Artikelen

Logo

(Leestijd: 2 - 4 minuten)

‘Ik begon deze week aan mijn tiende jaar als voorganger in een mooie evangelische gemeente in Woerden. Een gemeente die me enorm genadig is geweest in al die jaren. (…) In tegenstelling tot veel collega’s ben ik rijk gezegend met positieve mensen die niet gericht zijn op conflicten of andere narigheid. Toch zijn er in de afgelopen jaren momenten geweest dat ik terugverlangde naar het bedrijfsleven waar ik jarenlang werkzaam was. Dat komt vooral omdat er in het bedrijfsleven een strikte scheiding gemaakt kan worden tussen het werk wat je doet en je persoonlijkheid. Dat gaat in de kerk niet. En soms is dat een uitputtingsslag.’
Nederlands Dagblad, 13-8-2014

Bovenstaande woorden zijn van Jan Wolsheimer, voorganger in een CAMA-gemeente in Woerden. Het gaat hier om een vitale gemeente waar krimp en leegloop niet de toon zetten. Maar ook Wolsheimer loopt op tegen de moeiten die het werken in de kerk met zich meebrengt. Hij signaleert ook het voortijdige afhaken van collega’s. Ze redden het niet meer. Er speelt hier een complex aan factoren. Een van die factoren is in zijn ogen de veranderde verhouding in de kerk: ‘Tegenwoordig is er nog steeds een ‘tegenover’, maar dan precies omgekeerd: de gemeente als jury tegenover de predikant. Deze moet steeds meer kunnen, net als in de meeste beroepen trouwens: spreken als Barack Obama, pastoraat verlenen als moeder Teresa en visionair zijn als Steve Jobs. Een onmogelijke taak. Voldoe je niet, dan stemmen mensen met hun voeten.’
Deze scherpe woorden brengen ons midden in het thema van dit nummer. Een substantieel aantal pastores lijdt aan vermoeidheid, burn-out en verlies aan motivatie en bevlogenheid. Werken in de kerk is in deze tijd bepaald geen sinecure. Een recent onderzoek naar het welbevinden van pastores in de Protestantse Kerk in Nederland, waarover we ook rapporteren in dit themanummer van Handelingen, laat zien dat het verhoudingsgewijs met burn-out wel meevalt in de kerk, maar dat er wel iets mis is met de bevlogenheid van voorgangers. De onderzochte PKN-predikanten blijken namelijk gemiddeld genomen qua bevlogenheid minder te scoren dan werkers in andere sectoren. Dat is een serieus signaal, vooral tegen de achtergrond van de kerk als ‘ideële organisatie’. Wat is er aan de hand in de kerk?

We concentreren ons in dit nummer op de volgende vraag:
Welke factoren spelen een rol in de aantasting van bevlogenheid van pastores en langs welke wegen kan er zodanig gewerkt worden aan het welbevinden en de motivatie van pastores voor hun werk dat ze een inspirerende invloed hebben op de geloofsgemeenschap als geheel?
Het gaat hier om een ingrijpende thematiek, waarvan we in dit nummer uiteraard slechts enkele aspecten kunnen belichten.

We beginnen met drie praktijkverhalen van predikanten die alle drie vastliepen in hun werk als voorganger, maar ook een ‘doorstart’ wisten te maken. Anke Bisschops, pastoraal psycholoog en supervisor, reflecteert op deze drie ervaringsverhalen en komt daarbij uit – net als de drie predikanten – bij een verdiepte spiritualiteit. Daar waar de academische opleiding het accent legt op kennis, is de voorganger misschien wel vooral gebaat bij een niet-weten.
Ook Gerben Heitink, emeritus hoogleraar Praktische Theologie (VU Amsterdam) en oud-redacteur van dit tijdschrift, las de drie verhalen. Nico Krijn interviewde hem hierover. Heitink wijst onder andere op de beweging van deze pastores naar oecumenische en katholieke ‘plekken’ waar ze herstel en nieuwe inspiratie vinden. Hij stelt ook dat onze tijd geen tijd van bevlogenheid is.
Henk de Roest verbreedt vervolgens het veld door te kijken naar verricht onderzoek naar het functioneren en welbevinden van pastores. De titel van zijn bijdrage, ‘De ziel van de voorganger revisited’, zet ons opnieuw op het spoor van de spiritualiteit. Uiteraard speelt er in het functioneren van voorgangers meer, maar De Roest neemt de lezer vooral mee naar de binnenkant van de voorganger en de noodzaak ‘aandacht voor de ziel’ te hebben.
Vervolgens doen drie onderzoekers samen verslag van het recente onderzoek naar het welbevinden van PKN-pastores. Hierboven noemde ik al een opmerkelijke uitkomst van dit onderzoek. Een op de vijf onderzochte pastores had te maken met burn-out of met een hoog stressniveau. Van hen kregen 45 een coachingstraject aangeboden. De resultaten van dit traject spreken boekdelen, hoewel uiteraard het effect op de langere termijn nog zal moeten blijken. De onderzoekers stellen dat een heldere taakformulering, autonomie en ontplooiingsmogelijkheden belangrijke determinanten voor bevlogenheid zijn.
In een slotartikel proberen we wat lijnen te trekken vanuit de centrale vraag van dit nummer.


Sake (dr. S.) Stoppels is universitair docent Kerkopbouw en Diaconiek aan de Faculteit der Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn