1999

Handelingen logo01A

Hier vindt u de jaargangen met daaronder de links naar de afzonderlijke nummers uit de jaargang
Klik op de link van het gewenste nummer en u krijgt een overzicht van dat nummer


 

(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Zee Theo zw verkleindThemaredactie: Theo van der Zee

THEMACLUSTER - INLEIDING | Theo van der Zee
Weten wat te doen
Actualiteit en urgentie van praktische wijsheid

Werkers in de zorg, de kerk en het onderwijs worden net als andere professionals geacht te weten wat te doen. Ze komen in hun werk voor situaties te staan waarin soms wel en soms niet of maar nauwelijks duidelijk is wat er aan de hand is. Om dan te weten wat hen te doen staat, hebben professionals niet enkel ambachtelijkheid maar bovendien nood aan praktische wijsheid. Altijd is praktische wijsheid nodig, maar dringend gewenst als zich situaties voordoen waar maar beperkt zicht is op waar het om draait. Omdat professionele contexten gekenmerkt worden door complexiteit en ambiguïteit, lijkt praktische wijsheid momenteel meer dan ook gewenst. Dit themanummer geeft zicht op praktische wijsheid in professionele contexten als zorg, kerk en onderwijs en wil gelezen worden als een pleidooi voor meer ruimte voor praktische wijsheid.

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema.
In dit document vindt u ze ook.

 

THEMACLUSTER | Andries Baart
Praktische wijsheid – een onmisbare maar verwaarloosde professionele deugd

Mensgerichte beroepsbeoefenaren kunnen het niet stellen zonder praktische wijsheid. Maar wat is dat en waar is praktische wijsheid goed voor? Die twee vragen worden in deze bijdrage opgehelderd. Ik houd me sinds 2006 bezig met praktisch wijze professionaliteit en heb er veelvuldig over gepubliceerd – om die reden verwijs ik in de tekst zelf slechts globaal en verwijs ik naar een klein overzicht van essentiële en nuttige bronnen dat opgenomen is bij de Tips in het themagedeelte van dit Handelingen-nummer.

 

THEMACLUSTER | Ciska Stark & Hans Schaeffer
Praktische wijsheid en de opleiding tot werker in kerkelijke praktijken

Waar halen pastores en geestelijk verzorgers in de huidige tijd hun wijsheid vandaan? Hoe kunnen opleidingen voor deze complexe en onzekere tijd goed opleiden? Welke belangrijke academische keuzes en visies staan hier op het spel? Pleidooi voor doordenking én gebruik van het concept praktische wijsheid, meer en explicieter dan nu gebeurt.

 

THEMACLUSTER | Theo van der Zee
Aanvoelen en openhouden
Praktisch wijs handelen in de school

Leraren hebben in hun professionele handelen te maken met de ambiguïteit en contingentie van de onderwijspraktijk, met het oog op het realiseren van goed onderwijs. Leraren zullen daarom voortdurend wikken en wegen. Ze moeten zowel in staat zijn aan te voelen wat verschil maakt en wat er speelt, als ook de toekomst openhouden: twee cruciale aspecten.

 

THEMACLUSTER | Willem Marie Speelman
Een franciscaans wonderverhaal en de harde realiteit van geestelijk verzorger

De vraag naar praktische wijsheid hoor je nogal eens in de peinzende vorm: ‘Wat is wijsheid?’ oftewel: ‘Wat moeten we in godsnaam doen?’ Het is een vraag die gesteld wordt als de gewone manier van doen niet meer blijkt te werken. Dan helpen soms oude verhalen, die je de goede richting wijzen.

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
‘Denker des Vaderlands’ Paul van Tongeren

Tongeren Paul vanPaul van Tongeren (1950) is een Nederlands filosoof en theoloog, gespecialiseerd in ethiek. Van 1986 tot 1991 was hij te Leiden vanwege de Radboudstichting bijzonder hoogleraar in de wijsbegeerte in relatie tot de katholieke levensbeschouwing. In 1990 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar in de wijsgerige ethiek en de wijsbegeerte in verband met het recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Op 11 december 2015 hield hij in de St. Stevenskerk te Nijmegen zijn afscheidsrede. Vanaf april 2021 mag hij als Denker des Vaderlands de stem van de filosofie in het publieke debat laten klinken.

Wat houdt in uw ogen praktische wijsheid in?
‘Praktische wijsheid is een van de manieren waarop de aristotelische deugd van phronèsis of prudentia vertaald wordt. Ik vertaal die zelf het liefst met praktische verstandigheid of morele verstandigheid. Maar praktische wijsheid is tegenwoordig een veelgebruikte term daarvoor. Ik zal het proberen op te vatten als een aanduiding van wat bij Aristoteles phronesis heet.’

 

SLOTREFLECTIE | Hans Schilderman
Verstandigheid als professionele zorg

Aan de observaties over ‘praktische wijsheid’, neergelegd in de voorgaande artikelen door de diverse auteurs, verbindt Hans Schilderman drie conclusies, die voor het professioneel optreden van belang zijn.

 

IN BEELD | René Rosmolen
De wijze zaaier

Beeldmeditatie bij Vincent van Gogh, ‘De zaaier met ondergaande zon’, Arlès, 1888
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Nienke Fortuin
Fortuin Nienke The search for meaning in later lifeThe search for meaning in later life: An empirical exploration of religion and death
Death Studies. Nijmegen Studies in Thanatology, Bd. 6. LIT Verlag Zürich 2020

24 augustus 2020
Radboud Universiteit

(On)voltooid? Ouderen op zoek naar zin
Mijn promotieonderzoek richtte zich op de zoektocht naar zingeving door ouderen. Het fenomeen van ouderen met een ‘voltooid leven’, dat de laatste jaren veel publieke aandacht heeft gekregen in Nederland, laat zien dat het vinden van zin op hogere leeftijd niet vanzelfsprekend is. Want hoe vinden we zin in een leven dat steeds meer getekend wordt door afhankelijkheid, kwetsbaarheid, verlies en gebreken? Waar houden we ons aan vast wanneer de dood steeds dichterbij komt? En hoe vinden we überhaupt betekenis nu de religieuze ‘grote verhalen’, die sinds mensenheugenis de vragen rond leven en dood beantwoordden, veel van hun zeggingskracht verloren hebben?

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK | Henk Schoon
Ophef over een strofe
Het ‘Jeruzalemlied’ van Willem Barnard

‘Weg ermee!’ en ‘Nee, dat kan echt niet meer’ was de reactie in 2016, gevolgd door ‘Racistisch’ in 2020, toen er nieuwe commotie ontstond over een gewraakte strofe in een lied van Willem Barnard: ‘De negers met hun loftrompet, /de joden met hun ster, / ...
Is het niet van belang, alvorens een lied te schrappen of niet meer te zingen, de tekst eerst te doorgronden? Wellicht wil de strofe iets heel anders zeggen dan er in deze tijd in wordt gehoord.

 

TRENDBERICHT | Theo Pleizier
Trendbericht Homiletiek 2015-2020

Hoewel het alweer enige tijd geleden is dat een trendbericht homiletiek in Handelingen verscheen, blijft de preek aandacht krijgen, zoals in het recente themanummer De magie van het gesproken woord (2020/1). In dit trendbericht concentreer ik mij op een paar ontwikkelingen in het vakgebied van de afgelopen vijf jaar, 2015-2020.

Dit trendbericht is binnenkort als uitgebreider literatuurbericht op de website te lezen

 

 

(Leestijd: 8 - 15 minuten)

Handelingen2021 1 omslagThemaredactie: Henk de Roest

THEMACLUSTER | Hans Schilderman
Participatief onderzoek in de praktische religiewetenschap

In zijn recente boek Collaborative Practical Theology. Engaging Practitioners in Research on Christian Practices voert Henk de Roest een warm pleidooi voor samenwerking in de praktische theologie tussen onderzoekers en onderzochten, wetenschappers en gelovigen. Eerder mocht ik zijn boek aan de Vrije Universiteit komen becommentariëren en een uitwerking van die lezing ligt hier voor.

Ik start met een persoonlijke noot voordat deze bijdrage een wat meer studieus karakter krijgt. Dat doe ik graag, ook al vanwege een lange relatie die ik met De Roest onderhoud; eertijds in de redactie van Handelingen en later in discussies die we voerden over het vak dat ons bindt.
‘Tolle et lege’ waren de woorden waarmee De Roest mij zijn boek aanvankelijk in een e-mail deed toekomen. ‘Neem en lees’ zijn de woorden die de aanleiding vormden voor de bekeringservaring van Augustinus, zoals beschreven in zijn Confessiones (VIII, 12). De oproep door God in een kinderstem aan deze kerkvader bracht Augustinus tot zijn afscheid van een sensueel leven in zonde en naar een toewending tot het lezen van de Schrift en daarmee tot een begrip van God.
Met die verwijzing naar Augustinus is de ambitie van mijn collega De Roest aanzienlijk. Ik suggereer daarmee niet dat De Roest een nieuw boek in de patrologie heeft geschreven, en minder nog dat hij zichzelf daarbij bovennatuurlijke kwaliteiten toedicht. Maar wellicht hoopte hij wel op een bekering van mij, om meer bottom-up theologisch geprofileerd onderzoek te doen met een directer belang voor de grassroots van het kerkelijk leven.
Die bekering heeft zich weliswaar nog niet voorgedaan, maar weerhoudt me ook allerminst om mijn bewondering uit te drukken voor het formidabele studiewerk dat door De Roest is verricht. Tegelijkertijd gaat zijn boek niet slechts over een bepaalde methodiek van onderzoek, maar wel degelijk ook over de status van de praktische theologie en de kennisbenutting van haar onderzoeksresultaten. Vandaar bespreek ik in deze bijdrage een aantal thema’s die hierop een voortgaande reflectie vormen, al blijf ik daarbij met het boek van De Roest in gesprek.

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. Dat betreft twee voorbeelden van 'Participatief onderzoek met behulp van change laboratory'.
In dit document vindt u ze bij elkaar in één document.

Cover boek Henk de Roest 550x834Daarnaast vindt u in het papieren nummer als tip info over het boek van Henk de Roest in Open Access.
Dat is deze info:

OPEN ACCESS PUBLICATION
Henk de Roest, Collaborative Practical Theology. Engaging Practioners in Research on Christian Practices, Theology in Practice 7,
Leiden: Brill, 2019. Als e-book vrij te downloaden via deze link: https://brill.com/view/title/56046

 

 

 

 

THEMACLUSTER | Sjaak Körver
Gelijkwaardig maar niet gelijk!?
Samenwerken in onderzoek

Het vorig jaar verschenen boek van Henk de Roest Collaborative Practical Theology (2020) beargumenteert overtuigend dat samenwerking tussen onderzoekers en professionals (en/of ook cliënten of burgers) de kwaliteit van het (empirisch) praktisch-theologisch onderzoek alleen ten goede kan komen. Deze samenwerking voorkomt dat de theologie naast de werkelijkheid blijft staan en dat zij antwoorden geeft op vragen die niemand heeft gesteld. In dit artikel wil ik vooral stilstaan bij de nuances, grenzen en beperkingen die met de samenwerking gepaard gaan.

Met dit artikel wil ik een bijdrage bieden aan de voortgaande reflectie over de samenwerking, onder andere gevoed door ervaringen met het Case Studies Project Geestelijke Verzorging waarvan Martin Walton en ik projectleider zijn (Walton & Körver 2017; Körver & Walton 2019), en waarin de samenwerking met geestelijk verzorgers uitdrukkelijk is gezocht (evenals de terugkoppeling van de casestudies aan de betrokken cliënten). Mijn bijdrage wil vooral een verbreding zijn van de kwestie.
In de twee eerste paragrafen beschrijf ik – enigszins anekdotisch – de dreigende teloorgang van de betrouwbaarheid van wetenschappelijk onderzoek en de noodzaak van afstemming op en samenwerking met professionals en cliënten. De voorbeelden komen vooral uit de sfeer van de geneeskunde en de sociale wetenschappen.
Daarna bespreek ik drie punten die mijn inziens de samenwerking in een bredere context plaatsen en ook relativeren, en laten zien dat deze samenwerking niet alle afstemmingsproblemen kan oplossen.

 

THEMACLUSTER | Jack Barentsen
Inbedding van theologische opleidingen in kerk en maatschappij

Sinds de publicatie van Practical Theology: An Introduction van Richard Osmer in 2008 beleeft het genre van inleidingen praktische theologie een ware hausse. Toen Collaborative Practical Theology van Henk de Roest verscheen, liep ik dan ook niet direct over van enthousiasme, behalve dan dat een collega praktisch-theoloog van Nederlandse bodem dit had gepubliceerd, en nog wel bij Brill in de goede serie Theology in Practice. Echter, De Roest slaagt er overtuigend in een nieuwe weg te wijzen voor wat hij ‘een ernstige tekortkoming’ in de uitoefening van praktische theologie noemt, namelijk ‘om academische praktisch-theologen, professionele praktijkbeoefenaars, alledaagse gelovigen, adviseurs en studenten bij onderzoek te betrekken’ (129, mijn vertaling). Ik wil graag een reactie geven op wat dit boek kan betekenen voor opleidingen theologie.

Herkenbaar
Allereerst roept dit boek veel herkenning op. Na mijn eigen opleiding theologie begin jaren 1980 bleek het inderdaad een enorm karwei de bijbelse talen te blijven gebruiken in de drukke praktijk van het missionaire werk waarin ik toen betrokken was. Hoewel ik bewust ruimte maakte voor academisch leesvoer, ging mijn aandacht vaker naar populaire kerkelijke literatuur die uitmuntte in (veronderstelde) vormen van best practice, die ik wellicht ook zelf kon gebruiken. Het bleek lastig de link te leggen tussen academische vaardigheden en teksten, en de missionaire praktijk. Dit bespeurde ik ook bij vele collega’s. Het etiket ‘ivoren toren’ leek een treffende manier om academisch onderzoek te positioneren – hoe treffend dat De Roest deze metafoor van een historisch kader voorziet en haar rehabiliteert op overtuigende wijze (253-261).

 

THEMACLUSTER | Monique van Dijk-Groeneboer
Niet zenden maar ontvangen

Met veel genoegen heb ik het boek van Henk de Roest gelezen waarin hij pleit voor samenwerkend onderzoek in de praktische theologie, waarbij onderzoeker en practicant gezamenlijk onderzoek verrichten. In deze bijdrage reageer ik met een methodologische doordenking, waarbij de focus ligt op de spanning tussen onderzoeker en practicant.

Praktisch-theologisch onderzoek doen betekent uit-der-aard: data verkrijgen vanuit de praktijk waarin de theologie zich bevindt, empirisch, in de ervaring. Dit mag uiteraard deductief zijn, waarbij hypothesen uit theorie zijn geformuleerd en daarna getoetst, of inductief, startend bij de praktijk zelf om een eerste theorie te genereren. Juist die laatste vorm is erg in trek bij studenten, is mijn ervaring.
Enerzijds komt dit doordat er weinig praktijktheorie voor handen is voor de huidige situatie in kerk en samenleving in ons land. Anderzijds ligt het kwalitatief onderzoek dat dit vervolgens entameert de studenten vaak goed, gezien hun pastorale interesse en vaardigheden. Hierbij is het onderscheid tussen onderzoek doen in de vorm van meestal een diepte-interview of het voeren van een pastoraal gesprek cruciaal. Hoewel de technieken dicht bij elkaar liggen is het doel dat men met het gesprek heeft wezenlijk anders. Ik kom hier aan het eind van dit artikel op terug, omdat het ook mijn visie bepaalt op samenwerkend onderzoeken.
Ik zal eerst enkele passages bespreken die mij zeer aanspraken in het werk van De Roest en mij behulpzaam zijn bij mijn betoog over de methodologische doordenking van samenwerkend onderzoeken. Vervolgens kom ik tot een reactie op dit essentiële aspect van samenwerkend onderzoek, namelijk de verschillende rollen in deze methodiek. De spanning in de rollen tussen onderzoeker en practicant heeft daarbij mijn focus. Ik eindig vervolgens met aanbevelingen om hierop alert te zijn en te reflecteren. Mijn bijdrage kan worden beschouwd als een soort aanvulling op wat in het mooie boek reeds staat aangeduid.

 

THEMACLUSTER | Jimme Keizer
Is ‘ontwerpen’ iets voor praktisch-theologen?

Praktisch-theologen willen niet alleen de onderwerpen en verschijnselen die zij bestuderen begrijpen, zij willen, dikwijls vanuit een sterke persoonlijke betrokkenheid bij hun onderwerp, die werkelijkheid helpen veranderen, verbeteren en vernieuwen. In wetenschappelijk onderzoek verdragen ‘begrijpen en ingrijpen’ elkaar vaak niet goed. Het onderzoek blijft te veel blijft steken in begrijpen en interpreteren en de actie, toepassing en implementatie blijven beperkt tot de nabeschouwing en de plichtmatige ‘future research questions’.

Hierin staan praktisch-theologen niet alleen. In de onderwijswetenschap (Stijnen, Martens & Dieleman 2009, 219), managementwetenschappen (Van Aken 2012, 3) en bestuurskunde kent men hetzelfde probleem. In al deze praktijkgerichte wetenschappen wordt veel verwacht van meer en betere co-creatie tussen onderzoekers, die de theorieën en concepten kennen, ontwikkelen en bediscussiëren, en ‘practitioners’, die in de complexe praktijk zoeken naar oplossingen en niet zitten te wachten op ‘algemeen geldende’ oplossingen.
De Roest stelt in zijn boek Collaborative Practical Theology dat onderzoek, waaronder praktisch-theologisch onderzoek, relevant moet zijn voor actuele maatschappelijke kwesties en voor een brede groep betrokken professionals. Daarvoor moet de praktische theologie afdalen uit de ivoren toren van de beschrijvende, beschouwende en verklarende studies over in cultuur ingebedde ervaringen, geloofsovertuigingen en waarden en de stap zetten naar de (kerkelijke) praktijk.

 

THEMACLUSTER - SLOTREFLECTIE | Henk de Roest
Co-creatie in onderzoek naar christelijke geloofspraktijken: spanningsvelden en mogelijkheden

Een respons van de auteur van Collaborative Practical Theology op de bijdragen van Hans Schilderman, Sjaak Körver, Jack Barentsen, Monique van Dijk-Groeneboer en Jimme Keizer die reageerden op het boek van Henk de Roest in dit themacluster van Handelingen.

Tijdens het schrijven van mijn boek Collaborative Practical Theology ontdekte ik dat het steeds meer de kant op ging van een pleidooi voor meer samenwerking in onderzoek tussen enerzijds praktisch-theologen en anderzijds predikanten, geestelijk verzorgers, kerkelijke werkers, pastorale werkers, pioniers, ouderlingen, diakenen en/of gemeenteleden of parochianen. Schrijvendeweg vond ik hiervoor steeds meer redenen.
Co-creatie in onderzoek vergroot in belangrijke mate de bruikbaarheid van empirisch-theologische inzichten, het voorkomt dat praktisch-theologen aan praktijkmensen voorschrijven hoe ze hun handelen kunnen verbeteren, het doet recht aan de eigen professionele inzichten en aan de rijkdom aan ervaringen die praktijkbeoefenaars zelf reeds hebben opgebouwd, kennis vraagt per definitie om meerdere perspectieven, en belangrijk, samen praktisch-theologisch onderzoek doen is gemeenschapsvormend.
Ik kon steeds meer redenen vinden waarom praktisch-theologisch onderzoek vraagt om co-creatie en er zijn intussen ook meerdere relationele onderzoeksbenaderingen, zoals bijvoorbeeld change laboratory en theological action research, die hiervoor veelbelovend zijn. Andere strategieën en methoden van onderzoek blijven van belang, zoals het survey of de kwalitatieve inhoudsanalyse, maar dan in een mixed methods approach, waarbij bijvoorbeeld de vragen van een survey (de items) mijns inziens niet zonder praktijkmensen geformuleerd kunnen worden.

 

BEELDMEDITATIE | René Rosmolen
Methodisch stappen zetten

Handelingen en praktijken vragen bij tijd en wijle om doordenking en methodische reflectie.
Ook tijden van besmetting nodigen ons uit tot methodische bezinning.
Waar sta ik? Waarheen ga ik? Waar is mijn blik op gericht?
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - ONDERZOEK | André Mulder & Thijs Tromp
Geloofsgemeenschappen en sociale inclusie van mensen met een verstandelijke beperking

Je zag hem van ver al aankomen. De pet op zijn hoofd, diep weggedoken in zijn kleren, die altijd net een laagje te veel bevatten voor mijn gevoel. Op zijn driewielfiets met zijn grote, glimmende bel en achteruitkijkspiegels. Iedereen in mijn geboorteplaats kende hem. Meervoudig gehandicapt zoals dat heet: licht spastisch, een lichte verstandelijke beperking en een linkerbeen dat trok. Hij praatte langzaam, een beetje lijzig. Ik kon hem vaak niet verstaan. Soms stopte die grote fiets bij ons groepje jongens, heel dichtbij. Hij wilde kennelijk contact met ons maken. Ik had geen flauw idee hoe ik dat moest doen. Verder dan een basale groet kwamen we niet. Hij kon je heel lang indringend aankijken, voor hij weer wegfietste. We lachten om hem. Ik begreep niet waarom God wezens zoals hij had geschapen. Op catechisatie werd verteld dat het kwam door de zondeval dat er gehandicapten waren. Maar hoe het precies in elkaar stak wist onze jonge dominee niet te vertellen. God hield wel erg veel van deze mensen, dat wel. Later kwamen er ‘bijzondere’ diensten voor mensen zoals Hemmo. ‘Wat zijn het toch een stumpers’, vond mijn moeder. Maar ze ging wel graag naar deze kerkdiensten toe omdat de boodschap zo eenvoudig werd gebracht en deze mensen ‘toch zo blij’ waren. Ik voelde me in die diensten niet thuis, voelde me wezenlijk vreemd ten opzichte van mensen met een beperking. Ik kon me niet met hen verbinden. Ik kon hun geheim niet zien, laat staan er bij in de buurt komen. Geen aansluiting. (Hessel & Mulder 2014, 9).

De eerste auteur (Hessel) schrijft over de tijd dat hij een puber was en niet wist aan te sluiten bij iemand met een beperking. Hij voelt zich ongemakkelijk in het contact met iemand die er anders uitziet en anders communiceert. Tegelijk neemt hij waar dat Hemmo, de jongen met meervoudige beperkingen, contact zoekt. Hij ziet een groepje jongens staan en wil er bij horen. Wat hij precies van hen verwacht in dat contact en hoe je dat als iemand uit de buurt zou kunnen realiseren, blijven open vragen.
De plaatselijke kerk had gelukkig een manier gevonden om aan mensen met een verstandelijke beperking zoals Hemmo ruimte te bieden door de diensten aan te passen. Maar die aanpassing leidde tegelijkertijd tot ongemakkelijke gevoelens bij andere kerkleden. Niet iedereen bezocht deze bijzondere diensten. Sommige mensen met een beperking maakten vreemde geluiden, soms werd er door iemand wat geroepen tijdens zo’n aangepaste dienst, en de zang was ook niet altijd zuiver. Niet alle gemeenteleden kunnen zoveel zogenoemde abnormaliteit of verstoring van de gebruikelijke orde verdragen.
Het thema dat in dit ervaringsverhaal aan het licht komt, is sociale inclusie van mensen met een beperking. De casus uit de jaren zeventig van de vorige eeuw is nog steeds actueel. Hoe kunnen we zorgen voor een inclusieve samenleving voor mensen met een beperking? Hoe worden we een inclusieve geloofsgemeenschap waarin iedereen ongeacht mogelijkheden en onmogelijkheden, ongeacht fysieke, sociaalpsychologische, culturele of intellectuele kenmerken zich welkom, erkend én ingeschakeld voelt? In dit artikel introduceren we een nieuwe onderzoeksplaats aan de Protestantse Theologische Universiteit waarin deze vragen worden onderzocht.

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Koos Tamminga
De gaven van ieder lid ontvangen
Inclusie in kerk en maatschappij

Wat kan de kerk bijdragen aan de gewenste inclusieve samenleving voor mensen met een beperking? En hoe zou het denken daarover gestimuleerd kunnen worden? Daarover ging het promotieonderzoek van Koos Tamminga.

Aanleiding en probleemstelling
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen meedoet? Dat is, heel eenvoudig gezegd, de centrale vraag achter dit onderzoek. Het antwoord kon niet zijn: door allerlei programma’s op te zetten voor mensen die nu niet voldoende mee kunnen doen. Dat is lang de antwoordrichting geweest waarin in kerk en maatschappij werd omgegaan met mensen met een verstandelijke beperking. Aangepast, speciaal, met mogelijkheden … We kennen de terminologie. Maar dan blijft het meedoen van deze groep toch een ander soort ‘meedoen’ dan dat van anderen. Het blijft beperkt tot een ‘ontvangend meedoen’, terwijl er weinig ruimte is voor echte bijdragen. In één woord kun je deze benadering omschrijven als een benadering van integratie: de mensen ‘zonder beperking’ maken ruimte voor ‘mensen met beperking’. De grenzen tussen deze groepen blijven echter grotendeels intact en worden niet bevraagd.
Een alternatieve benadering is die van het inclusieve denken. Het centrale verschil tussen integratie en inclusie zit hem in het feit dat bij inclusie aandacht wordt gevraagd voor de bijdrage die mensen met een beperking kunnen leveren. Dat impliceert een complete omkering van de blikrichting. Het is niet de ene groep die wat inschikt en zo net voldoende ruimte maakt voor de andere groep – nee, er is maar één groep. Tenminste, dat is het idee.
In mijn onderzoek kwam ik erachter dat dit idee, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de banenmarkt, zelden praktijk wordt. Een mooi woord als inclusie op overheidsbeleid plakken, garandeert dus nog geen succes. Hierom, en ook omdat de omschrijving van en reflectie op het begrip inclusie niet zo ver ontwikkeld is als wel zou moeten, hebben velen aarzelingen bij de term inclusie.

 

ONDERZOEKSPRAKTIJK - DE PROMOTIE | Jasper Bosman
Beleving van het Heilig Avondmaal

Hoe wordt de viering van het Heilig Avondmaal in gereformeerde kerken in Nederland uitgevoerd, ervaren en gewaardeerd, en wat kan daarvan geleerd worden? Deze vraag staat centraal in het recent verschenen proefschrift van Jasper Bosman (2020). In dit artikel bespreekt hij de opzet van zijn onderzoek en de belangrijkste conclusies.

Je hoeft niet gereformeerd te zijn om te weten dat er veel over het avondmaal is geschreven, ook binnen de gereformeerde traditie. Meestal gaat het dan om exegetische literatuur, kerkhistorisch onderzoek of publicaties vanuit systematisch-theologisch perspectief. Ondanks enkele eerdere studies (Moore-Keish 2008; Tamilio III 2014; Robinson e.a. 2018) was er nog geen diepgaand empirisch onderzoek gedaan naar de vormgeving, beleving en waardering van het avondmaal binnen specifiek de gereformeerde traditie in Nederland. Het doel van dit onderzoek was om daar verandering in te brengen.

 

TRENDBERICHT | Armin Kummer
Pastoraalpsychologie 2017-2020

Dit bericht is hier op de website te lezen als Literatuurbericht

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
Diane Marie Hosking

Dian Marie Hosking is hoogleraar Relation Process aan Utrecht School of Governance en als associate verbonden aan Taos Institute. Ze heeft haar carrière gewijd aan ‘relationeel constructionisme’ en aanverwante methodologieën van onderzoek en transformatie. Samen met Sheila McNamee schreef ze Research and Social Change: A Relational Constructionist Approach (2012). Hierin overbruggen ze wetenschappelijke vormen van onderzoek en de dagelijkse activiteiten van beoefenaars. Ze introduceren onderzoek als een proces van relationele constructie en bieden hulpmiddelen aan beoefenaars die willen nadenken over hoe hun werk praktische effecten genereert.

 

 

(Leestijd: 8 - 16 minuten)

Handelingen2020 4 omslagEditieredactie: Marco Derks, Peter-Ben Smit & Karin Neutel

INLEIDING | Marco Derks, Peter-Ben Smit & Karin Neutel
Mannelijkheid en religie

‘Kunnen we ons niet gewoon beperken tot thema’s die er echt toe doen? Of is dit bedoeld als tegengif tegen feministische theologie?’ ‘Ja, dit soort onderzoek is echt belangrijk, want echte mannen vind je tegenwoordig nauwelijks meer!’ ‘Wat spannend, ik wist als man niet eens dat ik een gender had, ik dacht dat dat alleen iets voor vrouwen was!’ Dit soort reacties kun je krijgen wanneer je vertelt dat je je als theoloog wetenschappelijk bezighoudt met het thema mannelijkheid.

U kunt de het hele inleidende artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips vindt u ze bij elkaar in één document.

 

THEMACLUSTER | Ari Troost
Mannelijkheid in het Nieuwe Testament

Waarom zouden we aandacht besteden aan mannelijkheid in de Bijbel? Is dit een modieuze bevlieging, iets wat wij aan de Bijbel opdringen, omdat het onderwerp tegenwoordig zo speelt in de samenleving? Of is mannelijkheid iets wat ook in de Bijbel zelf van betekenis is?
Een blik op de wetenschappelijke literatuur van de afgelopen vijftien jaar over dit onderwerp leert dat we bepaald niet van een modieuze bevlieging kunnen spreken. De lijst van bijbelwetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar mannelijkheid in de Bijbel is aanzienlijk (om een paar te noemen: Mayordomo 2006; Penner en Vander Stichele 2007; Conway 2008; Creangă 2010; Creangă en Smit 2014; Wilson 2015; Smit 2017; Troost 2019). Wat dit onderzoek duidelijk maakt is dat mannelijkheid van grote betekenis is in de Bijbel, maar dat we op een nieuwe manier over mannelijkheid in de Bijbel moeten leren nadenken om dat goed te kunnen zien. In deze bijdrage wil ik inzage geven in de resultaten van het onderzoek en de mogelijke consequenties daarvan voor onze huidige theologische praktijk. Laat ik eerst een inbedding geven van het onderzoek.

 

THEMACLUSTER | Peter-Ben Smit
‘Jezus als queer? Ocharme ...’

De titel boven dit artikel is van Trouw-columnist Ephimenco en stond in 2018 boven zijn reactie op een opiniebijdrage van mijn hand, dat precies dat betoogde: de term ‘queer’ is uitstekend geschikt om Jezus, zoals hij in de (canonieke) evangelies geportretteerd wordt, weer te geven.
Bij deze columnist zorgde dit voor kortsluiting, gezien zijn samenvatting dat ik Jezus tot ‘een ‘queer’, een hybride creatie van genderstudies’ zou hebben ‘laten muteren’, iets wat hij graag in het laatje ‘extreme tot krankzinnige standpunten’ stopt.1 Natuurlijk ben ik Ephimenco erkentelijk voor de extra aandacht die hij aan dit belangrijke thema geeft. Zijn bijdrage is bovendien een prima uitgangspunt om te verhelderen waar het precies om gaat wanneer het woord ‘queer’ gebruikt wordt om Jezus van Nazareth te beschrijven.
Ik doe dit in drie stappen. Eerst geef ik aan wat er in genderstudies onder ‘queer’ verstaan wordt en hoe het begrip ingezet wordt om mensen te beschrijven. Vervolgens ga ik in op een perikoop uit het Evangelie volgens Marcus (7,24-30) en laat zien waarom ‘queer’ verhelderend kan helpen om Jezus’ genderidentiteit te beschrijven (meer dan het woord ‘mannelijk’ of het antoniem ‘onmannelijk’ of zelfs ‘vrouwelijk’). Ten slotte betoog ik dat bijbellezen met aandacht voor ‘queer’ identiteiten theologisch en pastoraal van belang is. Op deze manier hoop ik te laten zien wat de meerwaarde van ‘queer’ benaderingen is – juist en vooral ook voor mensen die zich (zoals ikzelf) niet als ‘queer’ zouden identificeren. De bijdrage borduurt voort op de bijdrage van Ari Troost (blz. 7-15) en is thematisch verwant met het uitdagende gedachte-experiment van Marco Derks (blz. 23-33). Beide auteurs ben ik ook schatplichtig als het om denken over gender en queer benaderingen gaat.

 

THEMACLUSTER | Marco Derks
‘Je kunt ook overdrijven’
Mannelijkheid, vegetarisme, homoseksualiteit en religie

Dit artikel focust op de manieren waarop vegetariërs, homo’s en gelovigen in de Nederlandse (en breder westerse) context afwijken van hegemonische mannelijkheid. Besproken wordt de rol van mannelijkheid in een zevental negatieve sociale typeringen van deze ‘afwijkende’ categorieën van mensen, met de bedoeling tevens perspectieven te openen op manieren waarop deze drie queer positionaliteiten elkaar zouden kunnen versterken.

‘Ben je zo geboren of is het omdat je van dieren houdt?’ Die vraag stelde een jongen van zes aan zijn oom toen deze vertelde dat hij vegetariër was.1 Eerder had de jongen vermoedelijk geleerd waarom zijn oom niet met een vrouw maar met een man getrouwd was. Met zijn vraag leek de jongen die twee zaken met elkaar te verbinden. De uitdrukking ‘zo geboren zijn’ wordt namelijk vaak gebruikt om te benadrukken dat iemand die ‘houdt van’ mensen van hetzelfde geslacht daar niet voor heeft gekozen maar deze gevoelens als ‘aangeboren’ beschouwt. Het vegetarisme van zijn oom lijkt in de beleving dan deze jongen van dezelfde orde als diens homoseksuele oriëntatie.

In dit artikel analyseer ik de discursieve en conceptuele relatie tussen homo’s en vegetariërs. Hieraan voeg ik nog een derde ‘afwijkende’ categorie mensen toe: gelovigen. Hoe wijken hun manieren van doen af van die van de meerderheid, niet alleen in hun zelfpresentatie maar vooral in de manier waarop ze door deze meerderheid gepercipieerd en geëvalueerd worden?
Door middel van een intersectionele benadering wijs ik op de rol van mannelijkheid in evaluaties van vegetarisme, homoseksualiteit en religie. Ik laat zien dat (bepaalde) vegetariërs, homo’s en gelovigen – en met name de mannen onder hen – een queer positionaliteit hebben. Queer is niet iets dat zij als het ware ‘van nature zijn’, maar een al dan niet intentionele performance, een positionaliteit in verhouding tot een hegemonische sociaal-culturele normativiteit (Halperin 1995, 62). Hoewel queer theorie daarbij aanvankelijk vooral aan heteroseksuele normativiteit dacht, gaat het tegelijkertijd ook normen over gender en etniciteit (intersectionaliteit). Dit artikel focust op de manieren waarop vegetariërs, homo’s en gelovigen in de Nederlandse (en breder westerse) context afwijken van hegemonische mannelijkheid.

 

THEMACLUSTER | Laura Dijkhuizen
De Ghanese pastor als papa van zijn gemeente

Vanwege mijn voorliefde voor het Afrikaanse, onze geadopteerde dochters uit Mozambique en mijn werk heb ik een breed netwerk aan Afrikaanse vrienden, collega’s, studenten en kennissen. Zo baden we vanuit mijn toenmalige evangelische kerk in Nederland vijf jaar lang maandelijks met een groep West- en Oost-Afrikaanse en Nederlandse vrouwen voor onze gezinnen. De moeders vroegen opvallend vaak gebed voor hun mannen. Want daar waar de vrouwen hun draai in Nederland wel leken te vinden, bleek dit voor de mannen aanmerkelijk lastiger te zijn. Wij baden voor de rol van de man thuis, het vinden van (passend) werk en de kerkgang. Dit laatste vonden mijn vriendinnen heel belangrijk, maar het leek erop dat de echtgenoten, hoewel in het land van herkomst prominente personen in de kerk (of moskee) en samenleving, in Nederland veel lastiger hun plek konden vinden.

Een aantal jaren later studeerde ik theologie in een internationale setting en zat ik met Ghanese voorgangers in de klas. Tijdens de colleges was ik regelmatig de enige blanke en de enige vrouw. Ik ben getuige geweest van diverse discussies naar aanleiding van het reilen en zeilen binnen Ghanese gemeenten. Discussies over demonen uitdrijven, bidden voor wonderen, dopen (‘hoezo kan dat maar één keer, wie zegt dat?’), lengte en manieren van preken en de grote cultuurverschillen tussen het kerk-zijn in het moederland en hier.
Eveneens kwam de moeite naar voren die deze voorgangers hebben om de jongeren vast te houden in hun kerk. Ze maakten radioprogramma’s waarin vragen werden besproken over hoe de jeugd op te voeden, de manier van kleden en de mate van vrijheid. Eveneens werden tips en trucs gedeeld om deze tweede generatie ‘binnenboord’ te houden. Dit had vooral te maken met de specifieke moraal waar de Pinkstergemeenten voor stonden en nog steeds staan. Een heilige, reine plek, vooral wat betreft seksualiteit en in contrast met de algemene moraal van de stad waar de gemeente zich bevindt. Vooral meisjes werden aangespoord om geen aanstoot te geven vanwege de houding of kleding. Het onderzoek van Maïté Maskens in een vergelijkbare context, namelijk die van Brussel, biedt hierin herkenbare observaties (Maskens 2015, 338).
Vanuit mijn achtergrond waarbij ik tussen mijn 19e en 29e in een evangelische gemeenschap woonde, werkte en kerkte, ben ik getriggerd door machtsverhoudingen binnen religieuze groepen. Groepen als die waarin ik mij bevond, hanteren vaak een familiestructuur waarbij de vaderfiguur de ultieme macht uitoefent en als spreekbuis voor God wordt gezien. Dit werd mede de aanleiding voor mijn huidige onderzoek naar de positie van de vrouw binnen de Evangelische beweging in Nederland. Tijdens mijn studie theologie aan de Vrije Universiteit heb ik mij gespecialiseerd in het Pentecostalisme in Afrika. In dit artikel komen deze facetten op een mooie manier samen. Evenals in mijn huidige werk als decaan en docent bij de Foundation Academy in Amsterdam: daar zijn mijn studenten grotendeels van Afrikaanse afkomst en heb ik nu Ghanese pastors in de klas. Ons kantoor bevindt zich in de Bijlmer, de plek met de grootste concentratie Ghanese kerken in Nederland.
In dit artikel kijk ik naar de invloed van migratie op het fenomeen mannelijkheid. Allereerst bespreek ik de situatie van Ghanezen in Nederland en vervolgens vergelijk ik specifieke literatuur over de rollen van Afrikaanse mannen in leiderschap met de situatie van Ghanese pastors in West-Europa en de invloed van migratie op genderconstructies. Voor het schetsen van de situatie in Nederland heb ik de documentaire ‘Calling for Koney’ (De Lind van Wijngaarden & Kruk 2013) bekeken en een gesprek met een vooraanstaande Ghanese pastor in Amsterdam gevoerd.

 

THEMACLUSTER | Mariecke van den Berg
De bekering van Franck Ribéry
Voetbal, islam en mannelijkheid in het nieuwe Frankrijk

Om te onderzoeken hoe sport, religie en gender zich tot elkaar verhouden volgt dit artikel de levensloop de Franse voetballer Franck Ribéry, die zich in 2004 tot de islam bekeerde. Welke aannames over religie en gender gaan er schuil achter de wijze waarop zijn bekering in de media besproken wordt?

Inleiding: sport, gender en religie
Sport, gender en religie zijn nauw met elkaar verbonden. In landen als Nederland, waar voetbal sport nummer één is, worden op en rond het voetbalveld de normen bepaald voor wat Raewyn Connell ‘hegemonische mannelijkheid’ noemt. Hiermee wil hij aangeven dat er in een gegeven samenleving weliswaar altijd meerdere vormen van mannelijkheid mogelijk zijn, maar dat sommige vormen proberen andere te domineren en zichzelf als ideale mannelijkheid voor te stellen.
De sportwereld is bij uitstek een domein waar die dominante mannelijkheid tot uitdrukking kan komen (Connell 2005 [1995], 37). Bekende voetballers fungeren bijvoorbeeld als ‘iconische mannen’ (Cashmore & Parker 2003) die laten zien wat het betekent om te sporten als een ‘echte man’: ‘competitief, succesvol, dominerend, agressief, stoïcijns, doelgericht en fysiek sterk’ (Messner & Sabo 1994, 38). Daarmee bepalen ze niet alleen het beeld van ‘echte mannelijkheid’, maar zijn ze ook bepalend voor een hiërarchie in wat als ‘echte sport’ gezien wordt, waarbij sporten die op fysiek duel en dominantie gericht zijn (bijvoorbeeld rugby, basketbal of hockey) meer aan het ideaalbeeld van ‘echte sport’ voldoen dan sporten die meer op schoonheid en intellect zijn gericht (bijvoorbeeld synchroonzwemmen, voltige of schaken).
Het is deze dominante vorm van sportieve mannelijkheid die het gedrag op pleintjes en veldjes dicteert waar kinderen leren voetballen én leren om zich te voegen naar, of op zijn minst te verhouden tot, de dominante normen van mannelijkheid (Renold 1997; Swain 2000; Van den Bogert 2018). Overigens is hierin wel een verschuiving op te merken: in Nederland kunnen kinderen sinds het succes van de ‘Oranjeleeuwinnen’ op het WK van 2019 (verliezend finalist) zich ook met bekende vrouwelijke voetballers identificeren en zie je hen shirtjes dragen met namen als Miedema, Martens of Van de Sanden op de rug.
In dit artikel wil ik onderzoeken wat er gebeurt wanneer de constructie van mannelijkheid in het domein van sport (in het bijzonder voetbal) verweven raakt met die in een ander domein, namelijk religie. Daarbij vormt de bundel With God on Their Side: Sport in the Service of Religion (Magdalinski & Chandler 2002) voor mij een belangrijk uitgangspunt. Zoals de titel al aangeeft is het de redacteurs en auteurs er vooral om te doen nader te onderzoeken hoe religieuze groepen via sport bepaalde doelen nastreven. Een klassiek voorbeeld is de notie van muscular Christianity, het gespierde, sportieve christendom dat in het negentiende-eeuwse Engeland ontwikkeld werd als tegenhanger voor wat velen waren gaan beschouwen als gefeminiseerd christendom. Sport moest mannen weer de kerk in krijgen, waarbij goede sportieve prestaties symbool kwamen te staan voor een gezonde moraal (Magdalinski & Chandler 2002, 5).

 

INTERVIEW | Tom Lormans
Macht langs lijnen van gender

Mak GeertjeGeertje Mak (1961) is historica en bijzonder hoogleraar. In haar onderzoek heeft ze zich onder andere gericht op sekse, seksualiteit, sekse-identiteiten en hoe lichamelijke verschillen tot identiteiten zijn gemaakt. In 1997 promoveerde ze aan de Universiteit van Utrecht op het proefschrift Mannelijke vrouwen. Over grenzen van sekse in de negentiende eeuw. Ze doceerde van 2005 tot 2016 gendergeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Per 1 september 2016 bekleedt ze de bijzondere leerstoel Politieke geschiedenis van gender in Nederland aan de Universiteit van Amsterdam, ingesteld vanuit de Stichting Wilhelmina Drucker Fundatie.

U bent bijzonder hoogleraar Politieke geschiedenis van gender in Nederland aan de Universiteit van Amsterdam. Kunt u iets vertellen over deze leerstoel? -
Het is een bijzondere leerstoel, eigenlijk de enige leerstoel gendergeschiedenis in Nederland. Deze leerstoel brengt twee vragen met elkaar in contact. Ten eerste: Wat is politiek? En ten tweede: Wat is gender? Daarbij kan ik direct opmerken dat het voor mij daarbij niet gaat over grote politiek, vrouwenbewegingen en bijvoorbeeld vrouwelijke ministers. Juist vanuit gender is veel nagedacht over hoe we politiek moeten definiëren. Politiek is vervolgens gedefinieerd als: ‘Hoe is machtsverschil in de samenleving georganiseerd?’ De meest simpele situaties kunnen dan al als politiek gezien worden. Ook in microsituaties kom je namelijk machtsverschillen tegen. Dus als dat je definitie is, als je van daaruit nadenkt over politiek, is het een heel breed begrip.
Politiek gaat dan over hoe macht is georganiseerd in de samenleving langs lijnen van gender. Het breidt zich echter natuurlijk ook snel breder uit, want gender staat nooit op zichzelf. Het mengt ook altijd met andere belangrijke maatschappelijke, sociale en culturele verschillen. Religie zou hier ook een voorbeeld van kunnen zijn. Maar je kunt ook denken aan klasse, etniciteit, afkomst, leeftijd en ga maar door. De ideale mannelijkheid en vrouwelijkheid staan dus niet los van tot welke klasse of tot welke religieuze groep je behoort.

 

DE PROMOTIE | Joris Kregting
Secularisering en de religieuze verschillen tussen Nederlandse mannen en vrouwen

Net als in andere West-Europese landen is in Nederland in de afgelopen decennia de rol van geïnstitutionaliseerde religie afgenomen. Tussen 1966 en 2015 daalde het aandeel Nederlanders dat gelooft in een God of hogere macht én regelmatig naar de kerk gaat (minimaal één keer per maand) van 59% naar 14%. Deze secularisering heeft de afgelopen decennia bij Nederlandse vrouwen minder sterk plaatsgevonden dan bij mannen en hierdoor zijn vrouwen tot op de dag van vandaag religieuzer dan mannen. Zo beschrijven vrouwen in 2019 zichzelf vaker als religieus (37% enigszins of zeker) dan mannen (29%). Ook bij bidden zien we dit soort verschillen: respectievelijk 26% en 20% deed dit in 2019 minimaal wekelijks. In het proefschrift (Kregting 2019) geven we verklaringen voor zowel de secularisering die in Nederland heeft plaatsgevonden als voor de aanhoudende religieuze verschillen tussen Nederlandse mannen en vrouwen. De onderzoeksvragen zijn als volgt:
• Waarom heeft er in Nederland in de afgelopen decennia zo’n sterke secularisering, in termen van een afname van institutioneel christendom, plaatsgevonden?
• Waarom blijven Nederlandse vrouwen religieuzer dan mannen?

 

DE SCRIPTIE | Kees de Bruijn
Zin in tbs?

Sommigen veronderstellen dat zingeving in tbs eigenlijk niet mogelijk is (Spronken 2015). Mijn verkennende onderzoek onder patiënten met een licht verstandelijke beperking (lvb) leert dat die wel degelijk perspectief zoeken en dat het goed zou zijn om met tbs’ers regelmatig te reflecteren op zingeving in tbs.
Mensen in tbs zijn op enig moment vastgelopen in het leven (Verheijen 2019). Zij hebben een ernstig misdrijf gepleegd en vormen een bedreiging voor de veiligheid in de samenleving (Van Nieuwenhuizen 2011, 78-85, 123). Voor patiënten in tbs is het vaak erg onzeker wat hen boven het hoofd hangt; velen beklagen zich over de ‘zinloosheid’ van tbs en hun behandeling. Zingeving duidt op het meer actieve, informele en individuele aspect van het proces waarmee mensen hun leven ordenen (VGVZ 2015). In de maatschappelijke opvang is zingeving een onderbelichte dimensie (Akkermans 2010). Bij zo’n extreme ontwikkeling als tbs dringt zich ook de vraag op in hoeverre er sprake is van zingeving of meer van een overlevingsstrategie (Van Eijk 2013, 32-33).
De onderzoeksvraag luidde:
‘Welke betekenis geven bepaalde lvb-patiënten aan hun verblijf in tbs gelet op aspecten van bezinning, behandeling en bejegening en hoe interacteren zij daarbij met andere patiënten?’
De deelnemers hebben behalve een lvb de dubbele diagnose van een beperkt sociaal aanpassingsvermogen of een persoonlijkheidsstoornis. Zij verblijven op twee onderscheiden lvb-(sub)afdelingen in FPC De Kijvelanden: Onyx 1 voor personen die vooral negatief en antisociaal van aard zijn en Onyx 2 voor mensen met psychotische en autistiforme stoornissen.

 

TRENDBERICHT | Henk de Roest & Sake Stoppels
Kerkopbouw en praktische ecclesiologie 2017-2020

In de afgelopen jaren hebben denkers rond kerkopbouw en praktische ecclesiologie niet stil gezeten. In dit korte Trendbericht lichten we er een aantal specifieke thema’s uit. Daarnaast is er op de website van dit tijdschrift parallel hieraan het veel uitvoeriger en bredere Literatuuroverzicht rond dit onderzoeksveld. We concentreren ons hier op achtereenvolgens leiderschap, pionieren en religieus ondernemerschap, reflective practitioners en kerktheorie die concepten en perspectieven aanreikt voor onderzoek.

 

BEELDMEDITATIE | René Rosmolen
Mannelijke kwetsbaarheid

Dit zelfportret van de schilder Lucian Freud (Berlijn 1922 – Londen 2011) kan gemengde reacties oproepen. Moedig is het om jezelf zo realistisch af te beelden, maar tegelijk kan dit ook afstotend overkomen.
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

TRENDBERICHT | Armin Kummer
Pastoraalpsychologie 2017-2020

Dit is ook hier op de website te lezen als Literatuurbericht

 

INTERVIEW HOOGLERAAR | Tom Lormans
Dian Marie Hosking

Dian Marie Hosking is hoogleraar Relation Process aan Utrecht School of Governance en als associate verbonden aan Taos Institute. Ze heeft haar carrière gewijd aan ‘relationeel constructionisme’ en aanverwante methodologieën van onderzoek en transformatie. Samen met Sheila McNamee schreef ze Research and Social Change: A Relational Constructionist Approach (2012). Hierin overbruggen ze wetenschappelijke vormen van onderzoek en de dagelijkse activiteiten van beoefenaars. Ze introduceren onderzoek als een proces van relationele constructie en bieden hulpmiddelen aan beoefenaars die willen nadenken over hoe hun werk praktische effecten genereert.

 

 

(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Handelingen2020 3 omslagEditieredactie: Hans Schaeffer

INLEIDING | Hans Schaeffer
Kerkverlating in perspectief

In dit nummer van Handelingen staat het verschijnsel kerkverlating in protestantse kerken centraal. De bijdragen bieden mogelijkheden om dit verschijnsel te leren kennen en duiden, om kerkelijk leidinggevenden inzicht te geven en mogelijke handelingsperspectieven te schetsen.

U kunt de het hele inleidende artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips vindt u ze met direct aanklikbare links en nog extra tips.

 

ONDERZOEK | Merijn Wijma-van der Veen
Cijfermatige kenmerken van groei en krimp

Ieder jaar staat er weer een heel kort artikeltje in zowel het Nederlands Dagblad (ND) als het Reformatorisch Dagblad (RD) met cijfers over het aantal leden van kerkgenootschappen. Die artikeltjes verschijnen ongeveer tegelijkertijd met de jaarboekjes van verschillende gereformeerde kerkverbanden in Nederland. Op 6 mei 2020 stond bijvoorbeeld in het ND: ‘Vorig jaar kampte het kerkgenootschap met het grootste verlies ooit.’. Dat verlies bestond uit 2153 leden, een recordaantal voor de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKv). Op 4 juni 2019 rapporteerde het RD voor het eerst een krimp in de Gereformeerde Gemeenten.

 

ONDERZOEK | Hayo Wijma
Stem geven aan kerkverlaters en kerkblijvers

Mijn kerk is in beweging
mijn overtuigingen ook
Ik zoek wat hoort, wat blijft en wie
over mijn schouder met mij kijkt
naar verleden, heden en toekomst
Is deze kerk nog wel bestand,
tegen mijn zoeken
Ik zet een stap

vooruit?

 

PERSPECTIEVEN | Ronelle Sonnenberg
Jonge mensen die gaan, én zij die blijven

In september 2019 kreeg ik een berichtje van een jongvolwassene, 26 jaar. Ik heb haar ruim zes jaar geleden leren kennen als een betrokken gelovige jongere in de kerk. Ze ging studeren en kreeg een relatie met een jongen die niet religieus is opgevoed en geen christen is. In de tijd dat wij elkaar ontmoetten was ze intensief bezig met thema’s rond geloof en wetenschap. Nu bezoekt ze niet tot nauwelijks meer een kerk.

 

PERSPECTIEVEN | Bram de Muynck
Thuis zijn in de kerk

In de kerk willen mensen zoiets ervaren als ‘je thuis voelen’, ‘samen een huis bewonen’. Mensen verlaten de kerk omdat ze zich er op een of andere manier niet meer thuis voelen. Er mist een ‘soepbuffet-ervaring’.

 

IN BEELD | René Rosmolen
Zoeken naar het Hogere

"Een kerk staat voor het zoeken naar het Hogere, naar iets dat het dagelijkse overstijgt."
Lees en bekijk de beeldmeditatie

 

PERSPECTIEVEN | Marijn Vlasblom
Kerkelijke betrokkenheid in baptisten- en evangelische gemeenten

Wat is er aan de hand als we alleen op papier blijken te groeien en er op zondag geen stoelen bijgezet hoeven te worden? Zijn baptisten- en evanglische gemeenten vooral een faciliteit of willen we meer zijn? Een onderzoek naar de kerkelijke betrokkenheid dat uitmondt in een bescheiden pleidooi voor wat er nodig is.

 

UITDAGINGEN | Stefan Paas
Kerkverlating in missiologisch perspectief

Kerkverlating legt bloot dat de kerk ten diepste missionair is: dat ze een boodschap brengt die sommigen tot in hun ziel beroert en anderen koud laat. Geloofsopvoeding is evangelisatie, van begin tot eind.

 

UITDAGINGEN | Annemiek de Jonge
Teleurgesteld in de kerkelijke gemeenschap. Lessen trekken uit pionierservaringen

Het is opvallend dat kerkverlaters soms ook kerkelijke pioniers zijn die een gebrek aan gemeenschap ervaren binnen hun ‘nieuwe pioniersgemeente’. Vanuit een onderzoek naar ‘kerkbeelden bij praktijken van missionaire gemeenschapsvorming’ wordt lering getrokken voor kerkgemeenschappen die te kampen hebben met kerkverlating.

 

SLOTBESCHOUWING | Hans Schaeffer
Wat moeten we doen?
Kerkverlating in hoopvol perspectief

Twintig jaar geleden had ik eens een gesprek met een van mijn geestelijke mentoren, afkomstig uit dezelfde kerkelijke traditie als ikzelf: de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Het gesprek ging over de toekomst van de kerk en het afnemende aantal kerkleden. Als diep betrokken vader van een aantal kinderen vertelde hij dat hij er ernstig rekening mee hield dat tenminste twee of drie van hen de kerk, en wellicht ook het geloof, vaarwel zouden zeggen. Niet omdat hij daar concrete voortekenen van zag, maar als een soort statistisch voorgevoel: het kan bijna niet dat ze allemaal bij de kerk blijven.

 

INTERVIEW | Tom Lormans
'Op zoek naar een 'lichte' vorm van kerk-zijn'

Ton Bernts is directeur van het KASKI. Hij studeerde cultuur- en godsdienstpsychologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en promoveerde in 1991 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in de sociale wetenschappen, op een onderzoek over attitudes in de gezondheidszorg. Zijn onderzoek richt zich op hedendaagse religieuze ontwikkelingen in Nederland. Zijn expertise betreft de positie van kerkgenootschappen en identiteitsgedreven organisaties, en ontwikkelingen binnen de geestelijke verzorging.

Religie en de kerk zijn veel mensen lange tijd ter harte gegaan. Het thema van dit nummer van Handelingen is ‘kerkverlating’. Hoe kijkt u naar dit begrip? -
De term ‘kerkverlating’ gebruik ik zelf eigenlijk nooit. Ik denk dat er eerder sprake is van verwijdering. Als we het vanuit de samenleving bezien, zien we dat het religieuze steeds minder betekenis, steeds minder positie heeft. Dat uit zich dan vervolgens in minder participatie in de kerken. Kerkverlating klinkt natuurlijk erg als ‘ik ga de kerk uit’. Misschien is het een protestants begrip. Bij katholieken zie je het eigenlijk nauwelijks: men drijft langzaam af van religieuze gewoontes. Het is een proces waarin het religieuze geleidelijk uit het leven verdwijnt. Af en toe komt het dan wel weer op, met bijvoorbeeld Kerstmis of Pasen. Of – zoals vooral in Limburg – bij de eerste communie. Kenmerkend voor deze uitingen van religie is dat ze ook bij uitstek een sociale component hebben.

 

(Leestijd: 3 - 6 minuten)

Handelingen2020/2 voorkantEditieredactie: Thijs Tromp & Erica Meijers

INLEIDING | Thijs Tromp & Erica Meijers
Diaconaat als dienst aan de hoop
Theologische perspectieven op diaconale praktijken

Behalve een vitale praktijk is diaconaat ook een perspectief, dat de wereld om ons heen beziet vanuit de ervaringen van mensen in de marge in het licht van Gods vrede en gerechtigheid. Het beeld van diaconaat als praktische poot van de kerk schiet daarom ernstig tekort. Diaconaat stelt zich in dienst van de hoop dat Gods missie in deze wereld een andere werkelijkheid aan het licht brengt.

U kunt de het hele inleidende artikel lezen door te klikken op Inleiding

 

TIPS BIJ HET THEMA
In het papieren nummer staan tips bij het thema. In dit document met tips vindt u ze met direct aanklikbare links en nog extra tips.

 

DIACONIE BESCHOUWD | Thijs Tromp
Diaconaat en de praktijk van inclusie

De maatschappelijke gevoeligheid voor het onrecht van uitsluiting lijkt groot. Overheidsinstellingen, scholen, zorg- en welzijnsorganisaties spannen zich in om mensen die niet meedoen of er niet bij horen mee te laten doen. Wat zou te midden van al deze op inclusie gerichte acties de specifieke bijdrage van het diaconaat kunnen zijn?

 

DIACONIE BESCHOUWD | Erica Meijers
Het brood van de naaste
Verkenningen rond diaconie en Eucharistie

De christelijke traditie kent van oudsher een nauwe verbinding tussen het brood van het Avondmaal en het brood van de diaconie. De woorden ‘breken en delen’ verbinden de liturgische en diaconale praktijk. Erica Meijers doet met behulp van een romanfragment een poging dichter bij het hart van deze verbinding te komen. Ze laat zich daarbij leiden door de vraag op welke manier de betekenis van het brood zelf de relatie tussen Eucharistie en diaconie kan verdiepen.

 

DIACONIE BESCHOUWD | Rob van Waarde
Met welke blik zien we elkaar?
Een missionair-diaconaal perspectief

De christelijke traditie is zich sterk bewust van de kwetsbare positie en dehumaniserende omstandigheden waarin veel groepen in onze maatschappij verkeren. Tegelijk leeft de geloofstraditie van een geloof in verandering. Vanuit deze achtergrond leggen zowel diaconale als missionaire vrijwilligers en beroepskrachten verbindingen buiten de kerk.

 

DIACONIE BESCHOUWD | Trees Versteegen
Het korset van de normaliteit
Wie is het subject van diaconie?

Het westerse denken is gewend te denken in termen van subject en object. Hierbij staat een handelende, bepalende persoon tegenover iets of iemand die dit handelen ondergaat. In het diaconaat is deze denkwijze veel bekritiseerd, omdat het leidt tot een scheve machtsverhouding tussen gever en ontvanger. Trees Versteegen kijkt naar deze relatie aan de hand van de begrippen normaliteit en schaamte. Ze pleit voor een veelvormig subject en erkenning van het mysterie in de relatie tussen gever en ontvanger.

 

IN BEELD | René Rosmolen
'We zijn allemaal mensen'

Toelichting bij de in dit nummer opgenomen tekeningen van Eva Hilhorst,
ook te zien en te lezen hier op de website

 

DIACONIE IN PRAKTIJK | Anje de Heer
Vieren en delen
Het midden van diaconale beweging

Diaconaat is een wezenskenmerk van de kerk. Het is dan ook tot in de diepste vezels van de liturgie aanwezig. Anje de Heer kijkt naar de kerkdienst vanuit diaconaal perspectief.

 

DIACONIE IN PRAKTIJK | Ineke Bakker
Wederkerigheid én afhankelijkheid
Het Haagse kerkasiel in diaconaal perspectief

Over het kerkasiel dat van 26 oktober 2018 tot 30 januari 2019 plaatsvond in Buurt-en-kerkhuis Bethel in Den Haag, is ongelooflijk veel geschreven. Ineke Bakker kijkt vanuit het nog onderbelichte perspectief van de helper naar wederkerigheid tijdens het kerkasiel.

 

DIACONIE IN PRAKTIJK | Marten van der Meulen & Rudolf Setz
Diaconaal pionieren met ‘Assen Zoekt’

‘Assen Zoekt’ is een pioniersgemeente in de Drentse hoofdstad en bestaat inmiddels ruim tien jaar. De gemeente is onderdeel van de Christelijke Gereformeerde Kerken en verbonden met verschillende kerken in Assen. De missionaire, pionierende aanpak leidt ook tot nieuwe diaconale benaderingen.

 

DIACONIE IN PRAKTIJK | Karel Jungheim
‘Deel je Tafel’ voor een leefbare samenleving

Vluchtelingen zoeken een plek in onze samenleving. Veel kerken bieden hen graag een uitweg uit eenzaamheid door hen uit te nodigen voor een maaltijd. Kerk in Actie, de diaconale organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland, wil deze plaatselijke acties met elkaar verbinden en stimuleren via de actie ‘Deel je Tafel’. Deze maaltijden blijken niet alleen een inspirerende vorm van diaconale praxis te zijn, maar ook een perspectief te openen op een samenleving waarin werkelijk met elkaar samen geleefd kan worden.

 

INTERVIEW | Tom Lormans
‘Diaconie laat zien dat er een andere wereld mogelijk is’

Borgman ErikErik Borgman (1957) is hoogleraar Theologie van de Religie en directeur van het Tilburg Cobbenhagen Center van de Universiteit van Tilburg. Ook is hij leken-dominicaan. In zijn denken is hij sterk beïnvloed door de katholieke bevrijdingstheologie. Vrij Nederland selecteerde hem in 2008 als een van de meest innovatieve denkers van Nederland. In 2012 werd hij uitgeroepen tot Theoloog van het Jaar.

Zou u om te beginnen iets over uw leerstoel kunnen vertellen? -
Formeel heet mijn leerstoel nog steeds Theologie van de Religie, in het bijzonder het Christendom. Men wilde de traditionele termen niet gebruiken, en tegelijkertijd de insteek vasthouden. In traditionele termen zou mijn leerstoel fundamentele theologie en dogmatiek heten.
Zelf ben ik op een gegeven moment gaan zeggen dat ik Publieke Theologie doceer. Ik zeg wel eens ironisch: ‘Ik heb mijn leven lang mijn best gedaan kamergeleerde te worden, maar dat is nooit gelukt.’ Ik ben op de een of andere manier altijd terechtgekomen op allerlei openbare plekken en discussies. In beginsel met vreugde: het is niet altijd leuk om op vreemde grond te staan, maar in beginsel is het goed. Vandaar: Publieke Theologie.

 

DE PROMOTIE | Bert Roor
Heilzame presentie
Diaconale betrokkenheid als leeromgeving voor protestantse kerken

Diaconaat verrijkt en verdiept het geloof van gemeenteleden en gemeenschappen. Wat leren zij van hun diaconale werk en is hiervoor genoeg aandacht in de kerken? Bert Roor stelde deze vragen in zijn proefschrift (2018) en bespreekt hier hoe diaconaal leren op gang komt en wat het brengt.

 

TRENDBERICHT | Henk de Roest
Praktische Theologie 2017-2019

In de lange lijst van boeken in de hier te bespreken periode 2017-2019, te vinden aan het eind van dit trendbericht Praktische Theologie, neem ik vijf trends waar. De afzonderlijke boeken worden besproken in het Literatuurbericht op de website van Handelingen. In dit Trendbericht kies ik ervoor om exemplarisch te werk te gaan.

 

Subcategorieën

Deze website gebruikt cookies. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u daarmee akkoord.