1999

Logo

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

Handelingen2016 3 omslagEditieredactie: Herman Noordegraaf en Ciska Stark

 

INLEIDING | Herman Noordegraaf & Ciska Stark
Diaconale presentie en motiverende prediking

Hoe verhoudt de prediking, als vanouds de vorm van toerusting van de gemeente, zich tot de vernieuwde diaconale impulsen van deze tijd? Kan zij bijdragen aan het vormen van een motiverende en overtuigende eenheid in de vanouds vaak gescheiden werelden van vieren, verkondigen en delen? Hoe vormt de Bijbel een inspiratiebron tot diaconale prediking? Kunnen prediking en diaconie elkaar inspireren en wat hebben predikers daartoe dan nodig? En hoe bouwen predikers dan aan een diaconale gemeente en diaconale praktijken zonder dat deze uiteenvalt door verschillende inzichten op politiek of ethisch gebied?
Deze vragen vormen de insteek van dit themanummer van Handelingen en verschillende praktijkreflecties geven inzicht in mogelijkheden. Allereerst is ook een verkenning van de functie en het wezen van de prediking vereist.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

VERKENNING | Peter van de Kamp
Met kloppend hart!?
De diaconale dimensie van preken

Paus Franciscus heeft een Jubeljaar van de Barmhartigheid afgekondigd. Het is op 8 december 2015 ingegaan en zal op 20 november 2016 eindigen, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Dit themanummer van Handelingen verschijnt in de loop van dit heilige jubeljaar. In de pauselijke bul hierover (Misericordiae Vultus van 11 april 2015) vraagt Franciscus onder andere aandacht voor het verkondigen van barmhartigheid. Anders gezegd: hij pleit voor de diaconale dimensie van preken. In navolging van zijn voorganger Johannes Paulus II in de encycliek Dives in Misericordia (1980) benadrukt hij dat de kerk de opdracht heeft om ‘de barmhartigheid van God te verkondigen, het kloppend hart van het evangelie’ (§12). Aan die typering ontleen ik de titel van dit artikel: ‘Met kloppend hart!?’ De vraag is hoe prediking en diaconaat zich tot elkaar verhouden. Hoe krijgen barmhartigheid, gerechtigheid en duurzaamheid als belangrijke diaconale categorieën stem in de prediking van de kerk?

 

REFLECTIE | Jozef Wissink
Bevrijdend preken is diaconie aan het leven

Wanneer we het Griekse woord diakonia in zijn eerste betekenis nemen, die van bemiddeling van een boodschap, is de preek vanzelf diakonia: de diaconie van het Woord. Maar het thema van dit nummer van Handelingen betreft de relatie tussen de preek en de diaconie in de zin van de zorg voor armen, noodlijdenden en wat daarmee samenhangt. Met de woorden ‘wat daarmee samenhangt’ wordt gedoeld op de zorg voor een barmhartige en rechtvaardige samenleving. Deze politieke dimensie van het leven komt in de diaconie in het vizier, omdat armoede vaak ook maatschappelijke oorzaken heeft en omdat de overheid mag worden aangesproken op haar armoedebeleid of het gebrek daaraan. De kerk kan deze politieke dimensie van het leven niet opslorpen, omdat ze dan zelf een slechts politieke grootheid zou worden, maar tegelijk raakt ze deze dimensie vanwege haar zorg voor de armen.

 

BETOOG | Trinus Hoekstra
Het diaconale DNA van de Protestantse Kerk: genetisch bepaalde omissie

De ingang voor dit artikel1 is de beleidsnota Kerk 2025: Waar een Woord is, is een weg van de Protestantse Kerk in Nederland.2 Deze beleidsnota stelt Trinus Hoekstra hier exemplarisch voor kerkelijk beleid ten aanzien van diaconaat. De spits van het artikel is dat kerkelijk beleid in deze bepaald wordt door een omissie in de verzoeningsleer die diep in de christelijke traditie is ‘ingeschreven’. Een omissie die bewerkstelligt dat ‘we’ ons verzoening niet op een diaconaal gerichte wijze toe-eigenen en daarmee een grote invloed heeft op hoe we theologisch naar diaconaat kijken.

 

PRAKTIJK I | Bert Altena
De reikwijdte van het haalbare vergroten

In dit praktijkbericht belicht Bert Altena een recente preek waarin een diaconale dimensie aan bod komt zonder bijzondere thematische aanleiding. Dit artikel is ook te lezen op zijn eigen blog.

 

PRAKTIJK II | Luc Tanja
Alledaagse verkondiging

‘De groep van gelovigen was een eenheid. Ze waren het over alles met elkaar eens. Niemand wilde zijn bezit alleen voor zichzelf houden. In plaats daarvan deelden ze alles wat ze hadden.’ Een bekende passage (Handelingen 4:32, BGT). Het is het verhaal van de eerste christelijke gemeente. In zijn werk als straatpastor komt Luc Tanja, wellicht verrassend, vergelijkbare verhalen tegen.

 

PRAKTIJK III | Elske Cazemier
Voor de nood van de wereld en onze eigen nood

Elske Cazemier verhaalt van een viering in een verpleeghuis, waar bewoners, wijkgenoten en mensen met een verstandelijke beperking aan deelnemen. En dan wordt duidelijk dat deze mensen, die zelf volledig verzorgd of begeleid worden, bijzonder betrokken zijn op de wereld om hen heen. Spontaan, krachtig en ontroerend ontstaat er diaconaat.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Aan den lijve

Beeldmeditatie bij Vincent van Gogh, ‘De barmhartige Samaritaan’, olieverf op doek, gedateerd 1890

 

PREEK | Marzouk Aulad Abdellah
Barmhartigheid als levenshouding in de islam

Wat opvalt in de Koran – de belangrijkste rechtsbron – is dat alle hoofdstukken, behalve soera at-Tawbah, beginnen in de Naam van God, direct gevolgd door de eigenschappen van de Barmhartige en de meest Genadevolle. Dit duidt klaar en helder op het belang van barmhartigheid in de Qur’an en de profetische traditie.

Allereerst laat dit zien dat barmhartigheid een van de eigenschappen van God is en tegelijkertijd ook een ethische waarde vormt die in praktijk gebracht moet worden.
Ten tweede staat barmhartigheid boven alle overige eigenschappen. Het handelen uit barmhartigheid is een regel die nooit ofte nimmer opgeheven wordt. Het is de regel in de omgang tussen moslims onderling en tussen moslims en niet-moslims.

 

LEZING | Arslan Karagül
Het belang van zakat voor de gemeenschap

‘En zij die goud en zilver oppotten en geen bijdrage op Gods weg geven, zeg hun een pijnlijke afstraffing aan op de dag dat zij in het vuur van de hel verhit zullen worden; dan zullen hun voorhoofden, hun zijden en hun ruggen verzengd worden. Dit is voor wat jullie voor jezelf opgepot hebben. Proeft dan wat jullie aan het oppotten waren.’ (Koran 9:34v)

Het begrip ‘zakat’ wordt in het Nederlands door verschillende termen weergegeven: armenbelasting, religieuze belasting, weldadigheid, verplichte aalmoes, enzovoort. Behalve ‘zakat’ kent de islam ook het begrip ‘sadaqa’. Dat kan in het Nederlands meestal met aalmoes of liefdadigheid weergegeven worden, maar soms wordt in de Koran met sadaqa ook zakat bedoeld. In de hadith (overlevering) betekent sadaqa vaak liefdadigheid of aalmoes. Dit impliceert dat er twee soorten sadaqa zijn: vrijwillige (aalmoes of liefdadigheid) en verplichte (zakat). De eerste kent geen enkele beperking of voorwaarde. De tweede (zakat) kent wel beperkingen en voorwaarden.
In dit artikel kijken we eerst naar het verschil tussen zakat en sadaqa en naar de implicaties van dit verschil voor het handelen. Vervolgens gaan we nader in op de inhoud en voorwaarden van de zakat. Ten slotte besteden we aandacht aan de betekenis van de zakat voor de samenleving.

 

ONDERZOEK | Herman van Well
De wijk nemen
Diaconaat in de Rotterdamse Tarwewijk

Herman van Well doet verslag van zijn onderzoek naar sociaal-maatschappelijke verbondenheid en betrokkenheid van jonge christelijke geloofsgemeenschappen van diverse etnische en culturele signatuur met de mensen in en voor de Rotterdamse Tarwewijk.

 

 VRAAGGESPREK | Nico Krijn
‘Een preek legt de verbinding – als een brug’

Prof.dr. Eelke de Jong studeerde econometrie en werd in 1994 aangesteld als hoogleraar Internationale Economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Vanaf zijn jeugd is hij een trouwe kerkganger en hij put inspiratie uit de vele preken die hij gehoord heeft. Hij herinnert zich nog specifieke preken uit zijn studententijd die zijn leven gevormd hebben. ‘Die preken’, vertelt hij, ‘kunnen schuren, bemoedigen en troosten.’ We ontmoeten elkaar in zijn werkkamer aan de universiteit. Hij spreekt serieus en is ook goedlachs, met af en toe een daverende klap met zijn hand op tafel, om zijn woorden kracht bij te zetten.

 

SLOTREFLECTIE | Herman Noordegraaf & Ciska Stark
Diaconaat als kloppend hart van de prediking

‘Ons geloof, het geloof van de christenen, daar zit schrik in. Het heeft weet van de complete rotzooi die deze wereld is. Daar schrik je van. Van de drek en het afval en het puin. Dat eerst. En pas dan komt de blijde boodschap. Eerder is er geen enkele reden om dom grijnzend op de kansel te gaan staan en de mensen voor je, met hun echte nood, met hun kapotte huwelijken en zieke kinderen, mensen die hun broers en zussen verliezen en van wie de ouders dementeren, mensen met gebroken harten en gekrenkte trots, om die met slap gemoedelijk geleuter en sociale kitsch in slaap te sussen.’ (Esther Maria Magnus, Mintijteer, 2016, 224)

In de onlangs vertaalde en veelgeprezen roman Mintijteer van Esther Maria Magnus klinkt te midden van de grote Godsvragen onderhuids flink wat kritiek op de prediking. De Duitse schrijfster is opgegroeid in een deels protestantse en deels rooms-katholieke atmosfeer, en herinnert zich uit de jaren negentig van de vorige eeuw vooral veel van wat zij ervoer als maakbaarheidsprediking. Daarin viel het Koninkrijk van God, waarin recht en vrede heersen, ongeveer samen met onze bereidheid om de ‘handen en voeten’ van het evangelie en van Jezus Christus te worden. De deceptie die dit soort prediking voor haar oplevert is schrijnend als noch deze naïeve prediking, noch God zelf bij machte blijken om de barre werkelijkheid van lijden, onrecht en dood merkbaar uit te bannen. Genoeg om je geloof voorgoed te verliezen. Tenzij God zelf zich laat kennen, maar hoe dan?
Dit voorbeeld raakt aan de fundamentele vragen van dit themanummer van Handelingen naar de verhouding en wederkerigheid tussen de vanouds vaak gescheiden werelden van prediking en diaconaat, van verzoening in woord en daad. Het gaat daarbij, zo leren we uit artikelen, namelijk niet alleen om practice what you preach, dus om een geloofwaardige congruentie tussen spreken en handelen, maar fundamenteel om een récht doen aan de werkelijkheid van God en die van alledag waarin mensen zich gaande houden.

In vier stappen bezien we de oogst van dit nummer en reflecteren op de vraag:
(1) Wat is of kan diaconale prediking zijn en welke functie kan het hebben?
(2) Hoe uit het zich in kenmerken en betrokkenen?
(3) Hoe kan de voorganger de preekvoorbereiding vormgeven in relatie tot de participanten?
(4) Hoezeer heeft diaconaat een gemeenschap nodig?

 

ACTUEEL
Studiedag ‘Predikant en Diaconaat’
Op vrijdag 3 juni is in het Protestants Landelijk Dienstencentrum de studiedag ‘Predikant en Diaconaat’ gehouden. Het doel van de studiedag, georganiseerd door Kerk in Actie in samenwerking met de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), was om predikanten toe te rusten met het oog op hun betrokkenheid op het diaconaat van nu. Daarnaast ging het ook om bezinning op het diaconaat in de toekomst in het kader van de beleidsnota van de Protestantse Kerk in Nederland, Kerk 2025: Waar een woord, is een weg. De aanleiding voor de studiedag was een workshop voor predikanten op de Landelijke Diaconale Dag van 2015, waarin de vraag werd gesteld of en hoe predikanten vanuit het ambt hun betrokkenheid op diaconaat kunnen denken.
Inleidingen werden achtereenvolgens gehouden door prof.dr. Herman Noordegraaf, bijzonder hoogleraar Diaconaat aan de PThU, dr. Rein Brouwer, docent Praktische Theologie aan de PThU, dr. Trinus Hoekstra, projectmanager Kerk in Actie binnenland met specifieke aandacht voor Predikant en Diaconaat en ds. Karin van den Broeke, preses van de Synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Daarnaast heeft een drietal predikanten een verhaal over hun praktijk gehouden.
Van de studiedag is een verslag beschikbaar. Het verslag bevat de tekst van de gehouden inleidingen en een impressie van het plenaire gedeelte van de dag geschreven door drs. Jac Franken, werkzaam bij het expertisecentrum van de Dienstenorganisatie. Het gehele verslag is via de website van Kerk in Actie te lezen.

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2015 4 omslagEditieredactie: Annemie Dillen & Jos de Kock

 

INLEIDING | Annemie Dillen & Jos de Kock
Theologiseren met kinderen: recente ontwikkelingen

Dit nummer van Handelingen over ‘theologiseren met kinderen’ wil laten kennismaken met nieuwe lijnen in onderzoek en vaak onbekende praktijken. Het begrip ‘theologiseren met kinderen’ roept bij velen spontaan heel wat vragen op.
Wat is ‘theologiseren’? Wie wordt tot de groep ‘kinderen’ gerekend? En verder zijn er vragen over het waar, het waarom en het hoe.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

PRAKTIJK | Nette Falkenburg
Omgaan met de spiritualiteit van kinderen in de palliatieve zorg

Zieke kinderen roepen veel emotie op. Bij ouders en familieleden, maar ook bij de wijdere omgeving. Een kind mag niet lijden; we willen het beschermen tegen alles wat pijn doet en bang maakt. In de kinderziekenhuizen wordt duidelijk dat veel kinderen desondanks op talloze manieren worden geconfronteerd met (chronische) ziektes, levensduurbeperkende aandoeningen en zelfs de dood. Met hen krijgen ook hun gezinnen en families te maken met angst en onzekerheid.

 

BESCHOUWING | Machteld Reynaert
PASTORAAL-THEOLOGISCH
Omgaan met kinderen: een kwestie van macht?

Tijdens het eten vraagt een kind aan zijn ouders hoe het komt dat mensen doodgaan. De ouders verschieten wat van deze plotselinge vraag en antwoorden vlug: ‘Enkel als mensen heel ziek zijn gaan ze dood.’ Snel brengen ze het gesprek op een ander onderwerp. ’s Avonds praten de ouders na over deze onverwachte vraag van hun kind. Ze besluiten dat ze het beter laten rusten. Hun kind is nog zo klein en kwetsbaar en moet nog niet weten hoe wreed de wereld kan zijn. Een kwestie van macht?

 

ONDERZOEK | Sofie Raes & Bert Roebben
Jongerentheologie in de voetsporen van kindertheologie?

Deze bijdrage onderzoekt of en hoe jongerentheologie zich van kindertheologie onderscheidt. Nadat de parallellen zijn beschreven wordt dieper ingegaan op de verschillen, waarna besloten wordt met enkele toekomstperspectieven.

 

VERKENNING | Naïma Lafrarchi & Hans Van Crombrugge
HET HIKMAH-MODEL
Theologiseren met moslimkinderen in de klas

Kritisch en zelfstandig denken wordt vele malen herhaald en aangemoedigd in de Koran. De cruciale vraag is hoe dit concreet vorm krijgt in de praktijk. Vertrekkend bij deze laatste vraag wordt in dit artikel het Hikmah-model (‘wijsheid’) besproken, waarbij leerlingen in de klas leren theologiseren rond bepaalde thema’s. Vervolgens wordt verkend hoe dit model het Vlaamse islamitisch godsdienstonderwijs op de basisschool kan inspireren.

 

PRAKTIJK | Katie Velghe
Godly Play – als een mosterdzaadje
Een krachtige en speelse methode

Misschien kennen kinderen God al, en hebben ze alleen nog een passende taal nodig? En als er zo’n taal is, hoe moet ze dan klinken – een taal die zo anders is dan de taal van de wetenschap? En hoe moet ze aangeleerd worden? Deze vragen gaven de aanzet tot het ontwikkelen van Godly Play, inmiddels te vinden in veertig landen. Wat is het geheim van deze groeikracht?

 

IN BEELD | René Rosmolen
Kijkend kind

 

VISIE | Jos de Kock
Theologiseren met kinderen als construerende theologie

Theologiseren met kinderen past in de groeiende aandacht voor de ontwikkeling van religiositeit bij kinderen en jongeren en voor hun levensbeschouwelijke en godsdienstige opvoeding. Dit artikel beschrijft hoe theologiseren met kinderen een vorm van construerende theologie is, een theologie die wordt opgetrokken op het fundament, de basis van de waarneming van de empirische werkelijkheid. Theologiseren met kinderen wordt dan beschouwd als een vorm van onderzoek doen, in het bijzonder een vorm van empirische, praktische theologiebeoefening.

 

TRENDBERICHT | Henk Kuindersma
Kinderen en godsdienstige educatie

In deze bijdrage geeft Henk Kuindersma actuele trends aan in de religieuze educatie van kinderen. Hij doet dat via de presentatie van twee breed gedragen concepten in West-Europa: het concept ‘Theologiseren met kinderen’, ontwikkeld in het Duitse taalgebied, en het concept ‘Interpretive Approach’, dat in het Engelse taalgebied is ontwikkeld. Daarnaast geeft hij aandacht aan de recent in Nederland verschenen dissertatie van Bas van den Berg, Speelruimte voor dialoog en verbeelding, met het concept ‘Metaforiseren met kinderen’.
In de kerk spelen respectievelijk in het Duitse taalgebied en het Engelse taalgebied de concepten ‘Gemeindepädagogik’ en ‘Children’s Ministry’. Beide concepten zijn sterk in ontwikkeling. Bij de concepten die de auteur presenteert stelt hij geregeld een of meer kritische vragen. Hij maakt duidelijk dat van de begeleiders van kinderen in hun godsdienstige ontwikkeling specifieke competenties worden gevraagd waaraan gewerkt moet worden.
Hij sluit zijn bijdrage af door te attenderen op drie publicaties op het gebied van godsdienstige opvoeding thuis: een praktische handreiking van Katie Velghe, getiteld Gelukkig gezin; de Samenleesbijbel voor kinderen van 8-12 jaar en de dissertatie van Daniëlle van de Koot-Dees, Prille geloofsopvoeding.

Lees het hele artikel door te klikken op trendbericht

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2015 3 omslagEditieredactie: Bas van den Berg & Theo van Leeuwen

 

INLEIDING | Bas van den Berg & Theo van Leeuwen
Spelend verstaan
Bibliodrama als weg naar levensoriëntatie

Over bibliodrama, hoewel al decennia een constante factor in de levensbeschouwelijke praxis en theologische reflectie, is niet veel geschreven in Nederland. Dit nummer van Handelingen beoogt een stand van zaken te geven van de huidige situatie, maar neemt daarin in het bijzonder mee de ontwikkelingen van de laatste jaren op het gebied van doelgroep- en contextdifferentiatie, alsmede de betekenis van hermeneutisch-narratieve en semiotische theorievorming voor deze werkwijze.

U kunt de hele inleiding lezen door te klikken op Inleiding

 

Bibliodrama in context

PRAKTIJK 1 | Jes Bouwen

De klas op stelten voor het Woord van God. Ze stommelen het lokaal binnen, soms uitbundig en wild, soms uitgeput en versuft met slepende voeten. Ze zijn ongeveer 18 jaar, jongens en meisjes, uit intellectueel sterke richtingen, maar ook uit studierichtingen die rechtstreeks op het beroepsleven voorbereiden. In groepen van minstens twintig volgen ze les op een middelbare school op het Vlaamse platteland tegen de grens met Nederland. Het is godsdienstles.

 

PRAKTIJK 2 | Trudy Struijs
Speler in het verhaal van God en de mensen

Het is begin december, de vijfde week in deze training Klinische Pastorale Vorming. We vertrekken naar de Kapittelzaal om bibliodrama te gaan doen. Het zal de enige keer in dit blok van drie weken zijn. Ik voel de spanning in de groep: ‘Wat zullen we gaan doen?’, ‘Heb ik er eigenlijk wel zin in?’ ‘Ik ga voor een bijrol …’ We zetten de stoelen in een kring.

 

PRAKTIJK 3 | Aart Verburg
Samen werken aan het verhaal en aan onszelf

Na een eerste kennismaking met bibliodrama tijdens mijn studie theologie in de jaren zeventig van de vorige eeuw, kwam het weer aan bod in de opleiding tot zendingspredikant. Als studentenpredikant in Indonesië deed ik bibliodrama met predikanten tijdens studiedagen. Terug in Nederland werd ik als docent aan het Hendrik Kraemer Instituut gevraagd om in Oegstgeest een workshop bibliodrama te verzorgen. Toen ik daar in 2010 als gemeentepredikant kwam te werken, bleek er inmiddels een bibliodramagroep te zijn ontstaan.

 

REFLECTIE | Jan Lap & Marjorie Lap-Streur
Collegiale en methodische reflecties op de drie praktijkberichten

In reflectie op de drie praktijkberichten bibliodrama analyseren en peilen Jan Lap en Marjorie Lap-Streur de creatieve krachten die bibliodrama in mensen losmaakt. Een energie om anders naar zichzelf, naar elkaar en naar een zinrijk verhaal te leren kijken en luisteren.

 

IN BEELD | Corja Menken-Bekius & René Rosmolen 
Ieder mens dorst naar een bron

Bij wijze van beeldmeditatie hebben wij een dialoog opgezet bij het beeld ‘Conversation piece’ van Juan Muñoz. We maakten er een bibliodrama van.

 

Bibliodrama in diversiteit

BESCHOUWING | Jean Agten
Speelruimte voor vele leeftijden. Ontmoetingsplek voor levensoriëntaties

Bibliodrama is in oorsprong een bijbels ‘spel’ dat onder volwassenen gespeeld werd, maar waarvan de betekenisvolle rijkdom voor jongeren en kinderen, in hun persoonlijke doorleefde levensbeschouwelijke groei, snel werd onderkend. De veelheid aan betekenissen, spelenderwijs aan de bijbelverhalen ontsproten, gecombineerd met de diversiteit in ontwikkelingsgroei van kind tot oudere brengt een grote inhoudelijke verscheidenheid bij deelnemers aan het licht. Een diversiteit op het vlak van levensoriëntatie en (meervoudige) identiteitsvorming die de levensbeschouwelijke grenzen overschrijdt. Dit artikel valt in twee delen uiteen. Een eerste deel belicht gelijkenissen en verschillen bij leeftijd en groei als uitdagingen voor bibliodrama. Een tweede deel verkent bijdragen van bibliodrama aan het omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit in de samenleving.

 

THEORIE | Thijs Tromp
Een nieuwe versie van jezelf uitproberen op een bijbels podium
De werking van spel en verhaal in bibliodrama

Met bibliodrama kwam ik in aanraking via een collega-docent aan de hogeschool waar ik vijftien jaar geleden werkzaam was bij de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Zijn vak was drama, het mijne ethiek. Zijn suggestie was dat ‘al dat gepraat over dilemma’s’ studenten niet echt verder hielp. Morele dilemma’s hebben een dramatische structuur, dus moet je er op speelse wijze mee aan de slag. Ik vermoed dat de scepsis van mijn gezicht te scheppen viel. Maar hij liet zich niet uit het veld slaan en stelde me voor mee te draaien in zijn bibliodramagroep. Ik ben op zijn uitnodiging ingegaan.

 

THEORIE | Willem Marie Speelman
Juist in het doen is het woord nabij

In ieder verhaal worden waarden gerealiseerd door het woord; in bibliodrama worden diezelfde waarden werkelijk door het gebaar. De vertelling gebeurt in een nieuwe setting opnieuw, het woord komt weer tot leven. En met het woord het heil dat het verkondigt. Met behulp van een semiotisch instrumentarium wil ik de logica van dit proces beschrijven, om zo het bibliodrama een eigen plaats te geven ten opzichte van het theater, het (exegetisch) onderzoek en het oorspronkelijke gebeuren.

 

PERSPECTIEF | Bas van den Berg
Bibliodrama over de grens

Dit artikel geeft een kort overzicht van wat er op het gebied van bibliodrama ‘over de grenzen’ van ons land gebeurt en zich aan het ontwikkelen is, in onder andere Duitsland, Zwitserland, Zweden, België en Hongarije.

 

INTERVIEW | Nico Krijn
‘Er zit een vreemd aspect aan bibliodrama’

Interview met Kati (prof.dr. K.E.) Röttger. Zij is sinds 2007 hoogleraar Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij studeerde theaterwetenschap, wijsbegeerte en Duitse literatuur aan de Freie Universität Berlin.

 

TRENDBERICHT | Wim Smeets
Supervisie en coaching in internationaal-organisatorisch perspectief

In het vorige Trendbericht over supervisie en coaching (Handelingen 2013/1) hebben we vooral stilgestaan bij pastorale supervisie en coaching in Nederland en Vlaanderen. Deze keer richten we ons op de internationale context. Organisatorische ontwikkelingen hebben invloed op de wijze waarop inzake supervisie en coaching wordt samengewerkt, gereflecteerd en gepubliceerd. Onze scope is net als de vorige keer niet uitputtend het totale terrein van supervisie en coaching, maar vooral het vlak van pastoraat en spiritualiteit. Historisch gezien is pastorale supervisie trouwens minstens zo oud als generieke supervisie (Smeets 2015). Binnen het bestek van een trendbericht beperken we ons tot een globale aanduiding. Uitgebreider over deze materie kunt u lezen in het literatuurbericht.

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2015 2 omslagEditieredactie: Henk de Roest & Sake Stoppels

 

INLEIDING | Henk de Roest & Sake Stoppels
Missionair kerk-zijn in het dorp
Missionair kerk-zijn doet het momenteel goed binnen de Nederlandse kerken. Breed zoeken lokale gemeenten en parochies naar missionaire aanwezigheid binnen de eigen context. We zien vooral in steden veel nieuwe missionaire initiatieven en experimenten, maar ook in dorpen wordt gezocht naar presentie en dienst. (Groot)stedelijke initiatieven zijn vaak wat opvallender en gedurfder dan initiatieven in dorpen en middelgrote plaatsen en trekken daarom doorgaans ook meer de aandacht. In dit nummer concentreren we ons juist op missionair zijn op het dorp.

U kunt de hele inleiding lezen door te klikken op Inleiding

 

CASUS 1
Groenmarkt in Droogveen: veredeld hobbyisme?

Droogveen is een dorp in het oosten van het land, met één (dorps)kerk, die niet zo’n centrale plek heeft in het dorp (noch geografisch, noch sociaal-maatschappelijk). De kerk heeft vanouds weliswaar een vanzelfsprekende betekenis, maar in de laatste decennia is ze wat in de vergetelheid geraakt. Soms vragen mensen zich af of er nog wel diensten gehouden worden in het kerkje.
Met de komst van de nieuwe predikant heeft de kerkenraad als één van de beleidsspeerpunten de plek van de kerk in het dorp benoemd. Het is de bedoeling dat de kerk zichtbaarder wordt, onder meer door verbindingen aan te gaan met andere ‘partijen’ in het dorp: winkeliersvereniging, ondernemers, scholen, rooms-katholieke parochie, burgerlijke gemeente.
De predikant speelt een centrale rol in het nadenken over dit streven. Er is geen werkgroep Apostolaat of zendingscommissie, alle uitvoerende taken liggen bij de kerkenraad. Er wordt een aantal initiatieven opgestart, elk met eigen werkgroepjes die weer een lijntje hebben naar de kerkenraad. Eén van de initiatieven wordt hieronder uitgelicht: de Groenmarkt.
(…)
Vragen en overwegingen
De Groenmarkt is onder de vlag van ‘missionaire gemeente’ geplaatst, maar je kunt je afvragen of het wel echt missionair is. Is er een grondige bezinning binnen de kerkenraad (of sterker nog: binnen de gemeente) aan vooraf gegaan? (antwoord: nee). Wordt het door de gehele kerkenraad als een missionaire activiteit gezien? (gezien de opmerking van de kerkrentmeesters ‘het moet geen geld kosten’: nee). Is het ook niet (of misschien wel vooral) een manier van de zorgkweekster om haar eigen plantjes te kunnen verkopen en van de dominee om een groep vrijwilligers door zijn achtertuin te kunnen jagen? (in beide gevallen: zeker!). Is het dus wel missionair? Is het geen veredeld hobbyisme?

REACTIE op casus 1 | Rein Brouwer
Veredeld hobbyisme? ‘So what?’

Geachte Droogveense collega,
Dank dat je ons hebt laten delen in dit missionaire (als het dat is?) initiatief in je dorp. Dank ook voor de lichte, enigszins relativerende toon waarmee je het project en het succes beschrijft. Wellicht heeft dit bijgedragen aan het feit dat ik de casus gelezen heb met een brede glimlach op mijn lippen. Het riep onweerstaanbare associaties op met de Britse soap ‘The Vicar of Dibly’.

 

CASUS 2
Welk verhaal vertelt ons dorp? Help ons het te ontdekken!

In onze plattelandsgemeente hebben we een kerkgebouw gesloten. We hebben het aangedurfd om het andere kerkgebouw te renoveren; we hebben de zalenruimtes bij de tijd gebracht, en het ziet er werkelijk schitterend uit. Inmiddels gebruiken we het volop: we houden tentoonstellingen, we kunnen weer vieren zoals ons voor ogen staat en niets staat ons geluk meer in de weg.

Het knaagt …
En juist daar knaagt het bij mij als voorganger. Een van de uitgangspunten voor beleid is dat we kerk voor het dorp willen zijn. Maar ons vernieuwde gebouw ligt tussen een aantal buurtschappen in. We zijn weggetrokken uit de grootste kern en daar hadden we met het dorp meer over kunnen overleggen. Toch lijken we de band met het dorp niet kwijt te zijn. De mensen van het dorp (buiten onze kerkgemeenschap) hebben ruimhartig meegeholpen bij de renovatie van ons gebouw en ze waren in groten getale bij de opening. Maar toch.
(…)
We kennen elkaar wel. We kennen elkaar al zo lang. We weten wel hoe de hazen lopen. Dat hoeven we niet uit te zoeken. En toch, als ik een betrokken jongere van 25 vraag: ‘Wat hebben jouw generatiegenoten nou nodig?’, dan valt het stil.
Daarom is de casusvraag: help mij en onze gemeente om het verhaal van dit dorp en dit plattelands-kerkgebouw te ontdekken, te vertellen, te delen, zodat het verhaal van de Opgestane klinkt.

REACTIE op casus 2 | Stefan Paas
Gast of vreemdeling in het eigen dorp

Beste voorganger,
Graag grijp ik de ietwat apostolische setting van dit nummer van
Handelingen aan om je als mede-dienaar en mede-oudste allereerst genade en vrede toe te wensen van onze Heer. Ik ben dankbaar voor wat je schrijft over je verlangen naar een gesprek tussen het verhaal van de Opgestane en het verhaal van het dorp waar je herder bent. De kerk is missionair, gezonden, naar haar aard en zodoende is er altijd onrust. Van wereldsteden tot piepkleine dorpen: overal geeft de Geest heilige zwerfdrift aan mensen.

 

CASUS 3
Kerk zijn voor zoekers naar zin en spiritualiteit

De kerkelijke gemeente is een doorsnee plattelandsgemeente in een dorp op het Groningse Hogeland. Zij wordt gevormd door een federatie van een hervormde gemeente en een gereformeerde kerk. Er zijn rond de 500 leden. Ik werk er als predikant met een aanstelling van 70 procent. Ook in ons dorp ontkomen we niet aan de terugloop van het aantal leden. De zondagse erediensten worden bezocht door rond de 70 mensen, maar het aantal reguliere kerkgangers loopt gestaag terug. In dit proces vallen mij een paar dingen op. Mensen blijven niet weg, omdat het hen tegenstaat; het zijn vooral de drukte van het dagelijks leven en de volle agenda die de betrokkenheid bij de kerk in de weg staan. Daarnaast zijn de kerkgangers kritisch. Ze kiezen wat hen aanspreekt en blijven weg wanneer het hen niet aanspreekt.

Liturgisch present
In de loop van de jaren is in de gemeente het verlangen gegroeid om als kerkgemeenschap een rol in het dorp te hebben. We willen graag de mensen bereiken die zijn afgehaakt, maar ook hen die niet met de kerk zijn opgegroeid maar wel behoefte hebben aan spirituele verdieping en zingeving. Daarom besluiten we om bij de organisatie van de diensten aan te sluiten bij de wensen van deze groepen. We kiezen daarvoor twee momenten in het kerkelijk jaar: de Stille Week en de Gedachteniszondag.
(…)
Samengevat is de vraag dus deze: in hoeverre bewijzen we de kerk en de mensen een dienst wanneer we in de vieringen inspelen op de behoeften van zoekers naar zin en spiritualiteit?

REACTIE op casus 3 | Sake Stoppels
Missionair op maandag

Beste predikant,
In een dorp is het vaak niet zo eenvoudig de koers van de kerk echt te veranderen. Kerkelijke tradities en culturen, de dorpsadat en de verwevenheid met klassieke dorpspatronen kunnen vernieuwing behoorlijk in de weg staan (Brouwer 2011). Daarom verdient jullie zoektocht veel waardering. Er is openheid naar het dorp en een verlangen er werkelijk dienstbaar aan te zijn. Je legt met de vraag waar je mee eindigt een belangrijke kwestie op tafel. Je laat met die vraag ook een spanning zien die kennelijk zit ingebakken in de koers van de gemeente. Mijn reflectie, toegespitst op de inzet bij vieringen, cirkelt ook rond deze kwestie.

 

CASUS 4
Grenzen aan de gastvrijheid?

De protestantse gemeente is klein en grijs; ze leeft, net als heel het eiland, van de gasten van de wal. Omdat het eiland als het ware uitnodigt tot contemplatie en bezinning, mede door de prachtige natuur vlak om het dorp en de kerk heen, worden vele bezoekers gestimuleerd tot allerlei meditatieve activiteiten en oude en nieuwe vormen van spiritualiteit. Er is een grote diversiteit onder de bezoekers van de kerkdiensten, van mensen die geen zondag overslaan tot hen die voor het eerst in dertig jaar de eredienst bezoeken. De fysieke afstand tot het dagelijkse leven ‘aan de wal’ schept kennelijk een geestelijke ruimte, die tot nieuw perspectief en heroverweging van traditionele vanzelfsprekendheden kan leiden. Zo vindt hier uitwisseling plaats in oecumenische verband tussen mensen die ‘thuis’ nauwelijks buiten hun eigen kring komen.
(…)

Vragen
De persoonlijke vraag die me bezig blijft houden is: had dit anders kunnen of moeten gaan? Was het met meer inzet of dienstbaarheid van mijn kant wel mogelijk geweest tot een voor alle betrokkenen zinvolle samenwerking te komen? Een tweede vraag is meer algemeen: mag je een oecumenische instelling eisen van mensen die, met welk motief dan ook, toenadering tot ‘de kerk’ zoeken? Een derde vraag is deze: is betekenisvolle dienstverlening zonder voorwaarden mogelijk? Of is de enige begaanbare weg gelegen in het over en weer helder aangeven van de motieven, doelen en belangen en dus ook van de grenzen?

REACTIE op casus 4 | Harm Dane
‘Nee, niet nog meer dienstbaarheid!’

Beste predikant,
Dank voor je casus. Je beschrijft helder het dilemma en eerlijk de knoop waar je mee zit nadat de kerkenraad een besluit genomen heeft. De beschrijving van je (grenzen van) gastvrijheid geeft me aanleiding tot twee bespiegelingen, de eerste over gastvrijheid, de tweede over de gastheer/gastvrouw.

 

CASUS 5
Op zoek naar zin op zondagmorgen

In de protestantse gemeente van een middelgroot provinciestadje, waar ik als predikant aan verbonden ben, zien we ook de neergang van de kerkelijke betrokkenheid. Het ledental loopt terug en vergrijst. Met name op zondagmorgen is dat goed zichtbaar. In onze stad zijn zes wijkgemeenten die steeds meer samenwerken. Op bestuurlijk vlak is gekozen voor samenvoegen van wijken. De bedoeling is om tot drie, krachtige, wijkgemeenten te komen.
Parallel aan dit convergentieproces, groeit de behoefte aan meer diversiteit of profilering. Nu we meer samen werken, en vanuit het geheel denken, komt daar ruimte voor. Dat ‘we’ op zondagmorgen op zes verschillende plekken in de stad, min of meer hetzelfde aanbieden tussen 10.00 en 11.00, wordt als een gemiste kans gezien. Tegelijk is er onder sommige kerkelijk betrokkenen behoefte om zondagsvieringen anders in te vullen, met meer ruimte voor inbreng van de deelnemers.
(…)
Een paar dilemma’s:
- Het blijkt lastig om steeds goede interactieve vormen te bedenken. De bijeenkomsten tenderen soms al te makkelijk naar het model: lezing met vragen, en dat willen we juist niet.
- De locatie van een monumentaal kerkgebouw lijkt geen drempel op te werpen. Mensen waarderen het eigen karakter van de kerk en voelen zich welkom (een experiment op de bovenverdieping van een grand café pakte niet goed uit). Nu we op zoek gaan naar een nieuw onderkomen, is de vraag of we voor een locatie in het centrum moeten kiezen of toch voor een beschikbaar kerkgebouw, dat enigszins buiten de stadskern ligt.
- We weten niet goed wie de deelnemers zijn. Uiteraard wisselt dat per bijeenkomst, al zijn er een aantal vaste bezoekers. Deels lijken dat kerkleden te zijn, die aangesproken worden door deze vorm. Het is onduidelijk of ons project ook 'buitenstaanders' bereikt.

REACTIE op casus 5 | Henk de Roest
Wie heeft zin in ‘zin-in-zondag’?

Beste predikant,
In zijn boek Introduction to Practical Theology maakt de auteur, Rick Osmer, gebruik van een indeling in vier fasen, die helpen om een bepaald probleem dat zich in een geloofsgemeenschap voordoet, te analyseren. Deze indeling in ‘waarnemen-interpreteren-normeren-handelingsadvies’ vormt een variant op de aloude drieslag ‘zien-oordelen-handelen’ van Jozef Cardijn. Het ‘zien’ wordt bij Osmer in tweeën geknipt: het gaat zowel om het vinden van een antwoord op de vraag ‘what is going on?’ als om een antwoord op de vraag ‘why is this going on?’. Daarna is pas een (normatief) oordeel mogelijk:’what ought to be going on?’ en pas in vierde instantie komt de vraag naar het handelingsadvies aan de orde: ‘how can we respond?’. Deze indeling hanteer ik ook losjes in deze reflectie en ik moet dus allereerst meer weten over wat er gaande is in de zinnige zondagen die je beschrijft.

 

CASUS 6
Muziek in de eredienst – ‘Wij willen graag een gewone dienst’

Onze protestantse gemeente telt zo’n 1500 leden, waarvan er gemiddeld 250 tot 300 op zondagmorgen naar de kerk komen. Het dorp telt zo’n 10.000 inwoners en trekt vanwege haar centrale ligging in een bosrijke omgeving relatief veel nieuwe inwoners.
Iedere zondagmorgen is er één ochtendviering. Eenmaal per maand is dat een jeugddienst. Deze diensten hebben een eigen karakter, vaak met de medewerking van gospelkoren, en trekken daardoor, zo merken we, een heel ander publiek dan de reguliere eredienst. Met name jongeren en jonge gezinnen, ook van buiten onze eigen gemeente, voelen zich aangesproken door deze diensten. In de reguliere eredienst ligt de gemiddelde leeftijd van de kerkganger duidelijk hoger. Zouden de bezoekers van de jeugddiensten ook allemaal de reguliere dienst bezoeken, dan zouden er waarschijnlijk stoelen bij gezet moeten worden.
(…)

Kort samengevat is ons dilemma:
deze nieuwe vorm van kerk-zijn roept van binnenuit weerstand op en stoot mensen af, van buitenaf is er waardering en spreekt het mensen aan. Zij die het huidige muziekbeleid waarderen, zijn over het algemeen minder trouw in hun kerkbezoek dan zij die moeite hebben met alle vernieuwingen.

REACTIE op casus 6 | René Erwich
Frames, oefenruimte en het experiment: uitwegen uit een ‘liturgisch dilemma’

Beste predikant,
Veel dank voor je uitvoerige beschrijving van jullie dilemma rondom de eredienst. Het beeld dat je schetst roept veel herkenning op. Ik zie het maar zo: er is een spanning tussen bewaren en vernieuwen, die tastbaar wordt in verschillende percepties en waardering van mensen binnen en buiten de gemeente. Enerzijds het goede van de traditie met waardevolle vormen, zeker ook als het gaat om liturgie en muziek. Anderzijds de nodige vernieuwing juist daarin, omdat een andere tijd ook weer vraagt om andere vormen en variatie. En dan is de vraag natuurlijk terecht: hoe ga je met die verschillende perspectieven van mensen om? Sluit je goedkope compromissen met voor ‘elk wat wils’ of moet het toch anders?

 

CASUS 7
Het Nieuws Huis, een winkel onder de winkels

Een klein Drents dorp met minder dan 3000 inwoners. Kerkelijk is er een gereformeerde kerk en een hervormde gemeente binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Beide gemeenten zijn ongeveer even groot qua ledenaantal (ongeveer 550 leden per kerkgemeenschap). Er is bewust voor gekozen om twee gemeenten te laten bestaan, met een eigen profiel. Hierdoor kunnen mensen zelf kiezen bij welke vorm van geloofsbeleving en kerk-zijn zij zich thuis voelen. Het dorp is een toeristisch dorp dat zich een groot deel van het jaar in belangstelling vanuit heel Nederland mag verheugen.
Een gemeentelid vanuit de gereformeerde kerk heeft een initiatief ontwikkeld om een Nieuws Huis te beginnen. De doelstelling is om een inloophuis te hebben waar je terecht kunt voor een goed gesprek en een luisterend oor onder het genot van een bakje koffie of thee. De combinatie met het verkopen van boeken/cd's en andere christelijke artikelen maakt dat de drempel heel laag wordt. De toonbank is een soort tafel met stoelen erom heen, waar je koffie/thee aangeboden krijgt. Van daar uit kan het geloofsgesprek op gang komen.
(…)

Overwegingen en vragen
Na anderhalf jaar blijkt dat deze opzet perspectief naar voren toe geeft. Het doet ook veel met de vrijwilligers. Ze zien de nood van allerlei mensen enerzijds en horen anderzijds de vreugde die het geloof geeft aan mensen. Het inloophuis is door de opzet van een winkel voor iedereen interessant. Voor mensen zonder en met problemen, zonder en met geloof. Door in het toeristisch hoogseizoen zes dagen per week open te zijn, ben je als geloofsgemeenschap in plaats van twee uur opeens 45 uur per week beschikbaar. Bovendien ook nog eens op een manier die heel gastvrij en uitnodigend is. Gewoon in de hoofdstraat naast andere winkels.
De eerste stappen die gezet zijn vragen om meer bezinning en misschien ook verbreding van dit initiatief. Graag horen we daarom van een deskundige wat die hier verder over heeft te zeggen en misschien handreikingen kan doen om zo nog meer dienstbaar te zijn aan mensen in de concretisering en het delen van het goede nieuws van Jezus Christus.

REACTIE op casus 7 | Marten van der Meulen
Het Nieuws Huis als kerkplek

Beste voorganger,
Bedankt voor je update over wat er in jouw dorp gebeurt. Het borrelt in heel Nederland van missionaire en diaconale initiatieven. Vaak is er hierbij veel aandacht voor de stedelijke initiatieven – alsof ‘het’ alleen gebeurt in steden. Ook in kleinere dorpen wordt veel aandacht aan innovatie geschonken, en alleen daarom is het al interessant om hierover te horen. Er zijn een aantal punten waar ik aandacht aan zou willen schenken.
Het is goed te horen dat het Nieuws Huis een samenwerking is tussen verschillende kerken. Projecten kunnen op deze manier een extensie zijn van het kerkelijke werk en de samenwerking tussen kerken ook concreet vorm geven. Let wel op dat de groep die achter dit project staat niet los of zelfs alleen komt te staan.
Er is de laatste tijd veel aandacht voor pionieren. Het lijkt mij dat jullie een mooi voorbeeld van pionieren vormen. Jullie zouden kunnen overwegen om aan te sluiten bij het pioniersprogramma van de Protestantse Kerk. Dan heb je toegang tot financiering en (misschien nog wel belangrijker) inhoudelijke ondersteuning.

 

REFLECTIE | Stefan Paas
Missionair op z’n dorps

De omslag van een kerkelijke cultuur die berust op verplichting, fatsoen en gewoonte naar een cultuur die gekenmerkt wordt door consumptie is volgens Stefan Paas goed zichtbaar in de zeven casestudies die in dit nummer van Handelingen worden gepresenteerd. Kijkend met een missiologische blik ziet hij aanknopingspunten voor de missionaire praktijk en concludeert dat de weg vooruit ligt in een geleid proces waarin gemeenten worden toegerust om zelf visie te vormen en experimenten in praktijk te brengen.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De architect

 

SLOTREFLECTIE | Henk de Roest & Sake Stoppels

Terug naar de kern?

Wie zijn wij als christelijke geloofsgemeenschap en op welke wijze kunnen wij juist vanuit die identiteit in ons dorp, vanuit ons christelijk zelfverstaan, dienstbaar en heilzaam present zijn? Hebben wij een eigen perspectief? Juist het verlangen missionair present te zijn in de eigen omgeving drijft de gemeente onontkoombaar naar soteriologische vragen. Er is daarom alle reden het geloofsgesprek grondig te voeren.

‘Hoe kunnen wij als kerk meer zichtbaar worden?’
‘Hoe kunnen we de kerk in het dorpsgebeuren nadrukkelijk voor het voetlicht plaatsen?’
‘Hoe kunnen wij kerk voor het hele dorp zijn?’
‘Kunnen we met nieuwe vieringen, andere bijeenkomsten, nieuwe mensen (zinzoekers? afgehaakte kerkgangers?) bereiken?’
‘Wat betekent een toenemende consumptieve houding van onze kerkleden voor ons aanbod?’
‘Hoe voorkomen we dat we met nieuwe muziekstijlen en andere typen kerkdiensten andere kerkgangers vervreemden?’
‘Hoe krijgen we mensen die nooit eerder een voet over de drempel hebben gezet zo ver om in de kerk te komen?’

De vragen en dilemma’s die in de praktijkberichten in dit nummer naar voren komen geven naar onze indruk een goed beeld van de situatie in veel lokale kerken. Als onderzoekers die hun kennis willen delen zijn ondergetekenden de afgelopen jaren bijna wekelijks op pad geweest voor het geven van lezingen en het beeld is, zowel in katholieke als protestantse geloofsgemeenschappen, op veel plaatsen hetzelfde. We zien een betrokken, veelal verouderende groep gelovigen, die houdt van de kerk en nog altijd veel beleeft aan de liturgie, de catechese, de preek en de ondersteuning door een geloofsgemeenschap en die hoopt op remedies om het tij te keren.

 

INTERVIEW | Nico Krijn
Hart Joep deJoep de Hart is cultuur- en godsdienstsocioloog. Hij is als onderzoeker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau en daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit. Zijn leeropdracht daar betreft ‘Nieuwe en vernieuwende vormen van christelijke gemeenschap in hun betekenis voor de Nederlandse samenleving’. Zijn onderzoeken op het terrein van de godsdienstsociologie zijn gericht op religieuze ontwikkelingen, de relatie van deze met maatschappelijke veranderingen en de betekenis van religie voor de Nederlandse samenleving. Zijn werk op het Sociaal en Cultureel Planbureau is breder gericht, maar aan wat hij schrijft als godsdienstsocioloog ligt volgens hem altijd verwondering ten grondslag. Die begint waar de dingen niet of niet langer vanzelfsprekend zijn, waar alternatieven opdoemen, wanneer de grond onder je voeten begint te bewegen. Wie, zoals De Hart, als katholiek opgroeide in de Kop van Overijssel kreeg naar zijn mening de onvanzelfsprekendheid van religie met de paplepel ingegoten. Sociologisch onderzoek relativeert voortdurend vanzelfsprekendheden. Hij ziet het vooral als een methode om de tijd waarin wij leven beter te begrijpen, ook waar het om religie en religieuze ontwikkelingen gaat.

‘Secularisatie als reorganisatie van religie’
In het boek God in Nederland 1996-2006 constateert u dat de kerken leeglopen en velen de traditioneel-christelijke opvattingen hebben losgelaten. Men heeft de afgelopen tijd de band met de kerkelijke godsdienstigheid massaal laten vieren. Op de vraag waarom het zo slecht gaat met de kerken antwoordt Harry Kuitert: ‘De kerkelijke leer houdt in dat de kerk zichzelf als spreekbuis van boven presenteert, en met die zelfinterpretatie haar gezag over de zielen legitimeert. Zo beroven kerkelijke ambtsdragers de gelovigen bewust of onbewust van hun vrijheid om zelf te kiezen.’ Wat vindt u daarvan?

‘Voor wat betreft de hedendaagse gelovigen lijkt mij dat toch een beetje een onderschatting van hun mondigheid. Binnen en buiten de kerken geldt dat je tegenwoordig veel meer zelf zult moeten uitvinden waar het in het leven om gaat; er is wat dat betreft geen ‘his masters voice’ meer en naar de dominee of pastor wordt sowieso veel minder geluisterd. Nog maar nauwelijks een halve eeuw terug was het van de wieg tot het graf deel uitmaken van een en hetzelfde godsdienstige milieu het overheersende patroon. Dat is niet meer zo.
In plaats van het op een vanzelfsprekende wijze overnemen van een complete traditie, zijn veel hedendaagse Nederlanders een leven lang op zoek naar de antwoorden op de vragen die hen bezighouden. De eigen, vaak zeer persoonlijk gekleurde ervaring en het op een of andere manier emotioneel geraakt worden is daarbij veel belangrijker geworden. Die groeiende nadruk op wat je de psychologische kant van religie zou kunnen noemen, zie ik overal terug. Bij de sterke groei van de ‘halleluja-kerken’ (zoals de Pinkstergemeenten), maar ook bij de verkoopcijfers van populaire zelfhulp- en therapieboeken. In het cursusaanbod in bezinningscentra, maar ook bij wat er op de televisie te zien is, en in de rubrieken van kranten en weekbladen.’

 

TRENDBERICHT | Jessie Dezutter
Psychologie van religie, spiritualiteit en zingeving: verankering en groei
Dit trendbericht beschrijft de recente ontwikkelingen en veranderingen in het domein van de psychologie van religie, spiritualiteit en zingeving. Het gaat om trends die naar voren komen in zowel internationale als nationale publicaties van de laatste vijf jaar. Twee duidelijke ontwikkelingen tekenen zich af. Enerzijds verankert het domein van de religiepsychologie zich meer in andere gevestigde deeldomeinen van de psychologie en anderzijds is er een groeiende interesse vanuit andere wetenschapsdomeinen zoals geneeskunde en verpleegkunde, maar ook neurowetenschappen en positieve psychologie.
Een uitgebreidere versie van dit trendbericht vindt u in het Literatuurbericht religiepsychologie 2014

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Handelingen2015 1 omslagEditieredactie: Sake Stoppels

 

INLEIDING | Sake Stoppels
Tussen bevlogenheid en burn-out
Voorgangers en hun welbevinden

We concentreren ons in dit nummer op de volgende vraag:
Welke factoren spelen een rol in de aantasting van bevlogenheid van pastores en langs welke wegen kan er zodanig gewerkt worden aan het welbevinden en de motivatie van pastores voor hun werk dat ze een inspirerende invloed hebben op de geloofsgemeenschap als geheel?
Het gaat hier om een ingrijpende thematiek, waarvan we in dit nummer uiteraard slechts enkele aspecten kunnen belichten.

U kunt de hele inleiding lezen door te klikken op Inleiding


PORTRET 1 | Agnes Hana-van Bruggen
‘Save Our Souls’

‘SOS’, bad ik rond 2004. Het ging goed, erg goed. Ik was predikant in een leuke gemeente. We waren voor elkaar geschapen. Een doortastend klein clubje actieve gemeenteleden, een kerkenraad die leefde voor korte lijnen, gevoel voor humor. We hadden het meer dan goed en toch ... misschien ging het me te goed? Vrijwel alles wat ik voorstelde en uitvoerde, werd gewaardeerd. Er zat geen uitdaging meer in mijn leven.


PORTRET 2 | Wim Jansen
Meister Eckhart als model voor gemeenteopbouw

Er zijn twee perioden geweest dat ik niet verder kon in mijn werk als predikant. Allebei hebben ze gewerkt als een steen in de vijver: een duidelijk in de tijd traceerbare ‘plons’ met een nauwelijks af te bakenen rimpeling daarna. Beide keren betreft het zowel een abrupt moment als een proces. De eerste periode had vooral betrekking op mijn eigen persoon en spiritualiteit. De tweede betrof de kerk, althans die waarin ik werkte en werk: de Protestantse Kerk in Nederland. Deze laatste, wat ik noem ‘kerkelijke burn-out’ dient zich als vanzelf in de loop van mijn verhaal aan. Ik begin met te vertellen over mijn persoonlijke burn-out.


PORTRET 3 | Teun Kruiswijk Jansen
Passie hervonden

Eind juni 1996 viel ik tijdens een kerkdienst letterlijk om, vlak voor de voorbeden. Zo maar een ‘uitglijder’ of een andere oorzaak? Ik denk het laatste. Nadat de ouderling me aangeraakt had kon ik gelukkig weer opstaan, en bleek ik – dat werd achteraf geconstateerd – een schouder gebroken te hebben. In de weken die volgden werd er vanuit een neurologisch onderzoek geen fysieke aanleiding voor deze val gevonden. Wel ontdekte ik dat ik aan langdurige uitputting leed: een (te) zwaar tillen aan gemeenteopbouwprocessen, gebrek aan visie om samen met collega’s en gemeente inhoud te geven aan de nieuwe Samen-op-Weg-kerk waarin ik werkte, en niet te vergeten ‘oude’ rouw om vier (zeer) dierbaren die in mijn levenslijn plotseling overleden waren. Zo waren mijn ‘draaglast’ en ‘draagkracht’ te lange tijd in onbalans geraakt.


REFLECTIE | Anke Bisschops
Verinnerlijking, toewijding en burn-out
Reflectie op drie cases

‘Listen to yourself
and in that quietude you might hear the voice of God’

Maya Angelou, 2014

Juist in deze voor pastores zware tijd is het des te belangrijker dat zij goed toegerust zijn om hun taak aan te kunnen, niet alleen qua kennis, maar ook qua zelfkennis, vaardigheden en houding. Vooral zelfkennis is belangrijk, want noodzakelijk om het instrument dat de pastor zelf is, goed te kunnen onderhouden.


INTERVIEW | Nico Krijn
‘Bevlogenheid vind ik een groot woord’
Interview met Gerben Heitink

Emeriti volgden de ontwikkelingen op hun vakgebied bijna een halve eeuw op de voet en kunnen de kennis van vandaag in historisch perspectief beschouwen. Bovendien hebben zij in de loop der tijd kennis opgedaan van aanpalende disciplines. Professor Gerben Heitink is zo’n veelzijdige emeritus. Hij ontving mij in zijn studeerkamer, die er uitziet zoals ik verwachtte: een schrijftafel en wandvullende boekenkasten. Hij sprak zijn waardering uit voor de kwetsbare opstelling van de drie pastores die hun levensverhalen voor dit themanummer van Handelingen ter beschikking hebben gesteld. ‘Ik heb het met groot respect gelezen. Ik ken de predikanten niet en ik geef mijn interpretatie daarom met een zekere aarzeling.’


BESCHOUWING | Henk de Roest
De ziel van de voorganger revisited

Er is alle reden te zoeken naar ‘rust voor de ziel’. Ook al is de kerkelijke voorganger niet de enige die daarnaar zoekt, het predikantschap heeft iets eigens waardoor die zoektocht nog klemmender wordt. Henk de Roest inventariseert een aantal onderzoeken naar het welbevinden van pastores, beschouwt de relatie tussen psychische gezondheid en spiritualiteit en staat bij enkele voor voorgangers belastende factoren apart stil.


ONDERZOEKSVERSLAG | Willem van Rhenen, Albert Jan Stam & Anne Weiland
Bevlogenheid en burn-out onder predikanten

In 2013/2014 hebben ruim zeshonderd predikanten meegedaan aan onderzoek naar bevlogenheid en burn-out (Stichting Ruimzicht, Nyenrode Business University, ArboNed, Berenschot, Protestantse Kerk in Nederland, Vrije Universiteit). Aansluitend was er een pilotstudy naar het effect van coaching op gemeentepredikanten binnen de Protestantse Kerk. De uitkomst is hoopgevend. Het ontwikkelde coachtraject had een aantoonbaar positief effect. Het verminderde chronische stress en uitputting bij predikanten. Dit artikel doet verslag van het onderzoek en van de pilot.


SLOTREFLECTIE | Theo van Leeuwen & Sake Stoppels
Meer dan spiritualiteit

Als besluit van het thematische deel van dit Handelingen-nummer zetten we een aantal zaken nog eens kort in de schijnwerper. Gerben Heitink stelt dat onze tijd geen tijd van bevlogenheid is. Dat is een stelling waar we ons niet zonder meer bij neerleggen. Tegenspel bieden we ook als het gaat om de grote aandacht in dit nummer voor spiritualiteit als aanjager van bevlogenheid. Bevlogenheid is zeker ook gebaat bij goede vormen van zakelijkheid. We zijn met Van Rhenen, Stam en Weiland verheugd over de goede resultaten van het besproken coachtraject, maar stellen toch een paar vragen. We beginnen dit slotartikel met de bevlogenheid van voorgangers in de erediensten. Ook daar zijn verheugende cijfers over, maar ook hier rijzen vragen die uitnodigen om verder te reflecteren.


IN BEELD | Corja Menken-Bekius
Leven of theater?


HISTORISCH | Anne-Claire Mulder
Bestemd voor gezegend leven
Lijnen in het werk van Riet Bons-Storm

Een thema waar wetenschapster en kerkelijk hoogleraar voor Vrouwenstudies en Pastoraat Riet Bons-Storm zich al heel lang voor inzet, de interreligieuze dialoog, wordt in dit overzichtsartikel geplaatst in de context van het dialogiseren met de ander. Haar portret van de vele factoren die een rol spelen in de pastorale communicatie is relevant voor pastorale praktijken van vandaag.

U kunt het hele artikel lezen door te klikken op Bestemd voor gezegend leven

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Subcategorieën