstandigheden rekening houden
Differentiëring van geestelijke verzorging

Geestelijk verzorgers staan voor de uitdaging zich telkens opnieuw tot veranderende omstandigheden dichterlijk te verhouden. Welke differentiaties kom je tegen, hoe kunnen opleidingen bijdragen aan de kwaliteit van geestelijke verzorging en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst van de beroepsgroep?


PRAKTIJKSCHETS | Theo Witkamp
Professionalisering, permanente educatie en postacademisch onderwijs

Dat predikanten en geestelijk verzorgers levenslang moeten blijven leren is in principe niet nieuw. Ze moeten tegenwoordig echter kunnen aantonen dat ze dat doen door postacademische cursussen te volgen en studiepunten te verzamelen. De opzet van de Permanente Educatie van de Protestantse Kerk in Nederland kan model staan voor deze ontwikkeling. Wat ligt hieraan ten grondslag, hoe zijn de ervaringen tot nu toe en voor welke uitdagingen staan we?


PRAKTIJK | Henk Geertsema
Wo en hbo: een paar apart

Vanuit het gezichtspunt van het Praktijkcentrum, instituut voor onderzoek en advisering op het terrein van de praktische theologie, schetst dit artikel het transitieproces binnen de (kleine) Gereformeerde Kerken en worden de consequenties beschreven voor de opleiding en samenwerking van wo- en hbo-theologen.


TOT SLOT | Jos de Kock & Henk van den Bosch
Waar moet je beginnen? En waar eindig je?

Wat is nodig om theologen adequaat voor te bereiden op het werkveld waarin zij als professionals werkzaam zullen zijn en hoe onderhoud je die professionaliteit? In dit slotartikel maken we een balans op.


IN BEELD | Harbert Booij
Tussenwereld


TRENDBERICHT | Sake Stoppels & Henk de Roest
Kerk tussen ideaal en werkelijkheid

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2014 2 omslagEditieredactie: Hans Schilderman & Nienke Fortuin

 

INLEIDING | Hans Schilderman & Nienke Fortuin
De dood leeft

Zeggen dat de dood leeft doet menig theoloog de wenkbrauwen fronsen; er is immers in geloofstaal veel over te zeggen. Dat de dood leeft betekent echter ook dat de dood onderwerp is van intensieve interdisciplinaire studie. Wat gaat er in mensen om als ze met de dood worden geconfronteerd, en hoe is daar vanuit pastorale en geestelijke verzorgingsoptiek hulp bij te bieden?


ONDERZOEK | Nienke Fortuin & Hans Schilderman

Dynamisch doodsbewustzijn
Veranderende culturele, morele en religieuze opvattingen van de dood

De steun aan stervenden vertegenwoordigt een belangrijke prioriteit van geestelijke verzorging en pastoraat. Kennis van en inzicht in verschuivingen in opvattingen over de omgang met de dood helpen pastores, geestelijk verzorgers en vrijwilligers om de terminale zorg af te stemmen op de beleving en verwachtingen van mensen die hun levenseinde zien naderen.


CULTUURSCHETS | Peter Nissen
Stamelen aan de grens
Bidden op en rond het sterfbed

De worsteling van mensen met de vraag naar de zingeving van hun bestaan komt op wellicht geen ander moment zo pregnant naar voren als juist in het uur waarin de mens oog in oog staat met de eindigheid en de contingentie van zijn bestaan: het uur van de dood. Aan wat door mensen in dat ultieme uur gedaan en gezegd wordt, is door de nabestaanden dan ook steeds een grote betekenis gehecht. Voor christenen is het steeds belangrijk geweest met welke woorden een stervende zich in zijn laatste uur tot de Heer van leven en dood richtte.


BESCHOUWING | Jacqueline van Meurs
De zorg om het verhaal
Spreken over de dood in het algemene ziekenhuis

Ik weet niet wat de dood is, wat het voor mij betekent, behalve dat ik er heel bang voor ben’, zo liet een jonge vrouw de arts weten bij opname op de afdeling medische oncologie van het Radboud universitair medisch centrum. In overleg met de arts besloot ze om hierover in gesprek te gaan met een geestelijk verzorger. De vraag is of (zieke) mensen nog wel over een taal beschikken om zich te uiten binnen de spirituele dimensie van hun mens zijn.


VERKENNING | Claudia Venhorst
Een goede dood
Een moslimperspectief op sterven in Nederland

Moslims in Nederland vormen de grootste religieuze minderheid, maar er is nauwelijks inzicht in hun rituele praktijken rond de dood. Dit artikel is een verkenning van de manier waarop moslims in Nederland de naderende dood ritueel vormgeven.


BESCHOUWING | Annemarieke van der Woude
De dood pakken?
Opvattingen over het levenseinde

Is er een verschuiving waarneembaar in ons spreken over de dood? En duidt die eventuele verandering op gewijzigde opvattingen over het levenseinde?


IN BEELD | René Rosmolen
Gekanteld


INTERVIEW | Nico Krijn
‘Niemand hoeft een slechte dood te sterven’

We denken weinig na over de dood. Dat is een omissie die de nodige aandacht verdient en daar werk ik ook hard aan.’ Kris Vissers, hoogleraar Pijn en palliatieve geneeskunde van het Radboud universitair medisch centrum in Nijmegen, is pleitbezorger van een multidisciplinaire aanpak van de palliatieve zorg, liefst al vóór de terminale fase.


BESLUIT | Hans Schilderman & Nienke Fortuin
De dood interpreteren

Terugblikkend op de bijdragen in deze editie van Handelingen, staat een drietal thema’s rond de dood centraal: de betekenis, expressie en beoordeling ervan. Het zijn drie thema’s die samenhangen met een vraag die zowel existentieel als ook reflectief van aard is. Hoe hebben we de dood te interpreteren?


TRENDBERICHT | Herman Noordegraaf
Diaconaat 2010-2013

Dit trendbericht geeft een selectie van publicaties op het terrein van het diaconaat in de jaren 2010-2013. Een uitgebreide versie is als Literatuurbericht diaconaat 2010-2013 te lezen. In Handelingen 2010/2 verscheen het vorige diaconale trendbericht.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën