Artikelen

Logo

(Leestijd: 3 - 5 minuten)

Missionair kerk-zijn doet het momenteel goed binnen de Nederlandse kerken. Breed zoeken lokale gemeenten en parochies naar missionaire aanwezigheid binnen de eigen context. We zien vooral in steden veel nieuwe missionaire initiatieven en experimenten, maar ook in dorpen wordt gezocht naar presentie en dienst. (Groot)stedelijke initiatieven zijn vaak wat opvallender en gedurfder dan initiatieven in dorpen en middelgrote plaatsen en trekken daarom doorgaans ook meer de aandacht. In dit nummer concentreren we ons juist op missionair zijn op het dorp.

De dynamiek in het dorp is uiteraard anders dan in de (grote) stad. We verlaten bovendien ook nog eens de Randstad en kijken naar zeven protestantse geloofsgemeenschappen in Noord- en Oost-Nederland die zoeken naar missionaire presentie in de eigen lokale context. We hebben overigens daarbij ook de beschrijving van een praktijk uit een provinciestad opgenomen, vooral omdat deze inhoudelijk gezien heel boeiend is. Niet alle berichten komen dus uit een dorp.
De zeven gemeenschappen maken deel uit van het netwerk Connecting Churches and Cultures (CCC), dat op initiatief van Henk de Roest is ontstaan rond de vestiging Groningen van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Dit netwerk in de vier noordelijke provincies is er op gericht een community of learners te vormen, waarin academie en werkveld samen zoeken naar vitaal kerk-zijn in de huidige samenleving. Het bestaat momenteel uit ruim 170 gemeenten.

Zeven praktijkberichten

De zeven praktijkberichten zijn geschreven door zeven voorgangers die werken in een protestantse gemeente binnen het verband van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN heeft na de fusie in 2004 radicaal gekozen voor missionaire presentie als speerpunt van beleid. Er kwam een afdeling ‘Missionair Werk & Kerkgroei’ waarin onder andere het plan werd ontwikkeld om te komen tot een groot aantal missionaire pioniersplekken. Ook was het de bakermat van een aantal zogenaamde ‘missionaire rondes’ door heel het land langs de lokale kerken. Vanuit het verband van de PKN is er dus een sterke stimulans geweest voor de lokale gemeenten om missionair de vleugels uit te slaan en te zoeken naar dienst en presentie. De zeven praktijkverhalen kunnen we dan ook mede in het licht zien van deze missionaire focus.
We hebben de beschrijvingen geanonimiseerd om het gesprek over de praktijken in de goede zin van het woord ‘zakelijk’ te houden. Telkens is het zoeken van deze gemeenten exemplarisch voor andere kerkelijke zoektochten en daarom doen naam en toenaam er minder toe.

Zeven antwoordbrieven

Zeven wetenschappers hebben in briefvorm gereageerd op de ingebrachte praktijkberichten. Met die briefvorm hebben we een collegiaal klimaat willen scheppen waarin het loyale meedenken (ook als dat zich uit in kritische vragen en constateringen!) voorop staat. Ook dit nummer wil een community of learners zijn. Een refrein in de reacties van de wetenschappers is hun pleidooi voor bezinning op het eigene van de christelijke gemeente. Identiteitsvragen komen nadrukkelijk naar voren op grond van de beschreven praktijken.

Een ‘outsiders-perspectief’

Stefan Paas, hoogleraar missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen en ook verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, schrijft aansluitend een bredere reflectie rond missionair kerk-zijn. Daarvoor raadpleegde hij wel de praktijkverslagen, maar niet de brieven. Hij maakt geen deel uit van het kerkverband van de Protestantse Kerk en juist dit ‘outsiders-perspectief’ zet de zaak op scherp. Hij constateert bijvoorbeeld dat de beschrijvingen vrijwel geheel gaan over activiteiten en structuren en niet of nauwelijks over bezielde gelovigen. Is hier sprake van interne secularisatie?, zo vraagt hij zich af. Paas pleit ervoor dat lokale gemeenten hun omgevingsbewustzijn versterken door zich te verdiepen in de levens van mensen. Leidinggevenden hebben daarin een belangrijke rol. Aan het einde van zijn bijdrage staat hij daarom ook apart stil bij missionair leiderschap.

‘Bevlogenheidsscores’

Dat hier nog veel te winnen valt, mag wel blijken uit de ‘bevlogenheidsscores’ van gemeentepredikanten binnen de Protestantse Kerk. Recent onderzoek (zomer 2014) laat zien dat ze het meest gaan voor het voorgaan in de eredienst (83 procent is daarover bevlogen) en veel minder voor missionair werk (15 procent ‘bevlogenen’). Ze hebben verhoudingsgewijs ook niet veel contacten buiten de kerk. Dit geringe engagement spoort met buitenlandse ervaringen. De gemiddelde voorganger voelt zich geen missionaris (Wagner-Rau 2009, 91). Zijn de vaak gedreven voorgangers die we in dit nummer aantreffen uitzonderingen op de regel of zijn ze trendsetters in een zich meer en meer naar buiten bewegende kerk?

Met een slotbeschouwing van onze hand sluiten we het thematische deel van dit nummer af. Aansluitend is er een interview met Joep de Hart, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar ‘Nieuwe en vernieuwende vormen van christelijke gemeenschap in hun betekenis voor de Nederlandse samenleving’ aan de Protestantse Theologische Universiteit.
Het Trendbericht is deze keer van de hand van redactielid Jessie Dezutter en gewijd aan de godsdienstpsychologie. En zoals altijd staat er parallel een uitvoeriger Literatuurbericht inzake dezelfde discipline op de Handelingen-website.


Literatuur

Protestantse Kerk in Nederland (2014). Kerkelijk werkers en predikanten. Onderzoek 2014. Utrecht: PKN (te downloaden vanaf de website van de PKN en rechtstreeks door te klikken op onderzoek).
Wagner-Rau, U. (2009). Auf der Schwelle. Das Pfarramt im Prozess kirchlichen Wandelns. Stuttgart: Kohlhammer.


Henk (prof.dr. H.P.) de Roest is hoogleraar Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit, vestiging Groningen.
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn